'Als een agent iemand doodt, moet de rechter altijd spreken'

Dodelijk politiegeweld leidt voortdurend tot onrust. Dat zal zo blijven zolang de rechter niet standaard over dat geweld oordeelt. Voortvarend, en niet pas na (vele) jaren via moeizame omwegen, schrijft misdaadverslaggever Paul Vugts.

Politie op straat in de Haagse Schilderswijk waar drie dagen op rij rellen waren uitgebroken na de dood van Mitch Henriquez. Beeld anp
Politie op straat in de Haagse Schilderswijk waar drie dagen op rij rellen waren uitgebroken na de dood van Mitch Henriquez.Beeld anp

Politiegeweld dat levens kost, verhit nu al enige tijd de gemoederen - door een opeenstapeling van zaken. Nadat het Openbaar Ministerie gisteren weinig verrassend ontslag van rechtsvervolging had gevraagd voor twee agenten die in 2013 'uit noodweer' de doorgedraaide Rotterdammer Mike Stok hadden doodgeschoten, laaiden de emoties weer op. De eis van justitie was niet verwonderlijk, omdat ze de agenten niet wilde vervolgen, maar daartoe door het gerechtshof was gedwongen.

Het proces wordt gehouden in weken waarin ook andere kwesties over agenten die verdachten hebben gedood, het nieuws domineren. Vanwege rellen in de Schilderswijk door groepen die agenten van moord beschuldigen (Den Haag); omdat duizenden een petitie op sociale media ondertekenden tegen de veroordeling van een lid van een arrestatieteam dat een man had doodgeschoten (Kerkrade), terwijl justitie vond dat de politieman vrijuit moest gaan.

Geen blaam
In Amsterdam woedde jaren lang de strijd van de ouders van amateurvoetballer Michael Koomen. Zij eisten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de hondengeleider die hun zoon in 2011 doodschoot alsnog zou worden vervolgd, tot de politieman door ziekte overleed.

In een verder verleden waren er de demonstraties nadat Driss Arbib (Amsterdam-West, 2003), Saïd Dannoun (Zuidoost, 2001) en Moravia Ramsahai (Zuidoost, 1998) waren doodgeschoten door de politie.

Steeds oordeelde de Rijksrecherche in de Amsterdamse zaken dat de agenten geen blaam trof; steeds zag justitie af van vervolging, maar meermaals oordeelde het hof jaren nadien in door nabestaanden aangespannen 'artikel-12-procedures' dat justitie de agenten alsnog voor de rechter moest brengen. Waarna de agenten wéér veel later vrijuit gingen.

Zo worden zaken van politiegeweld slepende affaires die nabestaanden én agenten tergend lang in het ongewisse laten. Uiteindelijk rest het idee dat autoriteiten het geweld wilden goedpraten of wegmoffelen.

Volkswoede
Gerechtshoven en het Europees Hof oordeelden verscheidene keren dat justitie 'inadequaat' en 'onvoldoende onafhankelijk' had gehandeld. De oplossing ligt zo voor de hand.

Waarom niet álle zaken van doden door politiegeweld snel voorleggen aan de rechtbank, zodat die in het openbaar onafhankelijk kan oordelen? Het tegenargument is steevast dat ook een agent die terecht heeft geschoten zo in de verdachtenbank terechtkomt. Klopt, maar dat kan minder pijnlijk zijn dan jaren doelwit te zijn van argwaan of volkswoede, waarna vaak alsnog een proces volgt.

Een instantie waaraan het geweldsmonopolie is toebedeeld, moet zich kwetsbaar opstellen en zich voortvarend openlijk verantwoorden. Zolang de zaken bij de rechter worden weggehouden, zal de uitkomst altijd omstreden zijn en blijft de zweem hangen van een toedekcultuur.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden