Column

'Altijd aan het werk en de terreur van je eigen schuldgevoel'

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

Het schemerde, de wind joeg om het huis en uw ­columnist van dienst zat, verdomd als het niet waar is, te janken bij de kerstcommercial van Albert Heijn. En dat was niet eens de eerste traan die ik die dag liet, want even daarvoor had een filmpje van een verlamde hond op wielen me ook al te grazen genomen. ­

Gelukkig was De Man niet thuis, dat scheelde een verschutting. Echt verrassen deed het me overigens niet. Elk jaar zo rond december verzwaart mijn gemoed en hoe dieper de maand, hoe weker het hart. Het heeft te maken met de lichtjes in de boom, de verbroedering op straat, het beste uit de Top 2000 en de streep onder het werk, en die weekhartigheid gaat net zolang door tot Eagles Hotel California me zonder further ado het nieuwe jaar in schopt.

Maar het heeft ook met tijd te maken, tijd die je verkeerd besteedde en ineens mist als je eindelijk stil staat. Want hoe vaak had ik dit jaar tijd gehad voor dingen? Weinig. Op zondag naar de bioscoop? Nauwelijks. Spontaan bij iemand langs? Zelden. Een avond in de lampen, doorgaan tot het einde en ach-vooruit-nog-eentje-dan? Ja, oké, een paar keer, maar mooi dat ik de dag erna alweer zuchtend en steunend achter de computer zat, want nog effectiever dan de angst voor een boze baas is de terreur van je eigen schuldgevoel.

Waar ik wel tijd voor had: me wild ergeren aan de mensen die wél de tijd voor zichzelf namen. Aan bakfietsmoeders aan de wijn op dinsdagmiddag. Aan stonede ­gozers in een coffeeshop op een woensdagochtend. Aan loketten die op vrijdagmiddag sluiten, aan out of office replies, aan papadagen, aan mensen met kerstpakketten en mensen die klaagden over kerstpakketten, aan iedereen die niet doorliep, niet opschoot en niet mee deed.

En zo negeerde ik zelfs het leven dat zich min of meer toevallig aan me presenteerde. Drie giechelpubers op het bankje voor de Hema. Een lone wolf in het Westerpark. Twee oude rotten die voor de reclassering aan de Wibautstraat een potje stonden te basketballen. Geen tijd, geen tijd. Maar het dieptepunt kwam vorige week, toen ik op weg was naar een interview en ik een vrouw op de Middenweg haar hond een harde klap voor zijn kop zag geven.

Zag ik dat goed? Ja, pats, wéér een. De hond hapte. Ik stopte. 'Gáát het?' vroeg ik de vrouw, terwijl ik het bloed naar mijn hoofd voelde stijgen. De vrouw keek me woedend aan, siste iets vuils en liep toen door, de hond strak aan de riem, een kleiner hondje dribbelend achter haar aan. Heel even stond ik in dubio. Maar toen reed ik door. Want ik dacht: ik kom te laat. Slappe hap.

Voltaire zei: 'In de ene helft van ons leven offeren we ons leven op om geld te verdienen, in de andere offeren we geld om weer gezond te worden. En al die tijd gaan gezondheid en leven er zachtjesaan van door.'

Volgend jaar wordt alles anders.



Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden