Amsterdam Elders

Amsterdammer Da Fonseca was de eerste rabbijn van de Nieuwe Wereld

In de zeventiende eeuw trokken honderden joden uit Amsterdam naar de Nederlandse kolonie in Brazilië. Daar bouwden ze de eerste synagoge van heel Amerika. Isaac Aboab da Fonseca werd er in 1642 hun rabbijn.

Aan de Jodenstraat van Recife bouwden de Amsterdamse joden de synagoge Zur Israel, oftewel Rots van Israël. De synagoge had een mikwe - een ritueel reinigingsbad - en een school. Beeld Hans van Rhoon/Hollandse Hoogte

De jonge Amsterdamse opperrabbijn Isaac Aboab da Fonseca hoefde niet lang na te denken over de vraag of hij de spirituele leiding over de joodse gemeenschap in Brazilië op zich wilde nemen. En niet alleen vanwege het enorme salaris van 1600 gulden per jaar. In de Nederlandse kolonie was er godsdienstvrijheid voor iedereen, en de joden mochten er beroepen uitoefenen die zelfs in het tolerante Amsterdam voor hen verboden waren: winkelier, bijvoorbeeld, en ambachtsman.

Aboab da Fonseca zou er de eerste rabbijn van de Nieuwe Wereld worden. In Amsterdam smeekten de Portugese joden hem te blijven, want Aboab was een charismatische spreker en een inspirerende leraar, geleerde en dichter. Maar begin 1642, rond zijn 37ste verjaardag, zette Isaac Aboab da Fonseca voet aan wal in Recife.

Daar trof hij een bruisende handelsstad aan. Recife, in de provincie Pernambuco, was de belangrijkste stad van de kolonie Nieuw Holland in het noordoosten van Brazilië, dat de Nederlanders in 1630 hadden veroverd op de Portugezen. De West-Indische Compagnie haalde er suiker, hout en tabak en handelde er in Afrikaanse slaven voor op de plantages.

Mauritsstad
De eerste brug van Latijns-Amerika verbond Recife met een eilandje waarop een nieuwe stad was verrezen: Mauritsstad, genoemd naar de innemende gouverneur Johan Maurits van Nassau. Die was sinds 1637 de bindende factor van de kolonie, waar behalve Hollanders nog steeds veel Portugezen woonden, en Braziliaanse indianen, en steeds meer Afrikanen.

In Recife zag rabbijn Aboab da Fonseca honderden Amsterdamse joden terug die eerder naar Brazilië waren gereisd. Mozes Navarro was al in 1630 als adelborst naar Recife gekomen. Hij had er slim gebruikgemaakt van zijn kennis van zowel het Nederlands als het Portugees, en van het joodse internationale netwerk, en was makelaar in suiker en tabak geworden.

Nu was Mozes Navarro één van de rijkste mannen van Brazilië. Hij had een eigen suikerplantage en suikermolen en werkte bovendien als belastinginner. Zo telde de joodse gemeenschap in Recife heel wat geslaagde zakenmannen. De Hollandse koop­lieden konden de concurrentie van de joden maar moeilijk verkroppen, en dat leidde weleens tot spanningen.

Jodenstraat
Aan de Jodenstraat van Recife bouwden de Amsterdamse joden de eerste synagoge van heel Amerika, Zur Israel, oftewel Rots van Israël. De synagoge had een mikwe - een ritueel reinigingsbad - en een school. Rabbijn Aboab da Fonseca leidde er de gebeden en ceremonieën. Ook in Mauritsstad was een synagoge en buiten de stad lag een joodse begraafplaats. Bij de joden uit Amsterdam voegden zich veel andere oorspronkelijk uit Portugal afkomstige joden die zich onder dwang van de Portugese inquisitie tot christenen hadden moeten laten dopen, maar in Nieuw Holland tot het jodendom konden terugkeren.

In 1644 vertrok gouverneur Johan Maurits uit Brazilië en het jaar daarop kwamen Portugezen en Brazilianen in opstand tegen de Hollandse overheersers. De opstandelingen belegerden Recife en Mauritsstad. Rabbijn Aboab was bang dat ze er alle joden - mannen, vrouwen en kinderen - in één dag wilden uitroeien.

In de omsingelde stad raakten het voedsel en drinkwater snel op. Aboab da Fonseca zag hoe joden die voorheen delicatessen aten blij waren als ze hun honger met wat droog brood konden stillen. Zelfs joden van aanzien moesten nu van aalmoezen leven. Veel Amsterdamse joden sneuvelden in gevechten met de Portugezen. Anderen stierven de hongerdood. Alles leek verloren. Toen, op 23 juni 1646, verschenen ineens twee Hollandse schepen in de haven van Recife. Een grote vloot met proviand en soldaten was onderweg. Aboab da Fonseca dankte God in een aangrijpend gedicht.

Terug naar Amsterdam
De Portugese dreiging verdween echter nooit helemaal, en veel joden verlieten Brazilië. Mozes Navarro bleef. Ook Aboab da Fonseca bleef zijn mensen bijstaan. Pas in 1654 gaven de Hollanders zich gewonnen - op voorwaarde dat de Portugezen de levens van de joden zouden sparen. Sommige joden trokken naar andere Nederlandse koloniën in Amerika, maar de meesten keerden terug naar Amsterdam, vaak totaal berooid. In de synagoge van Recife werden Portugese soldaten ondergebracht.

Aboab da Fonseca bleef tot het allerlaatst in Recife. Drie maanden na de verovering vertrok hij, na ruim twaalf jaar, terug naar Amsterdam. Daar werd hij weer opperrabbijn. Hij zou één van de drijvende krachten zijn achter de bouw van de Portugese synagoge. Zijn naam is verwerkt in de Hebreeuwse inscriptie boven de ingang.

Op de plek van de oude synagoge van Recife is tegenwoordig een museum. Archeologen hebben er de waterput van de mikwe opgegraven, een deel van het plaveisel en ook wat aardewerk. Op het naambordje van de straat staat behalve de officiële naam, Rua do Bom Jesus, ook Rua dos Judeus: Jodenstraat.


Deze productie is tot stand gekomen met ondersteuning van het Gedeeld Cultureel Erfgoed Programma. www.sharedculturalheritage.nl

Amsterdam Elders

Door de reis- en handelslust van onze voorvaderen is het Amsterdams cultureel erfgoed in de loop der eeuwen over de gehele aardbol verspreid. In Amsterdam Elders leest u maandelijks op welke plekken we ooit waren.

Deze maand: Brazilië.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden