Column

Amerika is een derdewereldland op sportschoenen

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Studenten in Texas mogen voortaan een wapen meenemen naar de colleges. Met een wetswijziging die dat mogelijk maakt hopen voorstanders nieuwe massale schietpartijen te voorkomen.' Je leest het en je wilt huilen, maar je lacht. Je lacht om de ongeëvenaarde, karakteristieke Amerikaanse zotheid die langzamerhand een Amerikanofoob van je heeft gemaakt.

Vroeger keek je op naar de Verenigde Staten, maar de adoratie die je ooit voelde, was niets meer dan het verheerlijken van onderontwikkeling. Amerika is geen voorbeeld, het is niet het hoogst haalbare, nee, Amerika is in feite gewoon een derdewereldland op dure sportschoenen.

En wat ik nog het ergste vind, is dat deze wetswijziging wordt ingevoerd door mensen die nimmer gevaar zullen lopen. Iedere doorsnee Amerikaan droomt van het heldendom en daar maken de leiders en politici, voor de zoveelste keer, gebruik van. Vecht voor je land. Sterf voor je land. Wees een held. Ga voor het martelaarschap, dan wachten er 72 cheeseburgers op je in de ­hemel.

Het heldendom is de bungelende wortel aan een touwtje die ervoor moet zorgen dat de ezel doorloopt. Amerikaanse beleidsbepalers zijn zo verschrikkelijk goed in het romantiseren van het heldendom dat er een soort sneuvelbereidheid in de doorsnee Amerikaan is gekropen. Maar wat is een held precies?

Een held schakelt het kwaad uit. Maar wat is het kwaad? Wat is het echte kwaad? Is het echte kwaad een kapotgepeste jongen die de namen van zijn pestkoppen op de kogels heeft geschreven en op een donderdagmiddag schietend de gymzaal binnenwandelt? Of is het echte kwaad iets anders? Bijvoorbeeld dat studenten, door deze wetswijziging, een onoplosbaar probleem moeten oplossen? Dat studenten opeens de trouwe waakhond van een vals baasje moeten zijn?

Ik droom vaak dat ik op 22 juli 2011 op het eiland Utøya aanwezig ben. En dat ik moet kiezen. Ga ik Anders ­Breivik te lijf of ga ik de beste verstopplek op het eiland zoeken? Ben ik zo'n man die de vliegtuigkaper probeert te overmeesteren met behulp van vechttechnieken die ik van de films van Steven Seagal en Jean-Claude Van Damme heb geleerd? Ik weet het niet.

En wat als ik een vuurwapen zou hebben? Zou een vuurwapen mij heldhaftiger maken? Verlaat ik dan
wel mijn verstopplek en schiet ik dan vier gaten in het voorhoofd van Breivik? En als ik niets doe, ben ik dan slecht? Ben ik dan laf? Ik denk het wel, want het dragen van een wapen verplicht je om in te grijpen. Een wapen dwingt je in de richting van het heldendom. Je moet!
Ik moet!

Ik zit in de klas. In de verte hoor ik knallen. Gegil. De hele klas kijkt naar mij, want ik heb een wapen in mijn rugzak. Op de gang is het rustig. Ik hoor voetstappen. Iemand komt de trap op. Het is die irritante gast die steeds mijn naam vergeet. Ook hij heeft een wapen.

Is hij de dader? Ik schiet hem dood. Voorkomen is beter dan genezen. De knallen komen steeds dichterbij. Ik ben bang. De dader wil naar alle waarschijnlijkheid ­iedereen vermoorden, ik wil alleen mezelf verdedigen. Ik ben dus in het nadeel. Ik schiet nog iemand dood.

En nog iemand. Het lijkt net een videogame, maar dan minder realistisch. Ik schiet iedereen dood. En dan hoor ik geen knallen meer.
Zelfverdediging is nog nooit zo onveilig geweest.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden