Lezersbrief

'Amsterdam, wat een stad om te stampen en te studeren'

'Amsterdam, wat een stad om te stampen en te studeren!' schrijft Bert Bakker in een lezersbrief aan Het Parool. 'Maar zo enthousiast de Amsterdamse bevolking wakker houden, dat deden we toen nog niet. Daar ben ik nooit aan toegekomen.'

'Het is misschien druk op straat, ik heb niet de indruk dat de cafés hier gebonden zijn aan sluitingstijden'Beeld anp

Ik kreeg een brief van dominee Dum. Als student theologie was hij aan de Vrije Universiteit verbonden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef: 'Vannacht werd ik opgeschrikt door zingende studenten. Ik maakte voor het aanstaande lustrum van ons dispuut weer eens een stedentripje naar Amsterdam.'

Dum komt een of twee keer per jaar naar Amsterdam. Hij is met emeritaat. 'Mijn vrouw was mee. We wilden door de stad flaneren, naar heropende musea gaan, of naar musea die binnenkort weer gesloten zouden worden door de afloop van subsidie of wat ook veel gebeurt: door langdurige verbouwing. Hoe dan ook. "Zorg dat je erin komt," dat geldt voor heel het huidige Amsterdam! Eindeloze files van toeristen, je weet niet wat je meemaakt.' Herkenbaar.

Uiteindelijk, schreef Dum, vond hij een prettig hotel, niet ver van de Amstel, dicht bij de Hortus. 'We zaten op driehoog en konden het raam op een kier zetten. Je hield contact met de hossende en voortschrijdende meute, met het geruzie van dealers, met Portugezen, Italianen, Fransen die luidkeels worden toegesproken en dus ook met dronken studenten in nachtelijke uren.'

'Ze zongen in rijen, in canon, ze maakten de indruk te marcheren, maar ze stampten sur place in de plassen. Ze hadden het best naar hun zin. Je hebt elkaar, je bent dronken. Door dat stappen en zingen word je weer nuchter. Krijg je er genoeg van en heb je weer dorst, dan kun je hier overal weer een café in, want het is misschien druk op straat, ik heb niet de indruk dat de cafés hier gebonden zijn aan sluitingstijden. Amsterdam, wat een stad om te stampen en te studeren!'

Zo is het en ik ben het met hem eens. Dum ten slotte: 'Het deed me weer aan vroeger denken: ik zat in het studentenverzet, er was vaak bomalarm. Ik was, wat ze later noemden 'een soldaat van Oranje', we onderhielden radiocontact met Engeland, we hielpen mensen aan onderduikadressen en deelden pamfletten uit. Het was doodstil, de ramen waren ­geblindeerd, we baden tot God dat het snel voorbij zou zijn.'

'Ik heb de Maagdenhuisbezetting nog mee gemaakt,' schreef ik terug. 'Ik was blij dat het voorbij was. Veel geschreeuw, weinig wol.' Maar zo enthousiast de Amsterdamse bevolking wakker houden, dat deden we toen nog niet. Daar ben ik nooit aan toegekomen.

Bert Bakker, schrijver en sinds 1968 lid van het oudste dispuut aan de Vrije Universiteit, Demosthenes, dat binnenkort het 27ste lustrum viert

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden