Amerikanen herdenken vrijheidsmarsen 1965

Tienduizenden mensen uit de hele Verenigde Staten zijn bijeengekomen in de stad Selma in de staat Alabama om daar het begin van de historische vrijheidsmarsen uit 1965 te herdenken. Het was vandaag precies vijftig jaar geleden dat de eerste van die marsen bruut uiteen werd geslagen door de politie en blanke racisten die door de lokale sheriff waren opgetrommeld.

President Barack Obama en zijn vrouw Michelle tijdens de herdenking bij de Edmund Pettus Bridge Beeld ap

Onder aanvoering van James Bevel en Amelia Boynton vertrokken op 7 maart 1965 zo'n 600 actievoerders uit Selma voor een mars naar Montgomery om te demonstreren voor stemrecht voor zwarte Amerikanen. Ver kwamen ze niet. Op een brug buiten de stad werden ze onder toeziend oog van draaiende tv-camera's opgewacht door agenten met knuppels, traangas en honden en grote groepen blanke racisten. Op wat de geschiedenis inging als 'bloody sunday' werden 17 actievoerders het ziekenhuis in geslagen.

De eerste zwarte Amerikaanse president, Barack Obama, stond zaterdag op de plaats waar de politie toentertijd losging op de vreedzame betogers. 'Vijftig jaar na bloody sunday is onze mars nog niet beëindigd. Maar we komen dichterbij', hield hij zijn toehoorders voor. 'De Amerikanen die de brug overgingen waren fysiek niet groot. Maar ze gaven moed aan miljoenen. Ze waren niet verkozen in een ambt, maar leidden een natie.'

President Barack Obama van de Verenigde Staten spreekt tijdens de herdenking Beeld ap

'Beweging veranderde het land voor goed'

Onder de aanwezigen waren ook oud-president George W. Bush en zijn vrouw en het Democratische congreslid John Lewis die destijds meeliep in de protestmars en dat moest bekopen met een schedelbasisfractuur. 'Deze stad aan de oevers van de Alabama-rivier gaf leven aan een beweging die dit land voorgoed veranderde. Ons land zal nooit meer hetzelfde zijn door wat op deze brug gebeurde', aldus Lewis.

De beelden gingen de hele wereld over en dwongen de Amerikaanse federale overheid en president Lyndon Johnson tot handelen. Na een tweede mars op 9 maart en de door racisten gepleegde moord op een dominee was de maat vol. Op 15 maart kwam Johnson met de eerste contouren van zijn Voting Rights Bill, waarmee alle zwarten in de VS stemrecht zouden krijgen. Twee dagen later, op 17 maart 1965, kwam hij met een definitieve versie naar het Congres.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.