Amsterdam is laks met privacy burgers

De gemeente heeft onvoldoende aandacht voor de privacy van burgers bij de uitvoer van zorgtaken. Dat concludeert de Rekenkamer Amsterdam in het rapport Privacy voor burgers met een hulpvraag.

Het is slecht gesteld met het borgen van de privacy bij de gemeente.Beeld anp

Het is de tweede keer dit jaar dat Amsterdam een tik op de vingers krijgt omdat te nonchalant wordt omgesprongen met privacygevoelige informatie van burgers. In januari stelde de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat de beveiliging niet in orde is van het systeem waarmee gemeenten en overheidsinstanties onderling gegevens uitwisselen over onder meer uitkeringen. De rekenkamer concludeert nu dat het beleid niet actueel is, protocollen ontbreken en hulpverleners vaak geen idee hebben welke informatie ze mogen delen en welke niet.

Probleemgezinnen
De reactie van het college op het vandaag verschenen rapport van de rekenkamer is hetzelfde als die op het rapport van de inspectie: we vinden privacy heel belangrijk en we gaan er onmiddellijk mee aan de slag. Een bestuurlijke reflex waarmee de complexiteit van het probleem danig wordt onderschat, vindt Jan de Ridder, directeur van de rekenkamer. "Het college moet een principiële keuze maken," zegt hij. Want op dit moment weten burgers noch hulpverleners waar ze aan toe zijn.

Maar liefst 2800 hulpverleners maken gebruik van de registratiesystemen waarin gegevens worden verzameld over de uitvoering van de Jeugdwet en de WMO. Zeer persoonlijke informatie over kinderen uit probleemgezinnen en over mensen die veel zorg nodig hebben. Vaak zijn er meerdere instanties en professionals betrokken bij de hulp.

Gespannen voet
Maar hoe zorg je ervoor dat strikte privacyregels de kwaliteit van de hulpverlening niet in de weg staan? Daarbij komt nog dat hoe complexer de hulpvraag is, hoe meer gegevens er nodig zijn. Het kan voor mensen, die toch al in een hulpbehoevende positie zitten, zeer frustrerend zijn als zij hun verhaal steeds opnieuw moeten vertellen omdat hulpverlener A hulpverlener B niet mag melden wat de cliënt hem heeft verteld.

Goede hulpverlening staat zo op gespannen voet met de privacy, maar ze sluiten elkaar niet automatisch uit, zegt De Ridder. "Je moet zoeken naar een optimum. Dat is een politieke afweging, die het college moet maken. Dat gebeurt nu niet."

Achter de vodden
De hoeveelheid instellingen en hulpverleners die betrokken zijn bij de uitvoering van de jeugdwet en de WMO maken het niet makkelijker, erkent De Ridder.

Het college van b. en w. laat weten de aanbevelingen uit het rapport over te nemen en zegt 'verder te bouwen aan het vertrouwen van de burger in het besef dat zijn privacy erkend en beschermd wordt door de gemeente'. Prima, vindt De Ridder, maar het college verzuimt te zeggen wanneer het geregeld moet zijn. Hij raadt de gemeenteraad dan ook aan het gemeentebestuur flink achter de vodden te zitten om de goede voornemens om te zetten in beleid.

Inzage dossiers
De gemeente heeft 3 samenwerkingsverbanden en contracten met 119 instellingen en er wordt met 167 individuele hulpverleners samengewerkt. Als elf hulpverleners een dossier van een cliënt kunnen inzien, geldt dat ook voor een teamleider, teamassistenten en vijf beheerders en twaalf medewerkers van de leverancier van het computersysteem waarin gegevens worden opgeslagen. ‘Verontrustend,’ noemt de rekenkamer dit. Ook ambtenaren kunnen sommige dossiers bekijken, terwijl is afgesproken dat die geen toegang zouden hebben tot het systeem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden