James Worthy. Beeld Agata Nowicka
James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Alsof ik de wenslamp van Aladin in mijn handen had

PlusJames Worthy

In 2007 kocht ik in het Vondelpark de eerste twee albums van Bloc Party. Nagenoeg precies in het midden van het park stond een man met zijn twee kinderen achter een rommelig kleedje. Ik zag weinig interessante dingen liggen. Een houten poppenwagen zonder pop, een pak stofzuigerzakken, een staand fotolijstje zonder voet, een vlooienkam, een uitneembare autoradio van het merk Kenwood en groene waterschoenen in maat 48.

Ik pakte de waterschoenen op en keek naar het schoeisel alsof ik de wenslamp van Aladin in mijn handen had.

“Ik heb ze maar drie keer gedragen hoor,” zei de man.

“Waarom zo weinig? Zitten ze niet lekker?”

“Ze zitten heerlijk. Je kunt een marathon op die dingen lopen. Echt waar! Maar ik vond het gewoon gek om ze aan te hebben. Ik heb maat 48, weet je wel. Mijn voeten zijn te groot om bang voor scherpe schelpjes te hoeven zijn. Welke maat heb jij eigenlijk?”

“Ik heb maat 43.”

“Maar dan ben ik bang dat deze waterschoenen helaas veel te groot voor je zijn.”

“Dat is juist waarom ik ze wil kopen. Dat ik met mijn vriendin op vakantie ga en dat ik deze dingen uit de strandtas haal. En dat ze dan zegt dat mijn waterschoenen veel te groot zijn. En dat ik dan zeg: ‘Inderdaad, ik zwem in die dingen.’”

“O, ik begrijp het. Dat zou inderdaad hilarisch kunnen worden.”

“Wat kosten ze eigenlijk?”

“Ik vind 10 euro wel een redelijke prijs.”

“Voor tweedehands waterschoenen?” vroeg ik.

“Ze zijn eerder anderhalvehands. Ik heb ze maar vier keer gedragen.”

“Net zei je nog drie keer.”

“Ik was een vakantie vergeten. Een vakantie met de schoonfamilie. Die vergeet ik altijd. Die probeer ik altijd te vergeten.”

“Dat begrijp ik, maar het vertrouwen is nu wel een beetje weg. Wat is het verhaal achter die vlooienkam?”

“Dan moet je even met me meelopen, want dat mogen de kinderen niet horen.”

De man en ik gingen achter een boom staan en hij begon te fluisteren. Ik haalde twee blikjes bier uit mijn rugzak en gaf de minst koude aan hem.

“Onze kat is overleden, dus in feite hebben we die kam niet meer nodig. Heb jij een kat?”

“Ja, maar ik heb al een vlooienkam.”

“Maar ben je echt tevreden over die kam?”

We liepen terug naar het kleedje. Zijn kinderen stonden er nog. Die hadden zichzelf in de tussentijd niet verkocht.

“En die stofzuigerzakken?” vroeg ik.

“Mijn jongste dochter is bang voor het geluid van onze stofzuiger, dus we gebruiken alleen nog maar een bezem.”

Ik ging door mijn knieën en graaide wat in een rieten koffer die gevuld was met cd’s.

“Hou je van muziek?” vroeg de man.

“Ja. Zoals Youp van Debby.”

Ik stopte een cd in mijn discman, rekende af en drukte op shuffle. Kele Okereke begon te zingen en ik was niet meer alleen.

‘We left our trousers by the canal.
And our fingers, they almost touched.’

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden