Column

Als ik te lang naar een vliegtuig staar, stort het neer

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik lig op een kleedje in het Vondelpark. Het gras is droog, dus ik weet eigenlijk niet waarom ik op een kleedje lig. Sinds wanneer ben ik vies van gras?

Boven me gaat een vliegtuig van links naar rechts. Het laat een dikke streep slagroom achter in de lucht. Als ik naar vliegende vliegtuigen kijk, tel ik altijd tot twaalf. En op twaalf moet ik weer naar iets anders kijken, want als ik te lang naar een vliegtuig staar, stort het neer.

Op de twaalfde tel sluit ik mijn ogen. De vliegtuigmotoren blijven ronken. Gelukkig. Vandaag zal er niets neerstorten.

Ik hoor een hond blaffen. Ik ben bang voor honden, ­en toch probeer ik mijn ogen zo lang mogelijk dicht te houden. De hond rent nu op mijn kleedje af. Ik weet het ­zeker. Het is een grote hond. De allergrootste.

Zijn halsband is zo groot dat hij een van de ontelbare ringen van Saturnus had kunnen zijn. De hond gaat mijn gezicht van mijn schedel afscheuren. Ook dat weet ik zeker. Daar komt ie aan. Ik kan hem al ruiken. Over een paar seconden kauwt hij kuiltjes in mijn wangen.

"Ken ik jou niet ergens van?"

Ik open mijn ogen en zie een vrouw die ik ook ergens van ken, maar ik weet niet waarvan.

"Herken je me niet?" vraagt ze.

"Nee."

"Ik jou ook niet."

En op het moment dat ze zegt dat ze me niet herkent, herken ik haar weer; ze is die ene vrouw die me nooit herkent.

Ze draagt een geel jurkje en haar zwarte haar hangt als een gordijn van dropveters over haar voorhoofd heen. Tussen haar voortanden zit een spleetje waar precies twee pakjes vloei tussen passen. Ik heb zelf ook zo'n spleet. Al vind ik dat niet heel mooi klinken. Een spleet tussen de tanden. Ik noem het liever catamarantanden.

"Is dat jouw hond?" vraag ik.

"Ja, heb je iets tegen honden?"

"Ik ben bang voor ze."

"Waarom?"

"Ik ben eigenlijk voor alles bang."

"Waar ben je op dit moment bang voor?"

"Dat mieren de wereld over gaan nemen. Serieus. En het gekke is dat ik het ze nog gun ook. Ze hebben het verdiend die mieren. Slechter dan wij kunnen ze het toch niet doen."

"Volgens mij hebben wij een keer gezoend. Jij bent toch een vriend van Joris?"

"Nee, ik ben bang voor vriendschappen."

"Ben je altijd al bang geweest?"

"Nee, het begon toen ik zeventien jaar oud was. Ik weet ook niet waarom. Op een dag voelde ik dat er op ­alle daken van Amsterdam sluipschutters lagen. En dat ik uitgeschakeld moest worden."

"Maar je bent helemaal niet zo belangrijk."

"Mijn psycholoog zegt dat het daar ook mee te maken kan hebben. Dat angst me belangrijk laat voelen."

"Ja, ik denk dat we een keer gezoend hebben. Misschien op Koninginnedag?"

"Nee, ik ben bang voor grote groepen mensen. Ook voor kleine groepen mensen trouwens. En voor gereedschap. Voor tafelcirkelzagen bijvoorbeeld. Soms staat er zo'n ding op straat. Onbemand. Er ligt een wirwar van verlengsnoeren op het trottoir. Ik begin dan te zweten. Mieren hebben gelukkig nooit gereedschap nodig."

"Misschien hebben we toch niet gezoend. Je bent raar. Je lijkt blij te zijn dat je altijd bang bent."

"Niet blij, maar ik zie het ook zeker niet als een stoornis. Angst is..."

"Angst is wat?"

"Angst is het creatieve neefje van fantasie."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden