Column

Als je nooit te oud bent om te leren, dan ben je toch ook nooit te jong om te lezen?

Mano Bouzamour
Mano Bouzamour. Beeld Floris Lok
Mano Bouzamour.Beeld Floris Lok

Elke zaterdagochtend vertrokken mijn vader en ik naar de Jozef Israëlskade. Ter hoogte van het Berlage Lyceum parkeerde hij de donkerblauwe Renault 21. Het was een verlengde versie. De auto had veel weg van een begrafeniswagen. Mikpunt van spot op het voetbalveldje van het Henrick de Keijserplein als mijn vader langsreed:

'Wie is er vandaag overleden?'
'Je moeder.'
'Wat zei je?'
'Je hoorde me goed.'
'Zeg het nog een keer dan.'
'Nog één opmerking over die auto en je belandt in een kist achterin,' zei ik dan en pakte de bal van iemands voet en speelde snel en stoïcijns verder.

Mijn vader was dol op die auto. In de ochtenden sleutelde hij eraan, terwijl ik op de achterbank onder een dun dekentje een boekje lag te lezen, de verwarming zachtjes suizend. 'Pudding Tarzan' van Ole Lund Kirkegaard vond ik briljant. Net als boeken van Thea Beckman, Paul van Loon en brute biografieën over dictators. Ik vond dat als kind enig om te lezen. Paul van Loon lijkt ook wel een beetje op een verknipte dictator.

Een keertje wilde ik een boek over het leven van Saddam Hoessein lenen bij de bieb. Er werd mij verteld dat ik te jong was. Ik probeerde: 'Als je nooit te oud bent om te leren, dan ben je toch ook nooit te jong om te lezen?'

'Regels zijn regels.'

Daar wilde ik niets van horen, dus op een onverhoeds moment gooide ik het boek, hupsakee, over de alarmpaaltjes bij de uitgang. Niet mijn leergierigheid en zelfontplooiing belemmeren, boezemloze bibliothecaresse. Ooit zal ik voor de krant schrijven, kut.

Saddams favoriete boek was 'De oude man en de zee' van Ernest Hemingway. Het interessevonkje sloeg over, een week later las ik Hemingway. Saddam was in zijn jeugd schaapherder geweest. Die lijn trok hij zijn leven lang door. Als president doe je namelijk hetzelfde, een kudde schapen hoeden. Wie van het pad afdwaalt, wordt gecorrigeerd.
Vanaf de achterbank van de lijkwagen aan de mooie en lieflijke Jozef Israëlskade ontdekte ik de wereld. Stephen King verwoordt het raak: 'Boeken zijn draagbare magie.'

Als mijn vader klaar was met sleutelen, pakten we samen de tas vol beschimmeld brood en legden we beslag op het bankje waaromheen plastic bekertjes, lege wodkaflessen en uitgesmeulde jointjes op de grond lagen. Eenden en meeuwen kwamen van heinde en verre op ons afgestormd. Een waterveldslag brak uit.

's Zomers kwam het verkeer op het water vroeg op gang. Opvarenden van luxe sloepen begroetten ons vriendelijk. Als bootjes elkaar passeren, wordt er gretig geknikt en gezwaaid, waarom hanteren we op straat niet dezelfde beleefdheid?

Gerard Reve heeft trouwens aan de kade gewoond, hij heeft er zijn debuutroman geschreven. In 'De avonden' woont de hoofdpersoon aan de Schilderskade. Jozef Israëls was een schilder. Waarom staat er geen ruiterstandbeeld van Reve op de kade?

m.bouzamour@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden