Als ik nu jong was geweest, had ik lak aan het gevaar

PlusTheodor Holman

Als ik nu 18 zou zijn, nam ik alle risico’s. Met mijn vrienden ging ik stiekem wat drinken, meisjes verleiden en naar de illegale bioscoop. Ergens op een verlaten weiland gingen we voetballen. Wat zou me kunnen gebeuren? Vrij weinig, gezien de cijfers. Ik zou zeggen: ik kan ook onder een auto komen, mam, of omkomen door een andere ziekte. Zou ik dan dom zijn? Asociaal? Naar mijn grootouders zou ik niet gaan. Lief toch?

Als ik nu 25 zou zijn, zou ik het moeilijker hebben. Vermoedelijk was ik ongelooflijk verliefd. Op een andere vrouw, bedoel ik, want ik was waarschijnlijk al getrouwd. Op mijn twintigste had ik, op aandringen van mijn ouders, in het huwelijk moeten treden omdat ik mijn toenmalige vriendin zwanger had gemaakt. Coronavirus of niet, die nieuwe vrouw op wie ik verliefd ben, moet en zal ik bezitten. Tegen beter weten in neem ik alle risico’s.

Als ik nu 37 zou zijn – met twee kinderen bij een nieuwe moeder – zou ik een klein bedrijf hebben. En geen geld. Door het coronavirus staat alles stil. Ik krijg wel geld van de overheid, maar te weinig. Vlak voor het corona­virus in Nederland kwam, kreeg ik een aanbod van een Italiaanse miljonair uit Bergamo en een Chinese miljonair uit Wuhan. Ja, ­sorry, zo gaat het soms. En ik moest erheen, niets aan te doen, om mijn bedrijf te redden. Rot op, met je corona. Ik ging mijn bedrijf redden.

Was ik nu 48, dan zou ik tijdens gesprekstherapie zeggen dat het heel goed met me gaat. Bij de anderen gaat het ook heel goed. Eenmaal thuis ben ik woedend, want mijn vriendin heeft mijn drank verstopt. “Doe toch niet, doe toch niet!” schreeuwt ze. “Rot op, hoer!” zeg ik.

Terwijl zij een ijsklontje tegen haar oog houdt, vind ik de fles op de plek waar ik hem zelf had verstopt, onder het bed. Als zij haar koffers pakt, loop ik naar buiten naar verschillende supermarkten om wat drank te kopen. Ik bots tegen wat mensen op. “Sodemieter op, met je kutcorona,” roep ik.

Als ik nu 80 zou zijn, dan zouden mijn kinderen me in een verzorgingstehuis hebben gestopt omdat ze denken dat ik niet meer goed bij ben. Ze vergissen zich. Ik weet wat er aan de hand is en ben gewend geraakt aan het geluid van door de gangen rijdende doodskisten. Ik laat me door alle aanwezigen hier in mijn gezicht hoesten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden