‘Als ik te veel zin heb, ga ik door de stad lopen’

PlusTheodor Holman

Om zes uur ’s ochtends was het nog donker. Er scheen ‘droef lantaarnlicht.’

Amsterdam leek verlegen. De schoonheid van de stad geneerde zich ervoor dat het verwoestende virus de stadspoorten was binnengeslopen.

Koos blafte tegen iets wat in het grachtenwater viel.

Ik liep over een brug en even later passeerde ik een man op een bank van wie ik vermoedde dat hij dakloos was.

“Ik voel me goed,” zei hij zomaar, “en jij?”

“Fysiek een negen, psychisch een drie, dus een zes gemiddeld.”

De man ging verzitten, lokte Koosje naar zich toe en zei: “Ik voel me nutteloos. Jij hebt nog een hondje dat je uitlaat. Als ik een hond had, lulde ik ’m de hele dag gezellig de oren van z’n kop. Maar nu… Ik voel me nu nutteloos.”

“Hoezo?”

“Ik zit thuis, heb geen vrouw meer, nooit kinderen gehad en ik vond het leven al volkomen kut en vind het nu, met die corona, alleen nog maar kutter geworden.”

“Dan hoef je je nog niet nutteloos te voelen.”

“Jawel, want ik kan ook niks. Dat vind ik niet zo erg. Maar ik sta op en voel me kut, luister naar de radio en ik vind de radio kut, ik zet de tv aan en vind de tv kut, ik pak de krant uit de bus, ik vind de krant kut. En dit gaat maar door, de hele dag. Ik kijk naar Jinek. Kut! Ik kijk naar Op1. Kut! Al die smoelen! Ik vind ze allemaal kut! En ik vind naar bed gaan ook kut!”

“U lijkt me niet zo oud om alles vervelend te vinden.”

“Ik zei dat ik alles kut vind. Niet vervelend. Kut is erger dan vervelend!”

“Mist u uw vrouw?”

“Ze is bij me weggegaan, omdat ik dronk. Toen ik niet meer dronk, ging zij dood. Maar ik drink niet meer. Want drinken is zelfmoord. Die strijd moet ik ook nog eens voeren. Die is ook kut.”

“Toch voert u die strijd… Waarom?”

“Ik heb verder niks, alleen die strijd. En ik heb zo’n zin om te drinken. Dus als ik te veel zin heb, dan ga ik door de stad lopen. Maar tot hoever kan een mens lopen?”

“Tot hij zichzelf tegenkomt, op een bank zittend.”

We namen afscheid en hij zei: “En heb je misschien een tientje voor me? Ik zweer dat ik er geen drank van koop.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden