Opinie

‘Als je écht niks tegen homo’s hebt, Ilyas, laat het dan ook zien’

Intense haat en vervolgens de vermoorde onschuld: de homofobe aanval door de 15-jarige Ilyas én zijn eigen reactie erop zijn akelig herkenbaar voor Yaïr da Costa, voormalig voorlichter over homoseksualiteit.

Still uit het filmpje dat slachtoffer Fabio Viana op Facebook postte.Beeld Fabio Viana/Facebook

Tweede Paasdag zag ik een verschrikkelijk filmpje op Facebook. In de video wordt een homokoppel uitgescholden door een Marokkaans-Nederlandse jongen, terwijl een ander hen bespuugt. Kort daarna verscheen een video van vlogger Youness Ouaali, waarin een van de jongeren – Ilyas – zijn verhaal doet. 

Beide filmpjes brachten nare herinneringen naar boven van de keren dat ik zelf geconfronteerd werd met intense homohaat. Die confrontaties zetten me er ooit toe om voorlichting te gaan geven op middelbare scholen voor het COC – belangenorganisatie voor lhbti’s – en om in 2007 op wervingsposters van de politie te staan met de tekst: ‘Hij heeft je nodig om hand in hand te kunnen lopen met zijn vriend.’ 

Hoe cru om er dertien jaar later mee geconfronteerd te worden dat die tekst nog even relevant is.

(Te) lieve stad

Het gesprek met Ilyas doet me denken aan een soortgelijk incident in 2009. Mijn toenmalige vriend en ik gaven elkaar in de trein een kus op de mond, toen net op dat moment twee Marokkaans-Nederlandse jongeren voorbijliepen. “Tfoe!” begon het. Ik vroeg de jongens om door te lopen als het hen niet beviel. Er was verbale agressie, de gebruikelijke fluim vloog door de lucht en raakte mijn vriend. Verstijfd van angst liet die de klodder speeksel op zijn arm zitten. 

De spoorwegpolitie was er snel bij. Maar eenmaal in de kraag gevat, zette een van de jongens zijn puppy-oogjes op: “Ja maar meneer, hoe had ik anders moeten reageren als hij iets over mijn moeder zei?” Alsof hij het slachtoffer was en ik de boeman. Toen hij mijn verbolgen gezicht zag, moest hij een grijns op zijn gezicht onderdrukken. Hij wist dat hij ermee weg zou komen. Dat bleek ook zo te zijn: hoe behulpzaam de politie ook was, mijn aangifte mocht niet baten. 

Op dat moment had ik het gevoel dat deze stad te lief was voor mensen met zoveel haat.

Gebaseerd op mijn ervaringen heb ik het idee dat Ilyas – wellicht geholpen door vlogger Ouaali – nu eenzelfde stunt uithaalt. In hun ogen zijn zíj het slachtoffer omdat ‘die homo’s’ – een door beide heren veelvuldig gebruikte term in het ‘interview’ – iets over moslims gezegd zouden hebben. 

Maar het Facebookfilmpje, daar is geen woord Latijn bij. Hoe kan Ilyas in het interview beweren dat hij ‘niks tegen homo’s heeft’ terwijl hij een dag daarvoor nog roept dat ‘in Amsterdam gays are not normal’, naast het gebruikelijke ‘kankerhomo’?

Ook de rol van Ouaali vind ik dubieus. Hij stelt suggestieve vragen, en zaken die echt niet kunnen worden gebagatelliseerd. Als Ouaali zegt dat je als je boos bent je toch ook ‘kutneger’ kan zeggen en dat er bij homohaat overdreven gereageerd wordt door ‘de media’, dan heb je het empathisch vermogen van een betonschaar.

Medelijden

Jaren van voorlichting geven over homoseksualiteit op Amsterdamse scholen hebben me geleerd dat het eerder regel dan uitzondering is dat leerlingen met een agrarisch-islamitische achtergrond veel moeite hebben met lhbti’ers, en dat de opvoeding door de ouders daar flink debet aan is. “Mijn ouders staan achter me,” zei Ilyas nog. Ja, Ilyas, dat kan ik goed begrijpen. Mijn strenggelovige ouders stonden ook achter me toen ik op de basisschool op het matje werd geroepen omdat ik zei dat ‘homo’s naar de hel gaan’.

In dat opzicht heb ik oprecht medelijden met jongeren als Ilyas. Ik was zelf ooit een homohater, maar dat was denk ik om mijn eigen homoseksuele gevoelens te versluieren. Hetzelfde gold voor twee van mijn buurtgenoten in Osdorp, toevallig ook van Marokkaanse komaf. Eentje schold me uit en bespuugde me tijdens een voorlichting op zijn school. De ander volgde met bedreigingen toen eenmaal in de wijk rondging dat ik andersgeaard was. 

De ironie wil dat ik later met een van mijn bespugers jarenlang een seksuele relatie heb onderhouden terwijl de ander transgender bleek te zijn. Twee onzekere jongeren met een migratieachtergrond die nooit zichzelf hebben kunnen zijn binnen de eigen gemeenschap en daarom hun frustraties maar botvierden op de mensen die dat wél konden.

Haat lost niks op

Wat betreft Ilyas wil ik echt geloven dat hij niks tegen homo’s heeft. Dat hij wil leren van zijn fouten en het goede voorbeeld wil geven. 

Met die gedachte roep ik hem daarom ook op om zich aan te melden als voorlichter bij het COC of het project Gelijk=Gelijk van maatschappelijk innovatiebureau Diversion. Bij beide organisaties heb ik met ontzettend veel plezier gewerkt. Zo staan bij Gelijk=Gelijk drie ‘peer-educators’ zij aan zij voor de klas: een moslim, een jood en een lhbti’er. Samen hebben we laten zien dat haat niks oplost, maar dat we gewoon samen kunnen leven. Sterker nog, deze biseksuele jood werkt nu samen met islamitische collega’s waar hij letterlijk een kogel voor zou vangen. Het kan dus wel.

Dus Ilyas, als je écht oprecht was, word dan voorlichter! Laat aan je stadsgenoten weten dat het niet uitmaakt of iemand homo is. Dat deze stad lief is voor iedereen die lief is voor de ander. Als je de juiste wegen niet weet te vinden, geen probleem: ik help je graag op weg.

Yaïr da Costa is masterstudent op de Nederlandse Defensieacademie, stond in 2007 als ‘homo’ op de wervingsposter van de politie Amsterdam-Amstelland en gaf jaren voorlichting op Amsterdamse scholen over homoseksualiteit, discriminatie en racisme voor het COC en Diversion.Beeld Hulya Kilicaslan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden