Plus

'Alles wat Afrikaans was, was slecht'

Bij het monument op het Surinameplein sprak wetenschapper Chan Choenni over zijn onderzoek naar de effecten van de slavernij op de Afro-Surinamers.

Op het Surinameplein was gister-avond de Ceremonie van Besef, aan de vooravond van de herdenking van de afschaffing van de Nederlandse slavernij. Beeld Maarten Brante

Nee, zo vreemd is het niet dat een Hindostaanse wetenschapper zich verdiept in de gevolgen van de slavernij op de Afro-Surinaamse gemeenschap. "Ik ben in Suriname opgegroeid in een creoolse volkswijk," vertelt Chan Choenni. "Mijn ouders waren Hindostaans, maar ook bij ons thuis werd een bordje eten in een kamer gezet als geschenk voor de wintigeesten. Ik had veel creoolse vrienden, en ben langzaam maar zeker vercreoliseerd." Lachend: "Toen ik in 1972 in de Bijlmer kwam, had ik zelfs een afro, waarschijnlijk als enige Hindostaan in het land."

Na uitputtend te hebben gepubliceerd over het wel en wee van de Hindostaanse migranten in Suriname en Nederland, heeft Choenni zich nu gestort op de Afro-Surinaamse gemeenschap, en dan met name de effecten van de slavernij. Het onderzoek is nog werk in uitvoering: de wetenschapper hoopt volgend jaar de conclusies te presenteren. "Ik breng veel tijd door in Suriname om met mensen te praten. Het is een gevoelig en pijnlijk onderwerp, merk ik elke keer. Er zijn ook mensen die er liever helemaal niet over spreken."

Gevoelig onderwerp
Het is ook een complex onderwerp, vertelt Choenni. "De positie van de Afro-Surinamers in Suriname is dubbel. De groep is politiek zeer succesvol geweest. Honderd jaar na de afschaffing van de slavernij hadden zij met premier Jopie Pengel de absolute macht in handen. Tegelijkertijd lukte het de groep niet om sociaal-economisch succesvol te worden. De Aziatische groepen die naar Suriname kwamen, achtereenvolgens de Hindostanen, de Javanen en de Chinezen, slaagden daar wel in."

Een van de oorzaken ligt volgens Choenni in de afkeer van de Afro-Surinamers van de landbouw, een overblijfsel van de dwangarbeid op de plantages. "Er kwam een grote trek naar de stad op gang, maar daar was geen beleid om mensen op te vangen. Veel vrouwen gingen aan de slag als wasvrouw voor de blanke en gekleurde elite, maar de mannen moesten maar een beetje hosselen. Of zij gingen voor maanden naar het bos om te werken in de winning van goud en rubber, en later bauxiet."

De afwezigheid van veel mannen stond een hechte gezinsvorming in de weg, met als gevolg dat de overbelaste vrouwen de boontjes moesten doppen. Choenni: "Dat wordt vaak toegeschreven aan een oud cultureel patroon waarin mannen betrekkingen onderhielden met meer vrouwen, maar er zijn ook districten in Suriname waar nauwelijks eenoudergezinnen te vinden waren. Dat waren bijvoorbeeld de landbouwdistricten Coronie en Para."

Een gevoelig onderwerp noemt Choenni de levenshouding van de Afro-Surinamers. "Het kan snel als karikatuur worden opgevat, maar de Afro-Surinamers genieten van het leven. Waar de Hindoestanen sterk gericht zijn op materieel bezit, hebben de Afro-Surinamers een feestcultuur met veel levenslust en humor. Het zijn echte survivors. Ik zie die vrolijkheid als een bewijs van grote veerkracht, maar het maakt het ook lastiger om iets op te bouwen."

Primitief
Een pijnlijk aspect is de manier waarop de Afrikaanse cultuur door de eeuwen heen is afgeserveerd door de Nederlandse kolonisator. "Alles wat Afrikaans was, was slecht. De taal, de muziek, het uiterlijk. Het schoonheidsideaal was zo licht mogelijk, en het heeft ruim honderd jaar geduurd voor daar heel voorzichtig vraagtekens bij werden gezet. De bevolkingsgroepen die later in Suriname kwamen, kregen veel meer ruimte om de eigen cultuur te behouden."

Die eeuwenlange afwijzing van de Afrikaanse identiteit heeft diep doorgewerkt. Choenni: "Onder Pengel zijn duizenden Afro-Surinamers aangesteld als ambtenaar, politieman of onderwijzer, maar de representatieve functies, bijvoorbeeld aan het loket, werden door anderen vervuld. Dat zwart primitief was, was nog steeds diep verankerd in de samenleving. Kennelijk blijven zulke gevoelens nog heel lang hangen."

Lees ook: Linkse partijen willen slavernijmuseum in Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden