Plus Klapstoel

Ally Derks: 'Bij Idfa zijn rode lopers niet nodig'

Ally Derks (1958) is oprichter van het Idfa. Na dertig jaar bij het internationale documentairefestival neemt ze nu officieel afscheid. Het afgelopen jaar was ze betrokken bij een politiek-culturele denktank in Berlijn.

Beeld Mark van der Zouw

Vorden

"Ik ben in Almelo opgegroeid, maar in Vorden heb ik mijn eerste vierenhalf jaar doorgebracht. Wat me uit die tijd altijd is bijgebleven, ik heb er zelfs nachtmerries van gehad, is de poppenkast. Jan Klaassen, Katrijn en een heel enge, witte Pierlala. Een jeugdtrauma - nou, een kleintje hoor."

Boerendochter

"Ik niet; mijn vader was wiskundeleraar en adjunct van de gemeentelijke mavo. Maar mijn ouders kwamen allebei van de boerderij. En mijn moeder had als echte boerendochter heimwee, dus elk weekend gingen we naar de boerderij van de ene of de andere kant."

"Als kind droeg ik alleen maar klompen en overalls. De ene opa liet me koeien melken en op een koe rijden, de andere opa had veel paarden en nam me mee naar Zuidlaardermarkt. Kalfjes die geboren werden, daar stond ik met mijn neus bovenop. En spelen in het hooi natuurlijk."

"Ik herinner me hoe mijn broertje en ik en onze neefjes bovenop de hooikar meereden. Dan realiseer je je hoe snel de tijd gaat. Alles is nu geautomatiseerd, met combines; toen was hooien nog handwerk."

Acrheoloog

"Dat is lang geleden! Ik las al die boeken over Egypte, de Grieken en Romeinen, dus wilde ik archeoloog worden. Maar toen ik in de gaten kreeg dat je daar veel exacte vakken voor moest doen, stapte ik daar snel van af. Daarna wilde ik theaterwetenschap gaan doen, maar mijn vader vond dat ik eerst een vak moest leren, een onderwijsbevoegdheid moest halen, zodat ik onafhankelijk zou zijn."

"Na mijn studie Nederlands ben ik alsnog theaterwetenschap gaan doen in Utrecht. En toen ben ik al snel richting film gegaan. Ik ging graag naar het theater, maar vond het ook heel erg elitair. Met film bereik je een groter publiek."

Gesjeesd

"Als actrice. Op de lagere school stond ik bij de weekopening en -sluiting altijd vooraan om iets op het toneel te doen. Ik trok vriendjes en vriendinnetjes mee en regisseerde ze ook. Toen het serieus werd, merkte ik al snel dat ik niet goed genoeg was. En ik wilde niet middelmaat zijn, maar de beste. Ik heb nog wel - de Universiteit Utrecht bestond een heleboel honderd jaar en dat werd gevierd - in een stuk van Shakespeare gestaan. Een grote rol hoor, Hippolyta, Queen of the Amazons in The Two Noble Kinsmen."

Idfa

"Het leukste festival ter wereld en het bijzonderste. Dat vind ik echt. Omdat er zoveel bijzondere, internationale films draaien met verhalen uit de werkelijkheid die altijd aanleiding zijn voor discussie en debat. Waanzinnig hoeveel bezoekers we krijgen uit de documentary industry, iedereen die daarin iets betekent, komt."

"En dat zijn ook de leukste filmmakers ter wereld. Die hebben geen rode loper ­nodig. Die hoef je niet als filmsterren te behandelen. Er is echt een documentary familie en de interactie met het publiek is geweldig."

"Heel raar: normaal geef ik deze tijd van het jaar veel interviews vanwege het Idfa, om het programma toe te lichten. Nu geeft ik ook interviews, maar dan in verband met mijn afscheid; Barbara Visser heeft het stokje overgenomen."

Jan Vrijman

"Mijn leraar, mijn klankbord. Hij had het eerste festival gezien in 1988 en nodigde me bij hem thuis uit. 'Geweldig wat je daar doet,' zei hij, 'als jij nou artistiek directeur wordt en ik zakelijk directeur, zou dat wat zijn?' 'Dat gaan we doen,' zei ik. Een keer per week kwam ik bij hem thuis en dan wilde hij weten wat ik allemaal had gezien, wat ik goed vond en wat niet. Een bijzondere man, door hem heb ik heel veel mensen leren kennen."

Bulldog

"We hebben een heleboel afgekeken van andere festivals. Het filmfestival van Rotterdam had in de jaren tachtig een huisdealer voor zijn buitenlandse gasten, iemand uit de scene rond Herman Brood. Die kweekte zelf en kwam dan aanzetten met een vuilniszak vol wiet. Het eerste jaar hebben wij hem ook ­gevraagd, maar dat vonden we toch wat shabby."

"Onze gasten wilden wel graag een blowtje doen, dus namen we ze mee naar de Bulldog op het Leidseplein. Ik heb er veel ­onderuit zien gaan na een paar trekjes, de wiet was veel sterker dan ze gewend waren. Vielen ze gewoon van hun kruk en moest er suiker in, cola."

"Maar dit soort verzorging hebben we nu al jaren achter ons gelaten. Blowen, ja, dat doe ik nog wel zo af en toe, in het weekend als ik in Nederland ben. In Duitsland is dat moeilijker."

Michael Moore

"Ik kende hem al voor hij wereldberoemd werd. Een grappig verhaal: hij had in '89 Roger & Me gemaakt en ik had met hem de film gezien en een biertje gedronken aan de bar. De volgende dag verkocht hij 'm aan Warner Bros en was hij miljonair. Hij is een activist natuurlijk, soms gaat hij wat kort door de bocht, maar hij creëert wel rumoer."

"Ik heb geprobeerd hem voor vorig jaar voor het Idfa te strikken. Het was helemaal rond toen hij besloot toch niet te komen, omdat hij een anti-Trumpcampagne wilde beginnen. Doodzonde voor ons, heel jammer. En het is ook niet echt gelukt hè? Al denk ik dat Trump uiteindelijk zijn eigen graf wel graaft."

Bob

"Mijn man - de liefde van mijn leven. Alles wat ik in mijn leven heb gedaan, had ik nooit zonder hem gekund. Al 26 jaar is hij mijn steun en toeverlaat. Paardenfluisteraar. Amerikaan. Zijn ouders kwamen naar Nederland nadat ze in Nederlands-Indië in een jappenkamp hadden gezeten, maar toen hij vijf jaar was, zijn ze naar Amerika geëmigreerd."

Berlijn

"Wereldstad! Geweldig! Op elke hoek, in elke Kiez - dat is een stadsbuurt - is iets te doen, of het nou Kreuzberg is, Charlottenburg of Mitte. Elke wijk is weer anders, je komt de metro uit en kijkt met verbazing om je heen. Alleen fietsen is hier levensgevaarlijk, de automobilisten hier kennen dat nog niet zo goed, maar verder ben ik hier helemaal thuis."

Lutjebroek

"Daar woon ik. We hebben ons huis namelijk niet verkocht. We woonden in Utrecht en wilden dat onze kinderen in het groen zouden opgroeien. Die hebben ons dat later verweten hoor: Utrecht, zó'n leuke stad, hoe hádden we er weg kunnen gaan!?"

Utopia

"Daar heb ik heel veel naar gekeken. Nu ben ik er helemaal klaar mee, eerlijk gezegd. Het eerste seizoen vond ik heel interessant, met die interactie tussen heel verschillende mensen uit verschillende milieus. Onze maatschappij in het klein, onder een microscoop. Maar het werd al snel veel opgelegd pandoer, ik kreeg het gevoel dat er veel vooraf gescript was."

Vlieland

"Mijn vakantieoord. We hebben een yurt, een Mongoolse tent, op camping Stortemelk. Vlieland is voor mij het grote niks: de duinen, een maagdelijk strand voor onszelf. Je komt heel erg in de zenstand daar. Het is heerlijk om de hectiek - ik reisde toch zo'n vier, vijf maanden per jaar - daar achter je te laten. Wat boeken, gezellige mensen, dat is genoeg."

Doc Mogul Award

"Die heb ik een paar jaar geleden gewonnen. Een prijs uit de documentairewereld, heel eervol: ik was de tweede vrouw die 'm won. Waar ik ook heel trots op ben, is de International Documentary Adward, die ik vorig jaar in LA in ontvangst mocht nemen. Het voelde alsof ik bij de Oscars zat. Het is een prestigieuze prijs en een persoonlijke prijs, maar het is belangrijk te benadrukken dat je die niet in je eentje wint - hij is voor heel het Idfa."

Zondagskind

"Mijn broertje is drie jaar jonger en hij had altijd een beetje pech. Als er iets fout kon gaan, ging het fout bij hem. Nooit bij mij. Dingen komen me vaak aanwaaien. Of ik ben op het juiste moment op de juiste plek. Mazzel, zou je kunnen zeggen."

"Dertig jaar geleden had ik natuurlijk nooit kunnen bevroeden dat ik zo lang zo'n
geweldig festival zou leiden, dat ik zestig, zeven­tig landen zou hebben bezocht en zoveel leuke mensen zou hebben ontmoet. Een geluksvogel, dat ben ik. Maar ik vind het heel eng om dat te zeggen, want nu ben ik meteen bang dat het noodlot toeslaat."

Rood

"Mijn haar. Nu is het natuurlijk hartstikke grijs, maar ik verf het. En het is de kleur van mijn hart. Ik ben nooit met mijn haar gepest. Ook zoiets: mijn broertje dus wel."

"Wat ik echt heel erg vond, ik was toen dertien, veertien, was Meisjes Met Rode Haren. Dan hoorde je dat in de supermarkt, ik vond het ver-schrik-ke-lijk."

Rutte III

"Och jee. Ja. Niet mijn kabinet, dat zul je begrijpen. Rood, dat is ook de kleur van mijn politiek. Ik ben bang dat zo'n dichtgetimmerd regeer­akkoord weinig ruimte laat voor debat en discussie en ik denk ook niet dat ze lang blijven zitten."

"Ja, ik heb wel eens geroepen dat ik minister van Ontwikkelingssamenwerking wilde worden. Ik vond Jan Pronk helemaal fantastisch, en het zit toch een beetje in me goed te willen doen. Maar die fase is voorbij. Alles wat ik ooit geroepen heb - het heeft geen eeuwigheidswaarde."

Ad Vandenberg

"Is dat die jongen met die lange haren? Toppop, die tijd? Eerlijk gezegd heb ik er weinig herinneringen aan. Sorry."

Idfa, 15 t/m 26 november, www.idfa.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden