Plus PS

Amsterdam-Noord: Het begon met een galgenveld

Tegenwoordig is Noord onlosmakelijk verbonden met de rest van de stad, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Strijd met het water én met Amsterdam: de grillige geschiedenis van een zompig moerasland.

Zicht op de De Ruijterkade en het Centraal Station, 1896 Beeld Stadsarchief/Jacob Olie

Noord-gestoord, het Siberië van Amsterdam - bijnamen voor Amsterdam-Noord zijn meestal weinig flatteus. De hit van de band Drukwerk uit 1978 (Ik verveel me zo, in Amsterdam-Noord) hielp ook niet mee voor de reputatie van het stadsdeel. De animositeit tussen Amsterdam onder het IJ en Noord, soms grappend, soms serieus, gaat eeuwen terug.

Noord werd, misschien nog wel meer dan de rest van Amsterdam, gevormd door water. De eerste bewoners arriveerden er pakweg een millennium geleden. Het landschap dat ze aantroffen was niet bepaald aanlokkelijk: een zompig moerasland dat voortdurend overstroomde.

Ook het IJ was in de Middeleeuwen nog niet de keurige rivier die we nu kennen. Ze ontstond als zeearm van de Zuiderzee bij een van de grootste overstromingen uit de Nederlandse geschiedenis, de Allerheiligenvloed in 1170. Een stukje hoger gelegen land dat tijdens de zondvloed boven water bleef, was het begin van Noord: Volewijck.

'Overstroomde land achter Buiksloot,' 1825, anoniem, naar J. Claus jr., 1825 Beeld Rijksmuseum

Toen het water weer wat was bedaard, ontstond aan de overkant de eerste bewoning rond de Dam. Het net ontluikende Amsterdam had in eerste instantie maar weinig interesse in die moerassige landen aan de overkant.

Eeuwenlang had de landtong Volewijck vooral een sinistere bestemming: het Amsterdamse galgenveld was er gevestigd. Door de strategische ligging (zo ongeveer ter hoogte van het huidige Overhoeks) waren de lijken van opgehangen, gewurgde en gevierendeelde misdadigers goed zichtbaar vanuit de stad. Handig als afschrikwekkend voorbeeld. Wie over het IJ naar de stad voer, was door de aanblik ook gewaarschuwd: Amsterdammers ­lieten niet met zich sollen.

Een wat viezig stukje stad dus, maar ook één waar Amsterdam trots op was: een galgenveld was voor een middeleeuwse stad ook een teken van zelfstandigheid. Het galgenveld was bovendien een bijzonder populair uitje; men liet zich graag naar de overkant roeien om een dagje gehangenen te kijken.

Waterlandse geuzen
De bewoning in het noordelijke achterland van Amsterdam centreerde zich rondom dorpjes als Holysloot, Ransdorp, Buik­sloot, Schellingwoude en Durgerdam. De naam van dit gebied, Waterland, is niet bepaald uit de lucht gegrepen: men moest er leren leven met natte voeten.

Zo liep bij de Sint Elisabethsvloed van 1421 een groot deel van Waterland onder water. De Waterlanders stonden voor een duivels dilemma: de natte veengrond werd via ­sloten afgewaterd, waardoor hij geschikt werd voor landbouw. De afwatering zorgde er echter ook voor dat het veen inklonk, waardoor men kwetsbaar bleef voor overstromingen. De boeren legden zich toe op veeteelt boven landbouw. Zo voorzagen Waterlandse melkschuiten Amsterdam eeuwenlang van zuivel.

Die relatie met Amsterdam was trouwens niet altijd even goed; tijdens de Tachtigjarige Oorlog stonden de Waterlanders lijnrecht tegenover de Amsterdammers. In 1572 hadden de meeste Hollandse steden de kant van Willem van Oranje gekozen; Amsterdam bleef echter Spaans gezind. Prinsgezinde Waterlandse geuzen verschansten zich hierop bij de Nieuwendammerdijk en belaagden vanaf daar de Amsterdamse Handelsvloot. Dit mondde in 1572 uit in de Zeeslag bij/om/van Nieuwendam, waarbij de vissers uit de dijkdorpen en de geuzen de Amsterdammers door een handige truc in de pan hakten.

De Waterlanders betaalden een hoge prijs voor hun verzet: een jaar later werd Nieuwendam door het Spaanse leger volledig verwoest. Maar de moed van de Waterlanders is nog niet vergeten: tot in de 21ste eeuw werd deze 'zeeslag' nog herdacht bij Café 't Sluisje in Nieuwendam.

'Galgenveld aan de rand van de Volewijk,' Anthonie van Borssom, 1664-1665 Beeld Rijksmuseum

De voornaamste toegang naar dat opstandige Waterland liep over Volewijck. Het was nog niet zo makkelijk om er te komen, dus werd er in 1622 werd een trekvaart via Buiksloot naar Purmerend gegraven: zo'n beetje de Noord/Zuidlijn van de zestiende eeuw. Om de kosten te dekken bouwde men in 1662 een tolhuis. Het groene parkachtige gebied rondom dit tolhuis werd graag gebruikt door Amsterdammers om even aan de stadse drukte te ontsnappen, het was ook populair onder galgenveldbezoekers. Het huidige tolhuis uit 1859 staat op dezelfde plek.

Langzamerhand kwam er ook vanuit het welvarende Amsterdam meer interesse voor de gebieden boven het IJ. Ten westen van Volewijck lag de Buiksloterham, die in het kader van werkverschaffing tussen 1844 en 1851 werd ingepolderd. Dit was de eerste stap naar een Amsterdam-Noord dat ons op de kaart bekender voorkomt.

Het IJ was nog altijd een grillige, brede zeearm, maar werd uiteindelijk getemd en ingedijkt met de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876. De overkant kwam ineens een stuk dichterbij. Hierbij werd ook de Nieuwendammerham drooggelegd. Langzaam maar zeker wonnen de Noordelingen terrein op het water.

De oversteek
Verkeer was er tussen Noord en Amsterdam steeds meer: dagjesmensen lieten zich veelvuldig naar de overkant roeien en sinds 1860 voer meerdere malen per dag een stoomveer vanaf Amsterdam naar Buiksloot. Noorderlingen konden vanaf 1888 zelfs met een eigen tram; die reed vanaf het IJ de Buiksloterdijk op naar ­Purmerend en Edam.

Drukte op de gemeentestoompont wegens invoering van de vrije overtocht over 't IJ, 1912 Beeld Stadsarchief

Maar een vaste verbinding met de overkant liet almaar op zich wachten. Eind negentiende, begin twintigste eeuw ­gingen steeds meer stemmen op voor een definitieve sprong over het IJ. Dat was hard nodig vonden velen; Noord zou namelijk zeer geschikt zijn voor de bouw van luxewoningen voor de rijke Amsterdamse bovenklasse.

Het liep net anders. Directeur publieke werken Johan van Hasselt bestemde Noord begin twintigste eeuw voor de almaar uitdijende Amsterdamse industrie. Bedrijven als de Bataafse Petroleum maatschappij (de voorloper van Shell), de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij (NSM) en de Nederlandse Dok Maatschappij (NDM) vestigden zich in Noord.

Deze industrie (en haar arbeiders) werden zo min of meer boven het IJ gedumpt. Met genoeg wijken en voorzieningen ter plaatse hoefden de arbeiders de oversteek helemaal niet te maken, zo was de gedachte. Zo werden een voor een wijken als Disteldorp, de Van der Pekbuurt, Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam uit de grond gestampt.

In de Buiksloterham verrees Asterdorp, bestemd voor asocialen die het zelfs in de Jordaan te bont maakten. In deze 'woonschool' zouden bewoners worden opgeleid tot 'nette burgers'. Geen pretje, men werd er gecontroleerd op opvoeding en zindelijkheid, en het stigma een Asterdorper
te zijn achtervolgde bewoners vaak ­levenslang.

IJtunnel
Ook voor dijkdorpen Schellingwoude, ­Durgerdam en Nieuwendam was annexatie door Amsterdam uiteindelijk onont­koombaar. Eens te meer zat het wassende water ze dwars. Na de Zuiderzeevloed van 1916 hielden de dorpen letterlijk en figuurlijk het hoofd niet meer boven water en lieten zich vrijwillig inlijven bij Amsterdam.

Een vaste verbinding met de overkant kwam er uiteindelijk in 1957 met de Schellingwouderbrug en de IJtunnel in 1968. Hiermee zat Noord eindelijk echt aan Amsterdam vast - en andersom.

De grillige geschiedenis van Noord ­verklaart ook de bijzondere opbouw van het stadsdeel. Tuindorpen liggen tussen industrie en scheepswerven, en oude dijkdorpen slingeren zich als linten door de nieuwere bebouwing heen. Waardering voor het stadsdeel is soms - ten onrechte - nog ver te zoeken. Zoals Drukwerk al zong: 'Als een ieder toch eens wist, wat het is om in Noord te wonen.'

Lees hier meer over Amsterdam-Noord

Kaart van Amsterdam, getekend door P. Mol in 1770 Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden