Plus

Ambulancebroeders werken altijd op het hoogste stressniveau

Ambulance Amsterdam zit klem. De inspectie dreigt met ingrijpen, de vakbond heeft geen vertrouwen en het personeel staat onder grote druk. 'Wij roepen al vijf jaar dat het beter moet.'

De ambulancepost aan de Karperweg in Zuid. Beeld Marc Driessen
De ambulancepost aan de Karperweg in Zuid.Beeld Marc Driessen

De werkdag begon die ochtend om zeven uur en nu, rond half twee, zijn ze in alle hoeken van de stad geweest om onder meer hulp te verlenen na een fietsongeluk, een val in huis en overdadig drugsgebruik.

Tussendoor hebben Jeroen Sjerp en Ivo de Vos, chauffeur en verpleegkundige op de Amsterdamse ambulance even kunnen lunchen op de ambulancepost aan de Karperweg in Zuid. Dat is een luxe. Normaal gesproken komen ze daar niet aan toe en moeten ze het doen met een snelle boterham in de wachtkamer van het ziekenhuis.

Sjerp moet bij elke spoedmelding de ambulance binnen vijftien minuten ter plekke krijgen, spits of geen spits. De Vos moet dan in zijn eentje beslissen welke behandeling het beste is. Inderdaad, nogal een verantwoordelijkheid, beamen ze. Hoort bij het werk.

De piepers gaan, iemand is onwel geworden in de Jan Tooropstraat. De Vos en Sjerp stappen snel in de ambulance en zeggen vriendelijk gedag. Einde interview.

De circa vijfhonderd medewerkers van Ambulance Amsterdam zitten voortdurend op het hoogste stressniveau, zegt verpleegkundige Edwin Boevé, tevens voorzitter van de ondernemingsraad. "Wij rijden elke ochtend met de ambulance weg en mogen dan blij zijn als we die dag nog een keertje terugkeren. Meestal gaan we van de ene spoedrit naar de andere."

Werkdruk
Een rustig ritje zou af en toe helpen, zegt hij. Een verhuizing van een patiënt van het ziekenhuis naar huis, bijvoorbeeld. De zogenoemde a-b-ritjes. Maar ja, die kunnen ook behoorlijk heftig zijn. "Het komt voor dat een patiënt naar huis gaat om te sterven. Dan is het gesprek in de ambulance emotioneel. We vragen wel eens of de patiënt nog ergens langs wil rijden, voor de laatste keer."

Lang niet iedereen kan dit werk aan, zegt Boevé. Bovendien verdienen verpleegkundigen op de ambulance minder dan de collega's in het ziekenhuis. Terwijl ze niet kunnen leunen op de deskundigheid en verantwoordelijkheid van de specialist. Het is moeilijk om nieuwe mensen te vinden. En die zijn wel nodig, omdat het aantal spoedmeldingen flink groeit door onder andere de drukte in de stad.

De werkdruk is slechts een van de problemen waarmee de ambulancedienst kampt. Eigenlijk is het geen moment rustig geweest sinds de ambulancediensten van Verenigd Ziekenvervoer Amsterdam (VZA) en GGD fuseerden in 2012. Kritische inspectierapporten, personeel dat het vertrouwen opzegde in de directie, het verwijt dat de reorganisatie uitmondde in een chaos, verouderd materiaal; het is allemaal langsgekomen. En dan kampt de dienst ook nog eens met verlies, in 2014 bijna twee miljoen euro.

Eind december ontplofte een nieuwe bom, toen de Inspectie voor de Gezondheidszorg nieuwe misstanden rapporteerde: op de vloer van de ambulancesluis lag een langgerekte streep oud bloed van ongeveer vijftig bij vijf centimeter. In de ambulances werden verbandmiddelen, uitzuigkatheters, een maagsonde en meerdere spuiten gevonden met een verlopen houdbaarheidsdatum. In een magazijn waar ook steriele spullen lagen, stond een krat open met vuil materiaal en de registratie van de vaccinaties waren niet up-to-date, en zo verder en zo voort.

Conclusie: 'Het risico voor de patiënt op onverantwoorde zorg is nog altijd hoog' en 'de kans op schade voor de patiënt is aanmerkelijk.'

De inspectie grijpt in of legt een dwangsom op als Ambulance Amsterdam niet voor 1 april orde op zaken stelt. De conclusie kwam hard aan bij de medewerkers. "We werken hard en dan denk je toch: wat doe ik verkeerd?" aldus Boevé.

Bijscholing
Dat de inspectie verbetering wil zien op het gebied van bijscholing van het personeel, daar zijn ze op de post blij mee. Scholing geeft, behalve kennis, ook zelfvertrouwen. Of zoals Boevé zegt: "Dan zit het op je ruggengraat."

Maar dan staat hij ingeroosterd voor scholing en moet hij toch weer op de ambulance, omdat er te weinig mensen zijn. "Dat is wel frustrerend." Dat geldt ook voor het schoonmaken van ambulances. Belangrijk natuurlijk, maar wanneer dan? De volgende spoedmelding dient zich alweer aan.

Het goede nieuws: de verstandhouding tussen personeel en directie bij Ambulance Amsterdam is hersteld na een wisseling van de wacht. Jaap-Frank Ponstein is sinds begin dit jaar directeur, hij heeft jarenlang op de ambulance gereden en weet dus wat er leeft op de werkvloer. Jan Pierik is wat meer op de achtergrond terechtgekomen en houdt zich binnen de directie vooral bezig met de bedrijfsvoering.

Vakbond Abvakabo ligt daarentegen nog altijd op ramkoers. "Wij verwijten de Ambulance Amsterdam al langer onvoldoende zorg te bieden. Daarom hebben wij het vertrouwen in de directie opgezegd," zegt bestuurder Fred Seifert.

Een dergelijke actie van de FNV leidde eerder bij zorgorganisatie Meavita tot claims tegen de top. "Wij roepen al vijf jaar dat het beter moet, maar sindsdien is er niets verbeterd. De politiek en eigenaar AMC grijpen niet in, dus gaan wij op zoek naar mogelijkheden."

De Ondernemingsraad is een stuk milder. Boevé: "We hebben een beroerde periode gekend, maar het gaat de goede kant op."

'Ambulance is compleet anders dan ziekenhuis'


Nog een dikke maand en dan moet Ambulance Amster­dam zijn zaken op orde hebben.
Met de punten waar de inspectie verbetering eist, komt het goed, zegt de nieuwe directeur Jaap-Frank Ponstein. "We hebben een bedrijf ingeschakeld dat elke week de auto's schoonmaakt. Onze mensen checken nu elk kwartaal alle data op steriele middelen en medicijnen. Overal waar nog een klassieke mengkraan zit, komt een elleboogkraan." Ook de registraties van de vaccinaties worden bijgewerkt.

En er is 'code oranje' ingesteld, een initiatief waarbij de directie de werkvloer intensief betrekt bij het verbeteren van de zorg. Heel belangrijk, vindt de top, want de sfeer tussen de directie en de werkvloer is door de jaren heen danig verziekt geraakt. Een vorige directeur heeft al het veld moeten ruimen, zijn collega Jan Pierik mocht aanblijven. Maar onder druk van de ondernemingsraad is Ponstein naast hem gezet. Ponstein, van oorsprong verpleegkundige, zit sinds 1 januari op zijn directiepost en beweegt zich zo veel mogelijk tussen de medewerkers.

Ponstein en Pierik willen geen woord van de inspectie bagatelliseren, maar het verdient volgens hen wel nuance. Allereerst dat de fusie van de twee ambulancediensten in 2012 heel veel organisatie heeft gevergd. Tegelijkertijd groeide het aantal ritten. De ­directie heeft voorrang gegeven aan de spoedzorg en daar hebben het onderhoud, de administratie en scholing onder geleden, zegt men terugkijkend. "Ga ik mijn auto schoonmaken of heeft mijn meldkamer mij nodig voor een volgende rit? Die spagaat herken ik echt," zegt Pierik. "Je wil meer tijd voor preparatiemaatregelen, maar die auto moet ook naar de patiënt."

"Maar er is nog iets: Veel normen en richtlijnen waar wij mee werken, zijn ontleend aan de ziekenhuis- of de verpleeghuiszorg. Dat is een compleet andere setting dan waar onze mensen werken, namelijk op straat en in achterafkamertjes. Het is dan een stuk ingewikkelder om de richtlijnen te volgen," zegt Pierik. Volgens Pierik zal je vergelijkbare zaken tegenkomen als je hetzelfde vergrootglas op andere ambulancediensten in het land zet. "Het is een wake-upcall. We moeten de veelheid aan regels niet voortdurend omarmen, maar ook eens denken: verdorie, wat betekenen die regels eigenlijk voor onze mensen?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden