Plus

Alphons Meeuwis: 'Ik werd gedreven door pure doodsangst'

Alphons Meeuwis, verspreider van het illegale Parool, is donderdag 14 april overleden. In 2014 publiceerde Het Parool een interview met de oud-verzetsman, dat hieronder is terug te lezen.

Alphons Meeuwis.Beeld Domin Meinema

Alphons Meeuwis (97) ontsnapte op Dolle Dinsdag 5 september 1944 uit gijzelaarskamp Lager Haaren door een gat in het prikkeldraad te knippen. Meeuwis had maanden Het Parool verspreid en zat drie jaar vast.

"Die dag had ik een grote tang zien liggen en die in mijn binnenzak gestoken. En ik had burgerkleding gevonden en aangetrokken: een groen jack en een spijkerbroek met de naam Wilco erin. Het was grote chaos, de bewakers wisten niet meer waar ze het zoeken moesten. Het werd al maanden steeds rumoeriger in het kamp. Een gevangene had op de ziekenzaal via de radio opgevangen dat er geallieerden waren geland in Normandië. De hele bovenverdieping werd uitzinnig, maar ik durfde niet te juichen; bang om weggevoerd te worden naar Neuengamme of een ander vernietigingskamp. Ik wist: Fons, op die plekken moet je nooit terechtkomen. Dan ga je eraan."

"Toen er in de zomer van '44 steeds grotere groepen gevangenen werden weggevoerd, wist ik dat ik weg moest wezen daar. Na de bevrijding hoorde ik dat er op een avond dertig mannen waren opgehaald en een dag later waren doodgemarteld in een steengroeve in Duitsland. Op dat moment lag ik vredig te slapen, terwijl ze mij ook makkelijk hadden kunnen kiezen."

"Met een kameraad had ik een paar dagen eerder nog afgesproken dat we in principe niet zouden proberen te ontsnappen. We wisten welke prijs er tegenover zou staan. Maar ik had erbij gezegd: 'Je moet er rekening mee houden dat ik weg ben als de situatie plots verandert.' En dat gebeurde."

"Ik sliep beneden en er was 's avonds tegen een uur of zeven ineens helemaal niemand te zien, geen Duitser meer. Ik heb resoluut die tang gepakt, ben naar de oostkant van de gevangenis gerend en heb een gat in het metershoge prikkeldraad geknipt, zo groot dat ik er precies doorheen kon kruipen. Ik moest ook door een brede sloot waden, dus ik werd kletsnat, maar daar voelde ik niets van."

"De gevangenis was een voormalig seminarie. Ik ben heel rustig naar de kerktoren geslopen, zodat ik niet in het zicht zou lopen, maar daarna moest ik over honderden meters kale vlakte, want de akkers waren net leeggehaald. En het was nog hartstikke licht. Er was niemand en ik ben er behoorlijk zeker van dat niemand me ooit is gaan zoeken. Nu kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan. Het was zo'n roekeloze actie, bedacht in een opwelling. Ik moet nog vaak denken aan wat er had kunnen gebeuren. Ik zou het nu nooit meer gedaan hebben. Maar ik werd gedreven door pure doodsangst."

"Ik heb nooit gerend, alsmaar gewandeld. Zo bleef ik rustig. In Haaren klopte ik bij het kasteel aan en vroeg ik of ik de nacht in de stal mocht doorbrengen. Bang als hij was voor de Duitsers zei de eigenaar dat ik moest maken dat ik wegkwam. Ik ben doorgelopen naar de spoorlijn Boxtel-Tilburg en toen het donker werd, ben ik in de bosjes gedoken en gaan slapen. Ik had het zo verschrikkelijk koud die nacht, dat ik af en toe wat gymnastiekoefeningen deed om warm te worden."

"'s Morgens heel vroeg kreeg ik de schrik van mijn leven. Een peloton met SS'ers kwam zingend langsgelopen. Ik kon mijn ogen niet geloven. Opnieuw zag niemand me. Ongehoord. Om een uur of tien ben ik naar Boxtel gelopen en heb ik bij de eerste de beste boerderij aangeklopt. Ik werd na twee dagen naar een andere familie gebracht en daar mocht ik tot de bevrijding blijven. Ik stuur ze nog elk jaar een kaartje. Ik heb mijn leven aan ze te danken."

"Dat leven had er voor mijn arrestatie nog zo anders uitgezien. Ik deed gevaarlijke dingen, maar daarvan was ik me niet echt bewust. Op mijn negentiende was ik lid geworden van de Arbeidersjeugdcentrale (AJC), de jongerenbeweging van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Mijn ouders waren fanatieke socialisten, deden mee aan manifestaties, deelden pamfletten uit en waren zo atheïstisch als maar zijn kan. En ze waren fel tegen het koningshuis. We hadden een abonnement op blaadjes als Het Volk en De Notenkraker, die later streng verboden zouden worden. Het ging thuis alleen maar over politiek, elke dag weer, dus ik wist er veel van."

"In de jaren voorafgaand aan de oorlog kon je in Amsterdam heel goed merken dat er iets naars aan zat te komen. De NSB van Anton Mussert kreeg steeds meer aanhangers en Duitsland was al fascistisch. We wisten bij de AJC heel goed wie de tegenstanders waren, nog voor de pleuris uitbrak. We deden veel aan lekenspel om aan onze jeugdleden duidelijk te maken wat in Europa gaande was. Op een grappige manier bootsten we de Kristallnacht bijvoorbeeld na. Dus ja, ik was bepaald politiek geëngageerd."

"Toen de Duitsers ons land binnenvielen en de koningin naar Engeland vluchtte, brak er een merkwaardige tijd aan in Nederland. Bij de AJC hebben we direct plakband laten maken met de tekst 'Nederland zal herrijzen' en ik ben dat op lantaarnpalen door Amsterdam gaan plakken. We begonnen liedjes te bedenken en de teksten te verspreiden. En ik werd lid van de Nederlandsche Unie, die een krantje uitgaf met felle propaganda tegen de NSB en de Duitsers."

"Ik stond die blaadjes in de Rijnstraat te verkopen voor een dubbeltje en ze vlogen erdoorheen. Op een gegeven moment liep Addie Addicks langs, een goede vriend van onze familie. Hij vroeg me waarom ik in hemelsnaam dat vod stond te verkopen. "Je kent Het Parool toch?" vroeg hij. "Een prachtig blaadje, veel beter dan die rommel van jou. Ik geef jou elke week een paar krantjes en jij verspreidt ze, oké?" Van de ene op de andere dag werd ik verspreider van Het Parool, toen nog een nieuwsbrief. En dat was eigenlijk maar beter ook, want de Unie aanvaardde de Duitse bezetting, zag Nederland nu als een Duitse provincie, en daar was ik het toch al principieel mee oneens geweest."

"Tot mijn arrestatie op 11 november 1941 heb ik Het Parool verspreid. Een maand daarvoor was Addicks al opgepakt en vrij snel daarna gefusilleerd. De Sicherheitsdienst was bij hem thuis langsgekomen en had zijn vader doodgeschoten, maar hij wist aanvankelijk te ontkomen. Hij klopte 's avonds bij ons aan en we hebben hem een nacht laten onderduiken. Die avond zei hij: 'Fons, er ligt een lijst met mensen die Het Parool verspreiden verstopt in de Bosatlas. Daar sta jij ook op. Die moet je halen.'"

"Waarschijnlijk hebben ze die lijst al heel snel gevonden, want hij lag er niet meer en een maand na Addicks werd ook ik gearresteerd. Er moet verraad in het spel zijn geweest, want dat papier lag goed genoeg verstopt. Uit angst dat ze die lijst zouden ontdekken, was ik een paar dagen ondergedoken. Ik werd gepakt toen ik naar huis kwam."

"Op mijn kamer vonden ze een stencilmachine, affiches en andere zaken die ze vast niet konden waarderen. Ik ben direct naar het huis van bewaring op de Weteringschans gebracht en na drie maanden naar het Oranjehotel in Scheveningen. Daar werd ik verhoord, maar ik wist al dat Addicks vlak na zijn arrestatie was doodgeschoten dus ik kon gemakkelijk alle schuld op hem afschuiven. Addicks werd meteen na zijn dood een verzetsheld, maar ook ik dank mijn leven aan hem. Na nog eens negen maanden werd ik overgebracht naar Kamp Amersfoort. Daar heb ik het verdomde zwaar gehad. Ik kreeg hongeroedeem, open benen, schurft en ik zat onder de vlooien. Half dood hebben ze me op de ziekenzaal gelegd, in een bed waar net een Jood was gestorven. Ik kon niets, maar ik kwam er wel tot rust."

"Terwijl ik in Amersfoort zat, begon in 1941 Het Paroolproces. Om één of andere reden ben ik nooit opgeroepen. Toen Kamp Amersfoort werd opgeheven, verhuisde ik via Kamp Vught naar het seminarie in Haaren. Daar werd ik in de eerste maanden geopereerd aan mijn longen. Snel daarna regelde ik in de gevangenis een baantje."

"Ik kon lezen, schrijven en archiveren uit mijn tijd dat ik bij de gemeente Amsterdam werkte, dus dat heb ik daar ook aangeboden. Ik maakte mezelf onmisbaar voor Obersturmbannführer Wacker - een prachtvent overigens - en daardoor heb ik eigenlijk een heel goede tijd gehad in Haaren. Ik had nooit honger, want het kamp werd perfect bevoorraad door het Rode Kruis. En ik kon me al die jaren vrij bewegen over de onderste verdieping van de gevangenis. Ik durf te zeggen dat het er beter was dan buiten."

"De vrouw met wie ik voor de oorlog zou trouwen, heeft het veel zwaarder gehad dan ik. Ze deed mee aan de hongertochten in de winter van '44-'45 en was zwaar ondervoed. Het was zo vreemd om haar weer te zien. Samen met mijn moeder was ze me één keer op komen zoeken in Haaren, maar daar hadden ze me amper herkend. 'Dat is Fons niet,' hadden ze allebei gezegd. Toch wel. We waren totaal vervreemd van elkaar. Ik moest haar na de bevrijding opnieuw leren kennen en ik heb me geregeld afgevraagd of dit nu de vrouw was met wie ik oud zou worden. Maar ze heeft de hele oorlog op me gewacht. Onze liefde verdiende een kans. Bovendien kenden we elkaar al zo lang. We zijn opnieuw verliefd geworden en dat is tot op het laatst zo gebleven."

"In april 1946 kreeg ik een militaire bruiloft en vanaf dat moment zijn we onafscheidelijk geweest. We kregen twee kinderen, dochter Marja en zoon Wilco, en we hebben een goed leven gehad. Nooit hadden we meer de behoefte om achterom te kijken. Herdenkingsbijeenkomsten lieten we voor wat ze waren."

"Ik vond het onnodig om te blijven hangen in het verleden. Erkenning voor mijn daden in de oorlog heb ik nimmer gehad. Er zijn mensen die voor minder een verzetskruisje kregen opgespeld. Na mijn pensioen hebben we jaren in Engeland gewoond om vanuit daar de hele wereld over te reizen. Vorig jaar overleed mijn lieve vrouw. Ze herkende me al een lange tijd niet meer. Toen ze haar laatste adem uitblies, stond de angst in haar ogen. Wat een akelig moment. Denk je eens in: aan die doodsangst heb ik mijn leven te danken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden