Plus Reportage

Amstelveen: voorheen Japan aan de Amstel, nu Little India

De Indiërs hebben de Japanners verslagen als grootste expatgroep in Amstelveen. Volgende week zaterdag vieren ze het Diwali Festival, het feest van de lichtjes. 'Het brengt je een beetje dichter bij India.'

Monnik Swami Sunirmalanda in de deur van zijn woning in Amstelveen. Beeld Dingena Mol

Het is tegen vijf uur 's ochtends als Swami Sunirmalananda in een okerkleurig gewaad de trap afdaalt en de meditatiekamer binnenloopt. In de ruimte, van zo'n twaalf vierkante meter, knielt de monnik neer bij het altaar en strekt hij zijn armen richting de grond. Op het altaar staat, tussen de bloemen en kaarsen, een grote foto van een man in kleermakerszit, die met samengeknepen ogen de lens inkijkt.

Dit is de Indiase goeroe Sri Ramakrishna. Ruim honderdvijftig jaar geleden kwam hij tot de conclusie dat elke religie eigenlijk een ander pad is naar hetzelfde doel: god. En god is, volgens Ramakrishna, iets wat zich eigenlijk in elke levende ziel bevindt. En dat ga je zien als je 'een verheven staat van bewustzijn' bereikt. Door meditatie bijvoorbeeld.

Dus steekt Swami Sunirmalananda, monnik in de orde van Ramakrishna, bij het altaar een staafje wierook aan en gaat hij in de lotushouding zitten. Zwijgend, met zijn handen in elkaar, staart hij voor zich uit. Hij concentreert zich op zijn ademhaling en zijn ogen vallen dicht. De meditatie is begonnen.

Jaren zestigwoonwijk
Veel swami's - een titel bedoeld voor wie bevrijd is van materiële verlangens - brengen hun dagen mediterend door op mystieke plekken in het Himalayagebergte in het noordwesten van India. Swami Sunirmalananda niet. Hij zoekt spirituele zingeving in Bankras, een typische jaren zestigwoonwijk in Amstelveen. In een kleine kamer met oude, zalmkleurige vloerbedekking.

Tot een paar jaar geleden werd Amstelveen weleens Japan aan de Amstel genoemd, vanwege de groep van ongeveer 1600 Japanse expats die al decennialang in de stad wonen. Tegenwoordig luidt de bijnaam Little India. De Japanners zitten er nog steeds, maar sinds een paar jaar vormen de Indiërs met afstand de grootste expatgroep. De 3559 Indiërs in Amstelveen vormen ruim vier procent van de bevolking. En de groei zit er in: alleen dit jaar breidde de Indiase gemeenschap uit met vierhonderd man.

Volgende week zaterdag wordt op het Stadsplein een feest gehouden voor de gemeenschap: het Diwali Festival, het feest van de lichtjes. Het is een van de belangrijkste feesten in India en wordt sinds een paar jaar ook in Amstelveen gevierd. Vorig jaar trok het evenement, met veel zang, dans en eten, naar schatting zo'n 17.000 bezoekers.

Wierook en mantra's
Maar de aanwezigheid van de Indiase gemeenschap in Amstelveen is elke dag te merken. Op mooie zomeravonden wordt op de openbare voetbalveldjes in de wijken cricket gespeeld. Rond de Indiase keuken is een hele economie van supermarkten en restaurants ontstaan. En Diwali is niet het enige feest dat wordt gevierd: de aaneenschakeling van festiviteiten op de Indiase kalender zorgt voor grote en kleurrijke bijeenkomsten in de sporthallen. En wie spirituele zingeving zoekt, kan terecht bij Swami Sunirmalananda.

Het is kwart voor zes als de eerste meditatiesessie van de dag eindigt. Sunirmalananda verdwijnt naar de keuken om even later terug te komen met een dienblad vol koekjes, vers fruit, een glas water en bestek. Het is het dagelijkse voedseloffer voor Ramakrishna. De monnik steekt wierook aan en reciteert twintig minuten lang zijn mantra's, waarin hij vrede wenst voor alles op aarde.

Ook de monnik is een expat, die door het hoofdkwartier in Belur Math, op een uur rijden van Calcutta, de wereld over wordt gedirigeerd. Eerder was hij gestationeerd in Brazilië en twee jaar geleden werd hij naar Amstelveen gestuurd om hier de Ramakrishna-orde te leiden. Het is een van de 182 internationale centra waar monniken van de orde vereren, bidden, mediteren en studeren.

Sunirmalananda leidt hier een vrij solitair bestaan. De deur staat elke dag open, maar bij de vroege ochtendsessies schuift er eigenlijk nooit iemand aan. Collega-expats uit India ziet de monnik zelden, die zijn volgens hem bezig met andere zaken. "In het traditionele India draait het om rust, bedachtzaamheid en meditatie. Tegenwoordig is iedereen druk met het racen naar kantoren. Dat zie je in steden in India, maar ook hier in Amstelveen."

Bus 300
Bij de halte Ouderkerkerlaan valt het mee met dat racen. In de ochtendspits komt er om de zes minuten een bus, dus vrijwel niemand doet de moeite om een sprintje te trekken.

De Ouderkerkerlaan is een van de belangrijkste verkeersknooppunten voor de Indiase expats, van wie zich er elke paar minuten een stuk of vijftien verzamelen bij de halte. Ze pakken bus 300 richting Schiphol of Zuidoost, of de sneltram richting de Zuidas. Dat Amstelveen precies tussen deze drie uitvalsbases voor de internationale zakenwereld ligt, is dan ook een van de redenen dat de stad zo in trek is bij expats.

Monnik Swami Sunirmalanda brandt wierook in zijn Amstelveense meditatieruimte. Beeld Dingena Mol
Halte Ouderkerkerlaan, belangrijk verkeersknooppunt voor de Indiase expats. Beeld Dingena Mol

En dat er zo veel Indiërs zijn, heeft vooral te maken met India. Nu is het moeilijk om dat land als een geheel te zien: met 1,2 miljard inwoners in een land dat tachtig keer zo groot is als Nederland, en waar tientallen verschillende officiële talen zijn, is India enorm divers. Het heeft de afgelopen decennia een stormachtige economische ontwikkeling doorgemaakt, maar daar heeft lang niet iedereen van kunnen profiteren. De Amstelveense expats hebben dat bijna allemaal wel: ze zijn het resultaat van een jarenlange obsessie met de IT-industrie van India, die een gigantische groep goed opgeleide, Engels sprekende computerexperts heeft opgeleverd.

Onderhandelen
De mannen bij de bushalte, er is maar een enkele vrouw, zijn geen swami's, maar software engineers, database analysists of applications systems architects. Ze werken voor Nederlandse bedrijven, maar ook vaak voor een van de ruim negentig Indiase bedrijven die hier in de regio zijn gevestigd. Ter vergelijking: dat waren er tien jaar geleden nog vijftien. "Die bedrijven zorgen voor werkgelegenheid hier, maar nemen vaak ook eigen mensen mee. De snelle groei van het aantal Indiërs in Amstelveen komt daaruit voort," zegt wethouder Maaike Veeningen (D66). "En je weet natuurlijk nooit wat de economie doet, maar ik verwacht dat het voorlopig zal doorzetten."

En dat kan Amstelveen wel aan, aldus Veeningen. "Eigenlijk heeft niemand last van de expats. De meeste mensen weten niet eens hoeveel er hier wonen. Dat zegt ook wel wat over de manier waarop ze integreren."

Daar is Paul Polak het mee eens. Hij is de terreinmeester van VRA, de cricketclub in het Amsterdamse Bos. Hier doen meerdere Indiase teams mee met de competitie, en organiseren de bedrijven uit de regio vaak toernooien. Het is volgens hem niet moeilijk om de Indiërs aardig te vinden. "Ze zijn sociaal, hoogopgeleid, spreken Engels en drinken zelfs een biertje mee na de wedstrijd."

Het enige waaraan hij nog steeds moet wennen, is dat er over alles onderhandeld wordt. Zelfs als je denkt dat er al afspraken zijn gemaakt. "En dat gaat echt over alles. Voor het seizoen begon was er zelfs een team dat wilde onderhandelen over de bierprijs: we gaan dit seizoen zo veel drinken. Als we dat vooraf in een keer betalen, krijgen we dan korting?"

Masala chai
Dat de Indiërs massaal voor Amstelveen kiezen, is ook het gevolg van dat Indiërs massaal voor Amstelveen hebben gekozen, zeggen de IT'ers die op de bus wachten. Via Facebookgroepen als 'Indians in Netherlands' hoorden ze dat Amstelveen een goede plek is om te wonen, dus gingen ze hier op zoek. Dezelfde mond-tot-mondreclame zorgt ervoor dat vrijwel iedere Indiër in Amstelveen ook weet dat je in het winkelcentrum een uitstekende masala chai kunt halen bij een ietwat verborgen snackbar op het Buitenplein, vlak tegenover de McDonald's. Dit is de zaak van Aqeel Akhtar (54), en de snelle groei van het aantal Indiërs in Amstelveen de afgelopen jaren loopt parallel aan de wijzigingen in zijn menukaart.

Zo waren er in 2003 nog maar 128 Indiërs in Amstelveen. Akhtar werkte op dat moment al een jaar of tien bij snackbar Vlaamse Friet en kreeg de kans om de zaak over te nemen van zijn baas. Dat deed hij en zette het succesvolle concept van patat, kroketten en kaassoufflés ongewijzigd door. Maar in de jaren die volgden veranderde de wereld om hem heen snel. Met de groei van de IT-sector en de economische opmars van India, groeide het aantal Indiërs in Amstelveen richting de duizend.

Steeds vaker kreeg Ahktar de vraag of hij niet wat anders had dan patat. Hij kwam tenslotte uit Pakistan, dat ooit een land met India vormde, dus hij moest toch wel wat klassieke recepten kennen. "Ik kan niet koken, maar mijn vrouw wel. Dus begon ik met de verkoop van kikkererwtencurry en masala chai."

Akhtar schenkt een kopje van de zoete, kruidige thee in en vertelt hoe de groei van het aantal Indiërs doorzette en hij de naam van zijn zaak op een gegeven moment in Tahoor Fastfood veranderde. "Ik heb geen website, maak nooit reclame en toch zit het hier vaak vol. Zeker in het weekend. Iedereen weet dat je hier moet zijn voor traditionele Indiase gerechten."

'De jongens hadden het over hoe ze de kruiden uit India misten' Beeld Dingena Mol

Aktar is niet de enige die dat zegt. Hetzelfde hoor je bij Spices, de Indiase supermarkt in de Karel Doormanstraat. Of bij restaurant The Indian Kitchen, dat een paar deuren verderop zit. Het geldt ook voor bezorgrestaurant 7 Spices, een paar straten verderop en de aangrenzende Asiatic Supermarket Dutch Bangla.

Die winkel werd drie jaar geleden geopend door de Pakistaanse Nederlander Shuja Shaha, die zelf jarenlang IT-projectmanager was. "Ik werkte veel met Indiërs, en tijdens de lunch hadden die jongens het altijd over hoe ze het eten en de kruiden uit India misten."

Drie jaar geleden ontstond het idee om een Indiase supermarkt te beginnen. Hij schat dat 95 procent van zijn klanten uit India komt. Vooral zijn kant-en-klaarmaaltijden vinden gretig aftrek, zegt Shaha. "Veel jongens werken tot een uur of zeven, daarna gaan ze eten halen en kijken ze thuis een Bollywoodfilm. Dat is hun leven, voor zover ik kan nagaan. Oh, en op donderdag, als het koopavond is, gaan ze winkelen."

95 procent van de klanten van Asiatic Supermarket Dutch Bangla komt uit India. Beeld Dingena Mol

Een Indiase vrouw in de supermarkt, die net een grote zak rijst heeft gekocht, is het er niet helemaal mee eens. "Kom dit weekend maar naar de Nieuwe Bankrashal, dan leer je de Indiase gemeenschap echt kennen."

Olifantenhoofd
Het is een zaterdag in september en tussen de geparkeerde auto's voor de sporthal staan een paar honderd Indiërs in kleurrijke kleding. Er wordt op een trommel geslagen, er klinkt gejoel en een groep vrouwen in groene gewaden en met rode tulbanden begint dansend en glimlachend aan een processie. Dit is de viering van Ganesh Utsav, het feest ter ere van Ganesha, de god met het olifantenhoofd. Er wordt met oranje vlaggen gezwaaid en achter de vrouwen lopen twee Indiase mannen met een met bloemen versierd plateau met daarop het beeld van Ganesha. Ruim een half uur wordt er met Ganesha geparadeerd over het terrein, waarna de processie eindigt in een wilde dans door zo'n veertig enthousiaste en joelende mannen. Daarna verplaatst de massa zich naar de sporthal, waar de god van de wijsheid, welvaart en geluk vandaag zal worden vereerd. Op het programma staat een acht uur durend feest met zang, dans en eten.

"Dit is natuurlijk niets vergeleken met het feest in Mumbai," zegt Mahesh Jagtap (29), die zes maanden geleden met zijn vrouw - beiden werken ze in de IT - naar Nederland kwam. "Daar zijn niet vier trommels, maar lopen honderden groepen door de stad die allemaal tientallen trommels hebben. Het feest duurt daar dagenlang en de beelden van Ganesha zijn metershoog."

En toch zou Jagtap dit feest niet willen missen. "Het is fijn om iedereen hier te spreken. We gaan graag naar dit soort evenementen, juist omdat we India missen. Het is niet hetzelfde, maar dit brengt je een beetje dichterbij."

Exotische beelden
Missen? Het is een emotie waar monnik Sunirmalananda geen last van heeft. In de ontmoetingsruimte van zijn centrum, een woonkamer vol plastic stoelen, laat hij op YouTube een video zien van het Ramakrishnahoofdkwartier in Belur Math, waar hij vijftien jaar lang zijn opleiding tot monnik volgde. Het is een prachtig terrein van veertig hectare langs de oever van de Huglirivier, waar honderden monniken samenleven.

De exotische beelden steken schril af tegen de buurt vol eengezinswoningen, geflankeerd door hoge flats, waar Swami Sunirmalananda zich nu bevindt. Zou hij echt niet liever weer in Belur Math zijn? Nee, hij is waar hij moet zijn. Zijn leven staat in teken van het bereiken van de 'verheven staat van bewustzijn', het pad dat Ramakrishna heeft uitgetekend. En of hij dat nu doet in Brazilië, India of in Amstelveen maakt hem niet uit.

Sunirmalananda gaat niet naar het Diwali Festival, het feest waar duizenden Indiërs uit heel Nederland op afkomen en dat wordt afgesloten met vuurwerk. Hij vindt het belangrijk, want "Diwali symboliseert de zege van het goede op het kwaad, het licht op de duisternis en de spiritualiteit over materialisme", maar staat er op zijn eigen manier bij stil. Zo'n feest is niets voor hem. "Ik ben een monnik, ik dans niet."

De viering van Ganesh Utsav, het feest ter ere van Ganesha, de god met het olifantenhoofd. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.