Plus PS

Als het ouderlijk huis leeg moet: 'Niet sentimenteel doen, hoor'

Niet sentimenteel doen, neemt journalist Sandra Donker (49) zich voor bij het leeghalen van het ouderlijk huis. Dat valt niet mee, tussen de liefdesbrieven en sokkenmandjes.

Beeld Ludwig Volbeda

Ik ging er niet sentimenteel over doen, zei ik tegen mezelf. Een huis was maar een huis, en de mensen die het tot een thuis hadden gemaakt, waren allang vertrokken. Of beter: ze waren er nog wel, maar in een andere hoedanigheid, namelijk in een urn.

Het huis van mijn ouders moest leeg, want het was verkocht. Er woonde al bijna twee jaar niemand meer, maar we hadden er lang over gedaan om het van de hand te doen.

Eigenlijk gunden we niemand dat prachtige pand waar ze 45 jaar in hadden gewoond, óns huis; mijn broer, zussen en ik waren ermee vergroeid. Als er ondanks de hoge vraagprijs al geïnteresseerden waren, deden we geen enkele moeite ze over te halen het te kopen.

"Te duur? Dan kopen ze toch lekker wat anders?" hoorde ik mijn broer op een gegeven moment uitroepen tegen de steeds wanhopiger wordende makelaar. Waarna geïnteresseerde nummer zoveel afhaakte.

Ons geduld werd beloond. De nieuwe eigenaren heetten Dennis en Marianne, en er was ook nog een dochtertje voor een van de kinderkamers. Zo lagen er uiteindelijk dan toch een verkoopcontract en een opleveringsdatum op ­tafel. We hadden de paasdagen uitgetrokken om de boel op orde te brengen.

Ongezien in de kliko
"We gaan hier niet sentimenteel over doen," zeg ik een beetje streng tegen mijn zusje. Van ons vieren is zij de zachtaardigste en ik voorzag een discussie bij elk voorwerp dat naar de afvalcontainer zou gaan.

Ik heb geen zin in weemoedige opmerkingen als 'Kijk, mama's parfumdoosjes!' Ik wil niet denken aan hoe vaak mijn vader een voorwerp door zijn handen had laten glijden. Het rauwe verdriet heeft plaatsgemaakt voor een vaag gevoel van ­gemis en dat moet vooral zo blijven. Dus zou ik de boedel het liefst ongezien in de kliko kieperen.

Maar ik vreesde dat mijn zusje zelfs nog geen afscheid zou kunnen nemen van het sokkenmandje van mijn vader. Want dat kon ze 'best nog gebruiken, toch?' Nou nee dus, want onze huizen staan al vol met onze eigen spullen en voor je het weet moet ze een schuur aanbouwen om alle ­eigendommen van onze ouders te stallen.

Mijn zwager heeft een inventarislijst opgesteld. Daarop staat een imponerend aantal van 315 items - en dan heeft hij de zolder nog overgeslagen, waar zelfs nog onze lagereschoolschriftjes en dertig jaar oude ski's liggen. De must haves zijn snel verdeeld, ­cadeaus keren terug naar de schenker, maar dan doemen drie probleemgevallen op.

Zo heeft geen van ons interesse in de Friese stoeltjesklok uit 1780, een familiestuk van moederszijde, opgesierd met wulpse zeemeerminnen en een pastoraal landschap.

Hij mag dan antiek zijn, ik vind 'm lelijk, mijn zussen vinden 'm lelijk en mijn broers vrouw vind hem oerlelijk.

Ik had gewild dat mijn moeder de stoeltjesklok bij leven aan een van mijn ooms had geschonken, maar daar is het nu een beetje laat voor. Voor 250 euro aan een handelaar verpatsen, lijkt ons onverstandig met het oog op de verhoudingen met de Friese familietak. "Hij kan toch bij jou onder de trap Henk, daar ziet niemand hem," probeert mijn jongste zusje. Maar daar trapt Henk niet in.

Schatgraven
Ook de grote marmeren tafel is een horde. Zelfs de opkoper had geen interesse voor het loeizware gevaarte. "Misschien kunnen we er grafstenen van laten maken," oppert mijn broer, die de fijngevoeligheid van mijn zus mist maar wel goed is in het bedenken van praktische oplossingen.

Hij klopt even op het tafelblad. Dan kunnen we meteen hoofdpijndossier nummer drie tackelen, zegt hij, en wijst naar het dressoir. Daarop staan de urnen van mijn ouders, te wachten op een besluit dat zich maar niet laat nemen.

Beeld Ludwig Volbeda

Mijn zoon van zes is aan het schatgraven. Met een rolkoffertje achter zich aan, gevonden op zolder. Ik heb hem ­gezegd dat hij alles mag meenemen wat hem aan opa herinnert.

Ik zie er een ongebruikt doosje paperclips in verdwijnen. Een ansichtkaart met een giraffe. Een tasje van Lufthansa met een slaapmasker, oor­d­opjes en sloffen. Een pen.

We delven ons een weg door de kamers, steeds dieper het privédomein van mijn ouders in. Met harde grappen maskeren we ons ongemak. "Iemand behoefte aan oxazepammetjes?" roep ik vanuit de badkamer, nadat ik het medicijnkastje heb geopend. Steunkousen liggen er, incontinentiemateriaal, een pruik; relikwieën van de ­ouderdom die met gebreken kwam, gebreken en slopende ziektes.

Onder in de kast vind ik een doos met de borstprothese van mijn moeder. Waarom heeft mijn vader die in vredesnaam bewaard? Met een knoop in mijn maag gooi ik hem in een vuilniszak.

Verzamelaars
De bel. Twee verre nichten aan de deur. Ze hadden ­gehoord dat we aan het opruimen waren en, nou ja, we hadden het toch gehad over dat bankje van opa dat over was? En misschien kunnen ze, nu ze er toch zijn, ook nog even een kijkje nemen in de schuur?

"Neem alles maar mee, hoor," zegt mijn zusje. "Vandaag is alles halve prijs." Ze kijken haar onderzoekend aan; ik gebaar dat het oké is.

De wereld bestaat uit twee typen mensen, constateer ik als ik ze een halfuurtje later naar de voordeur zie lopen, hun handen vol boeken en tuingereedschap. Je hebt de verzamelaars - zij die gelukkig worden in een huis vol voorwerpen die misschien ooit nog van nut kunnen zijn -en je hebt de Marie Kondo's, de Japanse opruimgoeroe volgens wie minder meer is. Ik reken mezelf absoluut tot de tweede groep.

Het werk vordert gestaag, mijn vader raakt steeds verder uit zicht. Stukje bij beetje verdwijnt hij voor de tweede maal uit ons leven.

Tot we uitkomen bij zijn echte domein: de studeer­kamer. De boekhouding ligt er, minutieus bijgehouden in kriebelig handschrift. Jarenlange correspondentie met zijn ­beste vriend uit Zuid-Afrika.

Diploma's. Oorkondes. Honderden foto's. Vakliteratuur. Kerstkaartjes, geboortekaartjes, overlijdensberichten. Schoolrapporten.

Een lade met sinterklaasgedichten. Liefdesbrieven van mijn moeder. Zijn vulpen. Een familiegeschiedenis in foto's en documenten. Levens die voorbij zijn.

We kijken elkaar aan en halen diep adem. "Tijd voor koffie," zeg ik na enige tijd. "En een neut," zegt mijn broer. Ik loop naar beneden en moet denken aan een gedicht van de onlangs overleden dichter F. Starik.

De koning keert terug in vaders schoot.
Leve de een, de ander is dood.
En wij? We blijven achter.
Mensen, dieren, dingen.
Zachter, vager, minder.

In alles aanwezig, maar zachter, vager, minder. Precies dat, dat had hij mooi gezegd. Deze drie, maar de grootste daarvan is 'minder'.

De schoonmaak van je leven

De bejaarde Zweedse kunstenares Margareta Magnusson schreef een boek waarin ze mensen aanmoedigt op een gegeven moment te beginnen met 'de schoonmaak van hun leven'.

Volgens haar is de kelder, de schuur of een grote kast een mooie eerste stap. Daar staan en liggen spullen die je waarschijnlijk allang vergeten was en waaraan je weinig waarde hecht. Foto's en brieven bewaar je tot het laatst, aldus de schrijfster, want die roepen veel emoties op en voor je het weet is het project al gestrand voordat het is begonnen.

Vraag of familie en vrienden interesse hebben in de spullen waar je vanaf wilt. Of geef ze terug aan degene die ze ooit schonk. Heeft niemand interesse? Laat waardevolle objecten veilen. De rest kan naar een opkoper, kringloop of vuilstort.

Magnusson maakte voor haar kinderen enveloppen met foto's waar ze zelf op stonden en gaf hen die toen ze een keer allemaal thuis waren. Het ­leverde een gezellige dag op. De meeste brieven gooide ze in de versnipperaar.

Margareta Magnusson: Opruimen voor je doodgaat, De Bezige Bij, €15

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden