PlusColumn

Amsterdam is gek op de pubquiz

Thomas AcdaBeeld Wolff

'Mary J. Blaaits!" gil ik en tevreden bestel ik nieuw bier. Het zijn de waterkoude dagen tussen kerst en nieuwjaar 2004 en op ­Terschelling in café Braskoer beleef ik hartstochtelijk een nieuw fenomeen: de pubquiz.

"Erasure!" Weer ben ik blij dat ik het niet hoef op te schrijven, maar fonetisch zit ik geramd, weet ik. Zo ken ik tevens alle liedteksten van Elvis. Al gaan ze bij mij over heel andere avonturen dan zijn schrijvers verzonnen. Leiber en Stoller. Hoppa! Twee punten. "Joe een neffa ba the wow dog!"
Als ik Elvis zong lachte mijn moeder haar mooiste.

Vriend JB schrijft alles op en ik fluister dat we naar de finale gaan.

Volgende vraag. De buitengewoon charmante pubquizmaster leest voor: 'Wiens begeleidingsband heet The Innocent Criminals?'

"Ben Harper!" Geen idee hoe ik dit weet, maar I'm on a role! On a role?

"Don Williams," gil ik.

Dan is JB het zat.

"Hou eens op, hé.... A) zong die Love is on a roll, B) niemand vroeg iets en C) als jij ­alles zo hard blijft roepen gaat iederéén straks naar de finale!"

JB houdt ook erg van lijstjes. Eigenlijk is mijn vriend de enige algemeen erkende wandelende popencyclopedie van ons tweeën. De reden dat ik ineens ook alles weet is omdat ik het afgelopen jaar veel tijd op de wc heb doorgebracht. Verkeerd ­dieet. Geen groente, geen fruit, wel veel drank.

Dus bereed ik veelvuldig de porseleinen pony, alwaar ik alles las wat er voorhanden was. Nog ken ik hele lappen tekst van Glorix en tampondoosjes uit mijn hoofd. Maanden van constipatie betalen zich op één avond uit.

Amsterdam is gek op de pubquiz. Fiets 's avonds door de stad en je ziet overal kroegen waar de clientèle gespannen ontspannen speelt. Behoefte aan saamhorigheid misschien? Iets minder gewoon maar wat hangen? Wij hangen niet, wij winnen!

Het is een vrolijke boel. Maar wel eerst goed door de beslagen ruit naar binnen ­kijken, hoor. Voor je het weet sta je halverwege het jas uittrekken ineens te luisteren naar een depressieve puber die uit zijn ­telefoon een ellenlang gedicht opmonotoont. En als hij eindelijk klaar is zucht zijn nog depressievere publiek: "Langer! Langer!"

Terschelling 2004. In de laatste ronde beseffen JB en ik dat Wanda, zijn vrouw, die de quiz leidt én heeft samengesteld, ­alle vragen uit zíjn platenkast heeft getrokken. Als we winnen, zal iedereen vals spel vermoeden. Snel vult hij bij alle nog komende vragen 'Linda' in. Als ik terugkom van de wc hebben we er toch weer een goed.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden