Interview

Amsterdams Avelon verovert de wereld vanaf de Raamstraat

Avelon opent de Fashion Week, vestigt zich met een eigen winkel in de Huidenstraat en wordt wereldwijd op meer dan 200 punten verkocht, maar oprichter Erik Frenken maakt slechts voorzichtig winst. Bevestiging krijgt hij wel, meer dan genoeg zelfs. 'En dat geeft de burger moed.'

Oprichter en mede-eigenaar Erik Frenken in zijn atelier op de Raamstraat.Beeld Mats van Soolingen

Na drie jaar jengelen kreeg de Fashion Week het vanavond eindelijk voor elkaar: Amsterdams kledingmerk Avelon verzorgt het openingsspektakel van de modeweek. Oprichter en mede-eigenaar Erik Frenken (38) is een voorbeeld voor veel jonge ontwerpers in de stad, maar daar wil hij zelf niks van weten. Zijn merk verkeert nog niet in dat stadium, denkt hij zelf. 'We zitten op een centimeter van de af te leggen kilometer. Die centimeter gaat goed, maar er is nog veel te doen.'

Ondanks deze (al dan niet geveinsde) bescheidenheid zijn er redenen genoeg om eens te praten met Frenken, baardje, indringende ogen, leren broek en wit overhemd. Hij werkte bij Viktor & Rolf, werd baas van jeansmerk Blueblood en staat nu als creatief ontwerper aan het roer van een modemerk. Zijn kleren worden op 200 punten wereldwijd verkocht, in maart opent hij zijn eerste eigen winkel in de Huidenstraat en dan bestaat Avelon deze maand ook nog eens vijf jaar. Die laatste reden was een argument om vanavond toch te openen in Amsterdam. 'We hebben iets te vieren en een feestje geef je thuis.'

Ontwerpen op de Raamstraat
Niet dat hij iets tegen heeft op Amsterdam, maar het is gewoon geen logische keuze. 'Als je 90 procent van je omzet uit het buitenland haalt, is het uit strategisch oogpunt verstandiger daar ook de collectie te presenteren. Zo bereik ik internationale winkeliers die mijn kleding verkopen beter, zij komen en kijken allemaal naar modewalhalla Parijs. En consumenten ook trouwens.' Zo gezegd, zo gedaan. Maar het ontwerpen gebeurt gewoon in Amsterdam, waar hij 80 procent van zijn tijd doorbrengt.

Vlak voordat Frenken een nieuwe collectie presenteert, sluit hij zichzelf twee maanden op in zijn kantoor op de Raamstraat om 12 uur per dag non stop te ontwerpen. Hoe dat thuis wordt ontvangen? 'Tsja, het is wat het is', zegt hij voorzichtig. Dat betekent in het geval van Frenken al vijf jaar lange werkdagen, waar zijn doorzettingsvermogen vaak op de proef werd gesteld. Vermoeidheid is hem niet onbekend. 'Een modeshow klinkt mooi, maar in de praktijk is de uitvoering ervan een lijst van 433 problemen, die soms moeilijk zijn op te lossen. Budgettechnisch gezien, bijvoorbeeld. Of hetzelfde probleem dat zich steeds in een net andere vorm blijft aandienen.'

Inmiddels heeft hij wat meer routine weten te vinden in zijn werkzaamheden. Bij nieuwe producties gaat hij niet meer zelf naar één van de acht fabrieken in Portugal of Turkije, dat laat hij over aan een collega. De hectiek van grote modesteden als Parijs en Londen laat hij voor wat het is, de Thalys en Easyjet brengen hem overal waar hij moet zijn als dat nodig is.

Bevestiging
Frenken heeft daarom wat meer tijd om de gaatjes voor ontwikkeling te zien en dat blijft niet onopgemerkt, zijn eerste show in Parijs werd goed in de gaten gehouden. Grote modebladen zoals Vogue waren benieuwd naar de nieuwkomer. De collectie werd positief ontvangen. 'Ik zeg niet dat iedereen stond te gillen, maar ik kan tevreden zijn.' Hij is blij met de waardering en noemt winkeliers die meer inkopen dan gepland het grootste compliment dat hij kan krijgen. 'Die bevestiging achteraf geeft de burger moed.'

De 38-jarige klinkt soms haast jongensachtig. Hij zegt in elk interview écht groot te willen worden en vertelt over zijn dromen. Ondertussen zit hij te grappen met een collega die iets in zijn oog heeft. 'Ik zag er bloed uitspuiten!', een geintje dat in ontvangst wordt genomen met een vriendelijke stomp. Maar over zijn merk is hij serieus. Hij wil dat Avelon 'ertoe doet', en om dat te bereiken moet hij nog verder professionaliseren. Hij wil eigen winkels, minstens één in elke grote stad. Het zou ook prettig zijn als hij meer dan twee miljoen euro omzet behaalt: elke cent die hij nu verdient, investeert hij weer in zijn bedrijf. 'We rijden niet rond in een Porsche. Het opbouwen van een merk dat succesvol is en blijft, kan wel twintig jaar duren. We zijn nu zo'n beetje op een derde, hoop ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden