Plus

Amsterdam was in 1952 net zo druk als nu

Amsterdam heeft op dit moment bijna evenveel inwoners als in 1952. Welke groeikrampen maakte de stad destijds mee?

De Kalverstraat in maart 1950, toen nog niet afgesloten voor autoverkeerBeeld Nationaal Archief/­Collectie Spaarnestad/Jan van Eyk

Met ruim 15.000 nieuwe inwoners is Amsterdam van alle Nederlandse gemeenten het afgelopen jaar het sterkst gegroeid, zo maakte het CBS deze week bekend. Op 1 december 2016 woonden er 847.176 mensen in de stad. Dat is net iets minder dan de 851.900 Amsterdammers die in het begin van 1952 werden geteld.

Toen zat de stad nog midden in de wederopbouw. De achterstand in de woningbouw moest worden aangepakt en de stad moest worden aangepast aan het moderne verkeer. Tot 1959 groeide de stad in flink tempo door, naar 872.000 inwoners. Een record dat Amsterdam in 2018, bijna 60 jaar later, mogelijk gaat verbreken.

Tegen welke groeikrampen liep de stad in 1952 aan? Bladerend door de kranten uit die tijd krijg je een idee van de discussies die toen werden gevoerd. En in sommige gevallen verschillen die niet eens zoveel van de discussie van nu.

- Woningnood
"Woningnood is staatsvijand nummer 1," sprak burgemeester d'Ailly in zijn nieuwjaarsrede in 1952. Die nood was in Amsterdam het grootst. Hij riep op tot de bouw van 5000 woningen dat jaar, hetzelfde aantal als waar het huidige college nu naar streeft.

De woningnood werd onder andere veroorzaakt door de extra inwoners (80.000 in zes jaar tijd), door een afnemende woningbezetting (er werd eerder getrouwd, het ouderlijk huis werd sneller verlaten) en door achterstallig onderhoud.

Zo schreef de communistische krant De Waarheid in 1952: 'Elk jaar vallen er ook oude woningen af, die onbewoonbaar worden, die ­instorten. Op het stadhuis liggen ook nog de ­saneringsplannen te wachten voor de Eilanden, de Jordaan en de vervallen Jodenbuurt."

De gemeente maakte dat jaar goede sier met de oplevering van de eerste woningen in Tuinstad Slotermeer, waarmee de oude stadsgrenzen werden opgerekt. Toch worden de 5000 woningen niet gehaald: het worden er 2500.

De Waarheid: "Het bouwtempo is beslist niet snel genoeg om het woningtekort in Amsterdam binnen afzienbare tijd in te halen. Dat is de realiteit, die zich pijnlijk opdringt bij de vreugdevolle opening van de nieuwe tuinstad. Ruim dertigduizend woningzoekenden kent het ­Centraal Bureau voor Huisvesting."

Door de krappe en verouderde woningvoorraad, de opmars van de auto en een beleid om gezinnen te verleiden om naar Purmerend, Hoorn, Alkmaar, Lelystad en later Almere te vertrekken, nam het aantal inwoners vanaf 1960 weer af.

- Toerisme
In 1952 steeg het aantal overnachtingen van 'vreemdelingen' met bijna tien procent en waren er voor het eerst 'meer dan een millioen (sic) overnachtingen deze zomer te Amsterdam', zoals het Algemeen Handelsblad kopte.

Rond de Paasdagen was er in een straal van 40 kilometer rond Amsterdam zelfs geen leeg hotelbed meer te vinden, waardoor toeristen de nacht in de auto moesten doorbrengen.

Door de drukte werd er veel gebruik gemaakt van 'tijdelijke pensions' bij Amsterdammers thuis. Dat zou eens goed geregeld moeten worden, schreef De Handels- en Transport Courant.

Ook al was er woningnood, er moesten mogelijkheden komen voor 'logeerreserve' - een soort Airbnb avant la lettre. 'Hoe bekrompen de woningtoestanden op het ogenblik ook zijn, hoe weinigen ook ruimte over zullen hebben, er moet een mogelijkheid worden gevonden particulieren in te schakelen als het dringend noodzakelijk is, gezien het grote landelijke ­belang, dat met het buitenlandse toerisme in Nederland gemoeid is.'

Leuk, zo'n noodopvang, maar het Algemeen Handelsblad zag toch liever dat er een goed middenklassehotel zou worden gebouwd. 'Want gasten van een bepaalde standing logeren nu eenmaal graag in een hotel en laten zich slechts noodgedwongen bij burgers onderbrengen.'

De Locomotief (1952): 'In Amsterdam heersen sinds de bevrijding op verkeersgebied chaotische toestanden'Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Jan van Eyk

Een groot deel van de toeristen in het voorjaar kwams voor de bollenvelden. En de verkeerstroom die dat veroorzaakte zorgde voor chaos. 'In Amsterdam werden op Tweede Paasdag bij de massale terugkeer van de bollenvelden in enkele minuten tijd niet minder dan zes aanrijdingen gemeld, waarbij zeven personen werden gewond', schreef het Nieuwsblad van het Noorden.

- Verkeer
Over de drukte door toerisme werd dan niet veel geklaagd, over het verkeer wel. In 1952 ­vatte De Locomotief, een krant in Semarang, Indonesië, de chaotische situatie in Amsterdam samen.

'In Amsterdam heersen sinds de bevrijding op verkeersgebied chaotische toestanden. De straten zijn nu eenmaal niet berekend op de mechanische vehikels. Het rijden in een file langs de schilderachtige grachten over de vele nauwe bruggen bezorgt de niet-Amsterdamse automobilist constant hartkloppingen.'

En ook voetgangers hebben te lijden onder de toegenomen verkeersdrukte. Een pinnige ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad: "In twee dagen tijds zijn wij er driemaal getuige van geweest, dat voetgangers bijna werden aangereden door auto's die links van vluchtheuvels voorbijschoten. Wij hebben reeds enige malen over deze wantoestand geschreven en de verkeerspolitie vond het niet nodig er iets aan te doen. De enige conclusie kan dan ook zijn: zij wil de overbevolking bestrijden door zoveel mogelijk bejaarden en kinderen te laten doodrijden.'

Er zijn plannen voor nieuwe wegen, maar daar is veel weerstand tegen. Zo speelt in 1952 ook een discussie over de toekomst van het ­Museumplein.

Uit het Algemeen Handelsblad: 'Het verzet concentreert zich op de weg van het Rijksmuseum naar het Concertgebouw. Een weg voor snelrijdende auto's zonder voetpaden langs de kanten. Men mag nu zeggen wat men wil, maar het Verkeer is in dit plan Koning geworden.'

Bij de automobilisten is de verontwaardiging groot als blijkt dat de gemeente, nadat de motorrijtuigenbelasting al is verhoogd, ook een plan heeft om 's nachts parkeerbelasting te gaan heffen. Uit De Telegraaf: 'De Amsterdamse automobilisten vragen zich af, of het hun moet worden aangerekend, dat de hoofdstad ten enenmale een tekort aan garageruimte heeft."

- Verbinding met Noord
In 1952 wordt er geen lobby gevoerd voor een brug over het IJ, maar wel voor tunnels. 'Het IJ-tunnelcomité uit Amsterdam,' zo schrijft de Leeuwarder Courant in 1952, 'is er in geslaagd van het gemeentelijk trambedrijf toestemming te krijgen voor eeen reclamecampagne. Sinds zondagmorgen lezen de Amsterdamse trampassagiers in hun trams de leuze: 'Zij aan zij voor een tunnel onder het IJ'.'

De Waarheid geeft de lobby een steuntje in de rug. 'Een stadswijk van ongeveer 70.000 inwoners is aangewezen op een oeververbinding met ponten, die het enorm toegenomen auto-, rijwiel- en voetgangersverkeer practisch niet meer aan kan.'

En onder een foto van een overvolle pont schrijft de communistische krant: 'Nacht en dag varen de ponten, overvol met werkers, naar en van Noord. In regen en wind, in de koude winter en in de hete zomer, staan uren per dag duizenden en duizenden te wachten op hun beurt om overgezet te worden. Auto's staan in lange rijen: de vrachtrijders vooral hebben haast. Maar ze moeten ook op hun beurt wachten. Ponten in een wereldstad. Wanneer komt eindelijk de IJ-tunnel?'

De Tijd spreekt van 'noodtoestanden' bij de ponten. 'De eindeloze files van wachtende arbeiders maken het aanleggen van IJ-tunnels én voor de hoofdstad én voor het land een onbetwistbare noodzaak'.

Later dat jaar doet het college van b. en w. eindelijk een voorstel voor de bouw van twee tunnels; een auto- en spoortunnel onder het Noordzeekanaal en een autotunnel onder het IJ. Uiteindelijk worden dat drie tunnels: de Coentunnel (1966), de IJ-tunnel (1968) en pas veel later een aparte spoortunnel: de Hemtunnel (1983).

847.176

Op 1 december 2016 woonden er 847.176 mensen in dat stad. Dat is net iets minder dan de 851.900 Amsterdammers die in het begin van 1952 werden geteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden