Plus Het Eetparadijs

Amsterdam CS lijkt op een snackbar met af en toe een trein

Vooral onderweg gaan we massaal voor de bijl voor het vele goedkope lekkers dat overal wordt aangeboden. Sluipmoordenaars, vindt voedselprofessor Jaap Seidell.

De snackmuur van Smullers op het CS Beeld Mats van Soolingen

Het is woensdag in de vroege avondspits, precies dat loze moment tussen werkdag en avondmaal waarop uw wilskracht net even wat anders aan het doen is. De ­intercity naar Den Haag Centraal vertrekt over ongeveer tien minuten, en in de krioelende gangen onder CS lonkt links de automatiek, rechts de kiosk, op het perron de Burger King. Waar je ook kijkt, overal zijn wanden vol kleurige repen en blikjes, warme snacks, draaiende worsten. "Eet mij!" roepen ze.

En echt onontkoombaar zijn de geuren: pepperoni en gesmolten kaas, warme pindasaus op koele mayonaise, appelflap, chocola. Heeft u op dit uur ook last van dat lege, jachtige gevoel? Loop gewoon uw neus achterna voor een snelle, moeiteloze fix van feest en troost.

Welvaartsziekten
Maar Jaap Seidell, hoogleraar gezondheidswetenschappen aan de VU, ruikt iets anders als hij het Centraal Station aan het einde van de dag doorkruist: gevaar. Al sinds de jaren zeventig waarschuwt hij burgers en overheden voor de sluipmoordenaars die ze met al dat goedkope lekkers in huis hebben gehaald.

Meer dan de helft van de Nederlanders is inmiddels dik of veel te dik, ruim een miljoen mensen lijdt aan diabetes type 2 en ook andere welvaartsziekten nemen zorgwekkend toe.

Bovendien tekenen sociale verschillen zich hierin glashelder af: hoe minder geld en status mensen hebben, hoe zwaarder en ongezonder ze zijn.

Pastabar Julia's Beeld Mats van Soolingen

De hoogleraar oogt goedgemutst en onkreukbaar, regelmatig trekt hij de wenkbrauwen geamuseerd omhoog over het overweldigende aanbod: "Koeken zo groot als mijn hóófd!" roept hij dan uit. "Sandwiches zo lang als mijn ónderarm! En daar leg je dan een salade van vijf euro naast, en dan zeg je dat je de gezonde keuze ­belangrijk vindt. Ammehoela."

Vreetschuur
Maar op andere momenten bemerkt de toehoorder ook duidelijk iets van wanhoop of verbetenheid. "Een vreetschuur is het," zegt hij dan, hoofdschuddend. "Een vreetschuur waar zo nu en dan een trein stopt. De NS is inmiddels één van de grootste snackverkopers van Nederland."

Of hij foetert op de 'hoogopgeleide, rijke, dunne mannen' die aan de top staan van grote bedrijven, en die overgewicht een gedragsprobleem noemen, een puur gevalletje eigen schuld: "Ze verdienen geld aan producten die honderdduizenden mensen ziek maken. Ze ­nemen hun verantwoordelijkheid niet."

Tankstations, zwembaden, drogisterijen, winkelstraten - het zijn weloverwogen opgetuigde mijnenvelden voor ons hongerige reptielenbrein. "Er zijn bijna geen mensen die 's ochtends opstaan en denken: en dan ga ik straks bij het tankstation eens lekker een enorme reep chocolade eten. Niemand gaat op pad met het plan onderweg nog even 400 calorieën extra weg te tikken. Maar de halve stad is ingericht op het aanzetten tot impulsaankopen."

Ongeplande tussendoortjes
Want voor die ongeplande tussendoortjes zijn we, juist als we op reis of aan het winkelen zijn, uitermate gevoelig. "Onderweg moet je snel beslissen, je hebt niet echt een plan, er gebeuren onverwachte dingen die je misschien frustreren. Je zit in de auto, komt in de file en je moet nog een heel eind. Of je hebt je trein gemist en je voelt je een beetje zielig."

"Dan is daar ineens die belofte van een supersnel fijn gevoel. Misschien kun je een paar keer weerstand bieden - sommige mensen zijn daar beter in dan anderen - maar in de omgeving zoals die is moeten we meer dan tweehonderd eetkeuzes per dag maken. Tweehonderd keer nee zeggen tegen iets waar je trek in hebt - dat is voor velen echt vreselijk moeilijk. En als je eenmaal iets hebt gekocht, ga je ook geen half opgegeten gevulde koek of de restjes van een zak frites in je tas stoppen. Dus je eet het ook nog helemaal op."

Kansberekening
Onze lijven en hersenen zijn ingericht op het overleven van schaarste, niet op het weerstaan van overvloed. Logisch, gezien het feit dat honger ook in onze contreien tot in de twintigste eeuw een normaal verschijnsel was.

Seidell: "Als jou eten wordt aangeboden, zoals hier aan de ­lopende band gebeurt, dan vertelt jouw biologie je in allereerste instantie: 'Doen, want je weet maar nooit. Straks is het winter en honger je dood.' Het maakt daarbij niet eens zoveel uit of je al gegeten hebt: zelfs als je eigenlijk al helemaal vol zit, zullen je hersenen je belonen met het lekkere gevoel van dopamine als je iets van suiker en vet eet - daarom hebben mensen ook eigenlijk ­altijd nog wel een gaatje voor een toetje."

Het zwaarbewerkte suiker- en vetrijke voedsel dat in winkels en op straat de overhand heeft, lijkt dan ook ideaal voor zowel ondernemers als consumenten: het is gemakkelijk en houdbaar, het is verschrikkelijk lekker en gemaakt van goedkope ingrediënten, zodat je het voor weinig geld kunt aanbieden en er toch nog flink op kunt verdienen.

Saucijzenbroodje
Het enige nadeel is, dat we er dus uiteindelijk ziek van worden als we er te veel van eten. Maar dat gevolg laat zich pas na tientallen jaren zien, waardoor je het lastig kunt herleiden.

Seidell: "Consumenten doen altijd aan een soort kansberekening die in een omgeving met schaarste volkomen logisch is: ik kan nú een heerlijk saucijzenbroodje eten en dan voel ik me fijn en vol en het kost me bijna niks, of ik eet het niet en dan heb ik misschien, als ik nog aan heel veel andere dingen voldoe en niet onder een bus loop, over dertig jaar geen diabetes. De keuze is dan snel gemaakt."

De Hema op het station Beeld Mats van Soolingen

Veel bedrijven zijn de afgelopen jaren wel aan de slag gegaan met hun aanbod - ook onder druk van de politiek en de publieke opinie. En het is, zegt Seidell, zeker zo dat er op veel meer plekken dan vroeger ook gezondere dingen te koop zijn - hij wijst op snacktomaatjes en fruitsalades.

"Maar in heel veel gevallen gaat het er vooral om dat mensen gewoon minder vaak iets te eten zouden moeten kopen, en minder. En geen enkele ­ondernemer is daarop uit, om minder en minder vaak iets te verkopen."

Ziekten, zegt Seidell, hebben bijna nooit maar één oorzaak. Het is dus ook ­onvolledig en zelfs contraproductief om bij het bestrijden ervan alleen maar naar de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt te wijzen.

Malaria
"Dat gebeurt verder bij geen enkel gezondheidsprobleem, waarom bij obesitas dan wel? Neem malaria. Dat kwam tot ver in de twintigste eeuw heel veel voor in Amsterdam-Noord - heel veel baby's gingen eraan dood."

"Dan kun je zeggen: hadden die ouders maar meer horren moeten ophangen. Of: had de overheid maar meer muggen moeten doodspuiten - inderdaad belangrijke factoren. Maar malaria is pas uitgeroeid toen de omgeving werd aangepast: de Zuiderzee werd afgesloten en de overheid begon met het doorspoelen van de ­kanalen, waardoor de mug er niet meer kon gedijen."

"Bij obesitas werkt het net zo: ja, de consument moet zich beschermen en geïnformeerd worden. Dan heb je het voedsel dat de consument ziek maakt - het is een goed idee dat minder ongezond te maken. Maar allebei die dingen halen weinig uit zolang er een omgeving bestaat waarin dat slechte voedsel en dat ongezonde gedrag zo goed gedijt. Alledrie moeten aangepakt worden."

Jaap Seidell is hoogleraar gezondheidswetenschappen aan de VU en columnist in Het Parool.

Volgende week zaterdag deel 4 in de serie Het Eetparadijs: Dikke wijken, dunne wijken, obesitas als armoedeprobleem.

Zie ook: Proefwerk XL over de 12 nieuwe restaurants aan het IJ [+]

Onderzoeksproject

Het Parool en Food Cabinet werken samen aan Het ­Eetparadijs: een journalistiek onderzoeksproject naar de voedsel­omgeving in Amsterdam.

Onze bevindingen ­publiceren we elke zaterdag in Het Parool en online.
Kijk op Foodcabinet.org voor achtergrondinterviews, foto-, video- en audiomateriaal.

Op 28 maart vindt Het Eet­paradijs Live plaats in Pakhuis de Zwijger. U kunt zich aanmelden via Dezwijger.nl. De toegang is gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden