Plus

Als de dokter zelf ziek is: de pillen die ik voorschreef, gebruikte ik

Psychiater Menno Oosterhoff schreef een boek over zijn eigen dwangstoornis. 'De pillen die ik voorschreef aan mijn vrouw, gebruikte ik.'

Jop van Kempen
Menno Oosterhoff: 'Ik moest mijn hele leven vastleggen. Anders voelde ik een ondraaglijk verlies.' Beeld Kees van de Veen
Menno Oosterhoff: 'Ik moest mijn hele leven vastleggen. Anders voelde ik een ondraaglijk verlies.'Beeld Kees van de Veen

'Een oogarts kan toch ook een bril dragen?" zegt Menno Oosterhoff aan de keukentafel in het Groningse Thesinge. Waarom zou een psychiater dan geen psychiatrische afwijking kunnen hebben?

Sterker, Oosterhoff denkt dat veel van zijn collega's een vorm van geestelijke ruis met zich meedragen. "Als je elke dag fluitend wakker wordt, kan ik me niet voorstellen dat je het leuk vindt om met de problemen van anderen om te gaan."

Geestelijke ruis is er echter in verschillende maten. Groot en klein. In het geval van Oosterhoff was de geestelijke ruis groot, heel groot. Allesoverheersend soms.

In het gedetailleerde boek Vals Alarm informeert Oosterhoff over de dwangstoornis in het algemeen - 250.000 Nederlanders kampen ermee -, maar over de worsteling van 43 jaar met zijn eigen dwangstoornis in het bijzonder.

Hoe hij al zijn handelingen en gedachten minutieus moest opschrijven in dagboeken, bijvoorbeeld. Hoe hij vreesde dat hij al die aantekeningen kwijt zou raken en dat hij vervolgens alles overschreef, om die stapel dagboeken uiteindelijk te vernietigen, uit vrees voor incompleetheid. En dat hele proces tot tweemaal toe.

"Ik moest alles vastleggen om compleet en volkomen te zijn. Als ik dat niet deed, voelde het als een ondraaglijk verlies, als een gat in mijn leven. Alsof een mooi schilderij kapot was gesneden met een mes."

's Nachts tuinieren
Een dwangstoornis bestaat meestal uit een angstige gedachte, die wordt bestreden met een handeling. "Vergelijk het met jeuk. Dat is zó hinderlijk dat je moet krabben om van die klotejeuk af te komen."

Maar zoals dat gaat met jeuk: als je krabt, wordt het meestal erger. Dat weet bijna iedereen met een dwangstoornis, maar het lukt niet om niet te krabben.

Soms is een dwangstoornis een permanente gedachtenoorlog, zonder dwanghandelingen. "Ik word een paar keer per week benaderd door mensen die zichzelf voortdurend de vraag stellen of ze niet homoseksueel zijn," zegt Oosterhoff.

"Die vraag kent iedereen wel, maar soms leidt dat tot een obsessief getwijfel dat een leven lang aanhoudt. Het kernthema is niet zozeer de seksuele oriëntatie op zichzelf, maar de vrees om een vermoede homoseksuele oriëntatie niet onder ogen te durven komen. Het komt overigens ook voor bij homoseksuelen die vrezen toch heteroseksueel te zijn."

Bijzonder aan Oosterhoffs boek is dat ook zijn vrouw Dineke aan het woord komt, onderwijzer aan de Vrije School. Ze beschrijft wat de voortdurende onrust en gejaagdheid in het hoofd van haar man voor wissel heeft getrokken op het leven van haar en de drie kinderen.

Hoe Oosterhoff zo obsessief bezig was met tuinieren dat hij 's nachts onder een bouwlamp doorging, en dat hij compleet uit het veld was geslagen als hij het tuinschepje weer eens kwijt was. 'Ik weet niet of we het zonder medicijnen hadden gered met ons huwelijk,' schrijft ze.

Menno Oosterhoff

- Harlingen, 1955
- Kinder- en jeugdpsychiater bij een polikliniek voor dwang­spectrumstoornissen in ­Groningen (Lentis)
- Oprichter van lotgenoten­platforms www.dwang.eu en OCD Netwerk
- Columnist Medisch Contact

Fluvoxamine heet de stof die het leven van Oosterhoff en zijn gezin acht jaar geleden behoorlijk verbeterde. Dat het lang duurde voordat hij de ernstigste kopzorgen met een dagelijks pilletje wegspoelde, had te maken met de gedachtenstroom vol twijfels van de stoornis zelf.

Was het voor een volledig herstel immers niet beter om de ziekte te doorstaan? Of wat als het pilletje hielp, maar het straks niet meer leverbaar bleek? En was hij eigenlijk geen incompleet mens om pillen nodig te hebben?

Bovendien schaamde Oosterhof zich voor de medicinale knieval. De psychiater zag zich al aankomen in de apotheek. De eerste dosis medicatie die hij gebruikte, schreef hij daarom voor aan zijn eigen vrouw.

Hij realiseert zich dat hij van geluk mag spreken dat de pillen helpen. Want maar zestig procent van de patiënten reageert op een behandeling, met lichte afname van de problematiek. Dwang is vaak chronisch.

Pilletje wel genomen?
Door de Fluvoxamine zijn de scherpe kantjes wat van zijn stoornis afgegaan. Als hij tegenwoordig weer wat prikkelbaarder en onrustiger wordt, vraagt zijn vrouw of hij zijn pillen wel heeft genomen.

En daar heeft ze een punt, want hij probeert het nog geregeld zonder. "Ik gedraag me met pillen net zoals een patiënt," zegt hij grijnzend.

Dat strikte onderscheid tussen dokter en patiënt verkleinen, was een van de doelstellingen van het boek.

Daarnaast vindt hij het schrijven zelf leuk ('al moet ik oppassen dat het niet dwangmatig wordt'), maar hij houdt ook van de aandacht ('ik sluit narcistische motieven niet volledig uit').

Bovenal wil Oosterhoff de schimmigheid wegpoetsen van geestelijke problematiek. "Het is onterecht dat velen denken dat psychiatrische patiënten meer schuld aan hun aandoening hebben dan somatische patiënten."

Bizarre dwanggedachten
Oosterhoff heeft tijdens zijn werk nooit last gehad van de stoornis. Door zich te concentreren op het verhaal van een patiënt dacht hij niet aan zijn eigen beslommeringen.

Bovendien heeft hij nooit een buitengewone vrees gekend voor medische missers. Artsen die dat wel hebben, durven alleen een beslissing te maken als ze alle
argumenten honderden keren hebben gecontroleerd.

Of de dwangstoornis hem een betere psychiater maakte, weet Oosterhoff niet. "Ik ben er sinds een aantal jaar open over, en ik merk dat patiënten zich minder schamen om hun eigen bizarre, en soms seksuele dwanggedachten aan mij te vertellen. Dat kan helpen bij een behandeling. Maar dat betekent niet dat een psychiater zonder dwangstoornis slechter werk levert."

Oosterhoff kan zich geen leven voorstellen zonder dwang. "Ik zou mijn gedrevenheid ook verliezen, terwijl ik dat juist leuk vind. Ik heb heel, heel moeilijke perioden gekend, maar met de pillen gaat het beter."

Grijnzend: "Het voordeel van dwang is dat je je nooit verveelt."

Veelvoorkomende dwanghandelingen

- Handen wassen
- Ordenen
- Controleren
- Bidden
- Tellen
- In gedachten woorden herhalen

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden