Plus

'Als ik nu door Amsterdam loop, heb ik het gevoel dat ik Joël Blum tegen kan komen'

Als de Israëlische schrijver Joël Blum in het Joods Historisch Museum beelden ziet van zijn moeder met een vreemd jongetje op haar arm, kantelt zijn wereld. Emuna Elon laat hem het mysterie onderzoeken.

Bij De zee bij Katwijk van Jan Toorop vindt hoofdpersoon Joël Blum flarden van herinneringen terug. Beeld Rijksmuseum

De afspraak is in het Joods Historisch Museum, plaats waar de plot van haar boek Sonja's zoon begint. Vandaag is de Israëlische schrijfster Emuna Elon (63) er met haar zes volwassen kinderen, die haar bijstaan tijdens haar eerste bezoek aan Amsterdam sinds de dood van haar echtgenoot, rabbijn en voormalig Knessetlid Binyamin Elon, een jaar geleden.

Vier jaar geleden was ze met hem in het Joods Historisch Museum en zagen ze er de beelden van een Joodse bruiloft in oorlogstijd - inspiratie voor haar vierde roman, die nu in Nederlandse vertaling is verschenen. "Het verhaal kwam gewoon naar me toe. Het móest worden geschreven."

In Sonja's zoon reist de gevierde Israëlische schrijver ­Joël Blum, een in zichzelf gekeerde man, met zijn vrouw naar ­Amsterdam om zijn nieuwste roman te promoten. Tegen zijn zin, in een hoek gedreven door zijn Amsterdamse uitgever - zijn moeder heeft hem toen ze nog leefde de belofte afgedwongen dat hij nooit de stad zou bezoeken waar zij haar man voor het laatst zag, stad van haar oorlogsherinneringen.

Tijdens een bezoek aan het Joods Historisch Museum herkent Blum zijn moeder op filmopnamen van de Joodse bruiloft. Maar in het blonde jongetje op haar arm herkent hij zichzelf niet. Blum besluit zijn verdere promotietrips af te zeggen om in Amsterdam het verleden van zijn moeder en het raadsel van dat jongetje te onderzoeken - ook weer materiaal voor een boek.

Gaandeweg Sonja's zoon raken heden en verleden steeds meer vervlochten en ziet Blum overal in het Amsterdam van nu de sporen van toen.

Met de omzwervingen van de schrijver Blum hebt u een uiterst Amsterdams boek geschreven. Wat betekent de stad voor u?
"Toen ik hier door de straten liep, raakte ik diep doordrongen van het besef dat deze stad dezelfde is als de stad van toen, dat zich te midden van de grote schoonheid zulke verschrikkelijke dingen hebben voltrokken. Het contrast ervoer ik als zo meedogenloos, dat ik dat onder woorden moest brengen."

"Wij Israëli's hebben die connotaties wel met Duitsland of Polen, met Parijs ook, maar hier komen toeristen uit Israël vooral voor de mooie dingen, de grachten, de musea, de bloemen, de fietsen - alle dingen die voor julie zo vanzelfsprekend zijn."

"Maar die straten, dat waren de straten waar ik toen als Joodse niet had mogen lopen, de trams waren de trams die ik niet had mogen nemen. Ik kon dat verleden zien en voelen in het heden. Bij Joël Blum gaat dat door elkaar vloeien, maar in mijn eigen beleving was dat net zo. Het is niet mijn verhaal, ik kom hier niet vandaan, maar het is mijn verhaal geworden."

Vissersvrouw met kind op de arm van Jacob Israëls. Beeld Rijksmuseum

Hebt u zich net als uw hoofdpersoon in de stad gevestigd om dit boek te schrijven?
"Niet zolang als Joël Blum, maar wel een maand, net als hij in een hotel in de buurt van het Museumplein. De meeste research heb ik thuis gedaan, onder meer in het Yad Vashem in Jeruzalem."

"In Amsterdam heb ik het huis in de Jacob ­Obrechtstraat uitgekozen dat Blum kiest als het huis waar hij met zijn ouders en zus gewoond zou kunnen hebben. En ik zag net zoals hij de vrouw op de fiets met een baby en een klein meisje waarin hij de figuur van zijn moeder spiegelt. Het verhaal stroomde van alle kanten naar me toe, ik hoorde en voelde het in de straten."

U laat Sonja en haar man en hun Joodse vrienden lang denken dat het wel zal meevallen hier.
"Dat is een gevoel waarmee ik me heel goed kan identificeren. De oproepen, het opgeven van hun eigendommen, de Jodenster, stap voor stap werd hun leven van hen afgenomen. Maar ze bleven geloven dat wat er in Duitsland ­gebeurde, hier niet kon."

"Neem die beelden van dat Joodse huwelijk in het museum. Iedereen draagt een Jodenster, maar ziet er blij uit. Ze hebben geen idee wat er aan gaat komen. Het besef wat hun werd aangedaan, kwam pas op het laatste moment. Mensen kunnen ook niet bevatten dat zulke gruwelijke dingen kunnen gebeuren. We willen geloven dat we ­elke stap weer vaste grond onder onze voeten vinden en dat er geen afgrond is."

"Voor mij, iemand die niet uit deze stad en dit land komt, is die afgrond hier letterlijk zichtbaar in al het ­water. Het water onder die vaste grond dat borrelt en bruist om naar boven te komen - en dat doet het hier. Hier zie je hoe de mensheid tegen het water moet strijden om te kunnen bestaan."

U beschrijft het Museumplein, waar de mensen op het gras liggen zonder besef van de sporen van de oorlog om hen heen. Raakt dat u, net zoals Blum wordt ­geraakt?
"Het is gewoon hoe we zijn. Ik ben altijd heel huiverig om te veroordelen. Je kunt alleen vanuit je eigen perspectief kijken. Ik weet niet hoe ik daar als Nederlander tegenover zou staan. Schrijver Joël Blum kijkt met mijn Joodse blik; hij schrijft over zichzelf, maar daarmee eigenlijk ook weer over mij - omdat de kern van zijn verhaal míj overviel in Amsterdam."

"Ik moet denken aan die tekening van Escher van de twee handen die elkaar vasthouden. Hoe meer hij over zichzelf ontdekte, hoe meer ik over mijzelf ontdekte. Het is een onderzoek naar je eigen identiteit dat nooit ophoudt. Een beter besef van het verleden grijpt ook in het heden in."

Kunst, en de musea aan het Museumplein, spelen een belangrijke rol in uw boek. Blum vindt zichzelf terug in moeder-en-kindportretten van Jacob Israëls. Essentieel is ook De zee bij Katwijk van Toorop, dat hij als jong kind blijkt te hebben gezien. U bent een liefhebber?
"Ik kwam elke dag in het Rijksmuseum of het Van Gogh. In die schilderijen komt het allemaal samen. Zoals een schilderij tot stand komt, schildert de schrijver zijn verhaal."

Emuna Elon Beeld -

"Blum heeft maar een paar flarden, wat herinneringen, wat plekken, en met al die losse draadjes moet hij een stof weven, gebruikmakend van zijn verbeeldingskracht. Daarom moest ik ook een schrijver van hem maken. Heel grappig, toen mijn boek in Israël verscheen, zei iemand tegen me: 'Wat is die Joël Blum lui zeg, dat hij u zijn verhaal laat opschrijven. Dat had hij zelf toch ook kunnen doen?'"

Hoe werd uw boek in Israël ontvangen?
"Veel mensen kwamen naar me toe en zeiden dat het hún verhaal was, dat van hún familie. Mensen zeiden ook dat ze nu hun ouders veel beter begrepen. Maar het helpt ook mensen zonder Nederlandse achtergrond hun identiteit beter te begrijpen. Vroeger ís belangrijk."

"Ik vond het altijd leuk om boeken te schrijven, maar ik wist niet of mijn boeken ertoe deden, of ze de wereld werkelijk iets brachten. Nu heb ik dit verhaal geschreven, dat voor veel mensen betekenis heeft. Dat is een cadeau dat de stad mij heeft gegeven."

"Als ik nu door Amsterdam loop, heb ik het gevoel dat ik Joël Blum tegen kan komen en Sonja en Eddy. Ik zie ze, ik voel ze. En mijn hart huilt om hen. Ze staan voor zo verschrikkelijk veel mensen. Het is niet te bevatten, nog altijd niet."

Emuna Elon, Sonja's Zoon, vertaling Hilde Pach, Atlas Contact, 321 blz., €19,99.

Rabbijnen en geleerden

Emuna Elon is opgegroeid in Jeruzalem en New York in een familie van rabbijnen en geleerden. Jarenlang schreef Elon een wekelijkse politieke column voor een grote Israëlische krant en ze heeft essays, korte verhalen, kinderboeken en romans geschreven. Ze won voor haar werk onder meer de de Gold Book Prize van de Book
Publishers Asso­ciation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden