Plus

Ambtenaar Piet Mijksenaar redde Joden, maar hielp de bezetter ook

Piet Mijksenaar is een treffend voorbeeld van de Amsterdamse ambtenaar die in de oorlog apathisch tegenover 'de Joden' stond. De omstreden topambtenaar werd in Amsterdam op het schild gehesen en kreeg een zaal naar hem vernoemd in de Stopera.

In 1966 nam de gemeente groots afscheid van Piet Mijksenaar (en zijn vrouw) in de RAI. Beeld anp

De Amsterdamse oud-topambtenaar Pieter Jan Mijksenaar lijkt een man met twee gezichten. Hij werd na de Tweede Wereldoorlog geëerd omdat hij twee Joden uit de Hollandsche Schouwburg had gered, iets waarover weinig bekend is. Maar als chef van het Bureau voor Inkwartiering liet hij de gedwongen verhuizingen van de Joden efficiënt en soepel verlopen.

De rol van de ambitieuze Mijksenaar werd onlangs aangestipt in de dissertatie van Stephan Steinmetz over de geschiedenis van Asterdorp, een heropvoedingskamp in Noord dat in de oorlog dienst deed als Joods getto. Mijksenaar (1901-1975) verzorgde de inkwartiering van Duitse soldaten en gedwongen verhuizing van Joden naar getto's, zoals de Transvaalbuurt.

Tuschinski
In juli 1941, nadat burgemeester Willem de Vlugt was vervangen door zijn foute opvolger Edward Voûte, werd Mijksenaar, hoofd van 'afdeling propaganda en vreemdelingenverkeer', benoemd tot chef Bureau Inkwartiering.

Naar de Duitsers stuurde hij 'vertrouwelijk' lijstjes met hotels, pensions, scholen en vastgoed als Tuschinski en het Olympisch Stadion, die hij vorderde voor de Duitse troepen, zo blijkt uit het archief van Bureau Inkwartiering.

Jodenvervolging
"Dit was zijn werk. Maar uit correspondentie blijkt dat hij meer deed dan zijn werk. Hij zette zijn slimheid in en maakte een plan om de verhuizing van de Joden naar getto's en daarmee de Jodenvervolging te versnellen," zegt Steinmetz, die op een brief stuitte van 20 oktober 1942 van Mijksenaar aan de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. Er moesten meer dan 80.000 Joden uit de stad worden gedeporteerd.

In de brief stelde Mijksenaar dat de ontruiming van Joodse huizen vertraging opliep omdat verhuizers soms wel een half jaar op hun geld moesten wachten. Voor de verhuizers was een ingewikkeld declaratiesysteem ontwikkeld. Mijksenaar bood namens de gemeente een garantiestelling aan voor de kosten. Ook bedacht hij dat het kon helpen als de roofbank, die met het ingenomen geld van Joden de verhuizingen betaalde, verhuisnota's met voorrang zou afhandelen.

Reprimande
In het archief zit ook een brief uit augustus 1940 waarin Mijksenaar zijn personeel een reprimande gaf. 'Het is mij gebleken, dat door het personeel van de Hollandsche afdeeling van het Quartieramt niet steeds de vereischte beleefdheid tegenover de officieren van de Stadtkommandantur in acht wordt genomen.' Niet duidelijk is of hij dit schreef om pro-Duitse redenen of dat hij onrust wilde voorkomen.

Op 29 november 1943, nadat Amsterdam 'Judenrein' was verklaard, hield Mijksenaar een lezing voor journalisten die lid waren van de nationaalsocialistische Kultuurkamer over 'de Amsterdamse krant van 1600 tot 1900'. De lezing werd, aldus De Waarheid in 1945, aanbevolen door SS'er Hendrik Lindt.

Zuiveringsmaatregelen
Na de oorlog mocht Mijksenaar van burgemeester Feike de Boer blijven zitten als hoofd van de afdeling Pers en Propaganda. Mijksenaar was intussen toegetreden tot het Militair Gezag, dat belast was met de zuiveringsmaatregelen. Zijn eigen naam komt niet voor in de database van de Zuiveringscommissie, laat een onderzoeker van het Nationaal Archief weten.

Mijksenaar werd half juli 1945 benoemd tot directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst in Den Haag. Enkele weken later werd de benoeming ingetrokken, nadat premier Wim Schermerhorn had gehoord dat Mijksenaar 'fout' was geweest in de oorlog, aldus dagblad Trouw in 1995. Steinmetz: "Hij viel af voor die functie omdat er geruchten waren over zijn oorlogstijd." Na een onderzoek van de RVD werd hij schoon verklaard. De RVD bekijkt desgevraagd of zij het onderzoek boven water kan krijgen.

Tegenstrijdige houding
Mijksenaar was een treffend voorbeeld van de tegenstrijdige houding van Amsterdamse ambtenaren, aldus Steinmetz' dissertatie. Als het om de Joden als anonieme groep ging hadden zij 'geen empathie, geen antipathie, of sympathie'. "Dan heerste de apathie. (...) Vele ambtenaren hebben een Joodse bekende geholpen, weinigen de talloos onbekenden."
Zijn 'tegenstrijdige' houding was geen belemmering om ruim tien jaar na zijn dood een zaal in de Stopera naar hem te vernoemen.

Een 'absurd' initiatief, vindt de Joodse activist Ronny Naftaniel. "Dat deze overijverige ambtenaar die de Jodenvervolging heeft gefaciliteerd een zaal naar zich vernoemd heeft gekregen, is een schande. Die naam kan niet blijven. Waarom hebben we anders ook geen Mengelbergzaal?" zegt Naftaniel, die een brief naar burgemeester Eberhard van der Laan gaat sturen.

De gemeente zegt in een reactie de uitkomsten van de dissertatie te zullen bestuderen.

Volop geprezen
Na de oorlog rees de ster van Pieter Jan Mijksenaar, die hoofd van de gemeentelijke afdeling voorlichting was, tot ongekende hoogte. Hij vergezelde de burgemeester op buitenlandse reizen en werd 'Mister Amsterdam' genoemd.

Voor zijn vijftigste verjaardag, kreeg hij een groot diner aangeboden. 'Door zijn tactvol optreden in de oorlogsjaren heeft mr. P.J. Mijksenaar veel voor de Amsterdammers ten goede gedaan,' aldus een persbericht. Mijksenaar had twee Joden uit de Hollandsche Schouwburg gered. Toen hij op zijn 65ste 'eervol ontslag' kreeg, organiseerde een comité een groot afscheid in de RAI. Mijksenaar werd thuis met een Rolls-Royce opgehaald en toegesproken door burgemeester Gijs van Hall.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden