PlusPS

Alles over de etiquette en de noodzaak van het insmeren

Insmeren moet, de cijfers over huidkanker zijn overduidelijk. Maar het blijft gedoe. Want hoe vaak moet het, met welk product en vooral: wie doet je rug als je alleen op het strand of in een park bent? 'Het is toch een vrij intieme handeling.'

Beeld Lizette Schaap

Zucht. Steun. Worstel. Plak. Zand. Het gelukzalige gevoel dat we krijgen zodra de eerste zonnestralen ons raken, gaat altijd gepaard met het opdoemende onheil dat insmeren heet. Toch zullen we eraan moeten geloven, willen we voorkomen dat onze melkflessen te vaak veranderen in roodglanzende Bifiworstjes na een dagje strand - met alle gevolgen van dien.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) rapporteerde onlangs dat het aantal mensen met huidkanker de komende twintig jaar zal verdubbelen of - in het ergste geval - zelfs vervijfvoudigen. En dat terwijl het aantal huidkankerpatiënten sinds 1990 al is verviervoudigd - meer dan bij alle andere soorten kanker.

Cijfers die er niet om liegen, dus waarom die koppigheid als het aankomt op zonnebescherming? Los van overmoedigheid en onderschatting tijdens het bakken, komt het nalaten van smeren in eerste instantie ook door luiheid. Het is een gedoetje, dat insmeren. En er is ook geen app die dit euvel voor de gemakzuchtige mens oplost.

En dan is er ook nog schroom. Want er zijn maar weinig zonaanbidders die de lenigheid bezitten om het gehele lijf van zonnebrand te voorzien. Insmeren is dus ook een gedwongen sociaal ritueel - maar zonder duidelijk omlijnde regels.

Want door wie laat u uw rug insmeren als u alleen op het strand bent? En die spierwitte schoudertjes van de roodharige buurkinderen die bij u in de tuin spelen? Mag je een smeerverzoek weigeren?

Na een rondgang langs diverse etiquettedeskundigen en zonaanbidders in de Amsterdamse parken kunnen verschillende smeertypes worden ontwaard en zal de zomer met deze onofficiële smeeretiquette hopelijk gesmeerd verlopen.

Wederkerigheid
Dat is wat etiquette moet doen, zegt historica Reinildis van Ditzhuyzen (69). "Het woord etiquette schrikt mensen vaak af, maar heeft slechts tot doel mensen blijer te maken doordat alles fijn verloopt."

Om de paar jaar herschrijft zij het Nederlandse standaardwerk over etiquette Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp ten Have, dat in 1939 voor het eerst verscheen. En hoewel er geen officiële richtlijnen zijn wat betreft insmeren, heeft Van Ditzhuyzen wel een idee hoe je het prettig kunt laten verlopen.

Bijvoorbeeld als het gaat om de wederkerigheidskwestie. Aangezien we onszelf insmeren vaak al een rotklus vinden, staan we bepaald niet te springen om ook nog onze omgeving in het vet te zetten. Smeer jij mij, dan doe ik jou, zou je dus zeggen. Maar Van Ditzhuyzen is het daar niet mee eens.

"Het is toch een vrij intieme handeling, dus mensen moeten hun eigen grenzen bewaken. Wees duidelijk. Als je iemand vraagt je in te smeren, doe je er verstandig aan meteen aan te geven dat je die persoon zelf liever niet insmeert. Maar dat moet je durven, want we willen allemaal graag aardig gevonden worden."

Afra de Vent (66), die in de zon ligt in het Westerpark, is het daarmee eens. "Sommige mensen zijn gevoeliger voor aanrakingen, dat kan ook te maken hebben met hun culturele achtergrond. Maar als iemand mijn rug niet wil insmeren, heb ik daar alle begrip voor. Daar moeten geen regeltjes voor komen. Dat is te bedisselend."

Wie smeert wie?
Als er voor elkaar gezorgd wordt, zijn de etiquettedeskundigen het erover eens dat er sprake moet zijn van een logische volgorde. Want hoe pragmatisch het doel van insmeren ook moge zijn, het blijft een intieme handeling.

Het handigste is het om een smeervolgorde aan te houden van meest bekend naar minst bekend, zegt etiquettedeskundige Beatrijs Ritsema (63). "Je vraagt het niet aan de persoon die het verst van je af staat. Het is net als de zorg voor een schoonouder, dan zijn het toch ook de kinderen die hun moeder in en uit de rolstoel helpen en niet het schoonkind. Tenzij die er niet zijn op dat moment. Dat gebeurt natuurlijk."

Iets minder natuurlijk is een setting met collega's, maar het principe van nabijheid blijft hetzelfde. Ritsema: "De baas kan beter zijn sous-chef vragen hem in te smeren, dan zijn stagiair."

En, voegt imagodeskundige Gonnie Klein Rouweler (61) toe: "Mannen smeren mannen en vrouwen smeren vrouwen. Dat lijkt me wel zo overzichtelijk."

Maar dan is het wel zaak dat mannen elkaar ook echt insmeren. Daar heeft Patrick Boor (28), die met zijn vrienden in het Westerpark zit, een hard hoofd in: "Mannen durven dat niet snel aan elkaar te vragen en zijn ook vaak lakser. Ik smeer mezelf ook nooit in, maar omdat ik altijd buiten werk, ben ik eraan gewend en verbrand ik nooit."

Badkleding
Een herkenbare situatie voor Marinka Oostveen (27), die haar vriend maar niet ervan kan overtuigen zich in te smeren. "Ik zie hem dan verbranden, maar hij zegt dat zijn huid dat zelf wel reguleert. Maar vervolgens wel keihard vervellen."

Er moet dus gesmeerd worden, maar hoe pak je dat vervolgens netjes aan? Houd het zo pragmatisch mogelijk, luidt het devies van de deskundigen.

Klein Rouweler: "Geen gestreel of uitgebreid gekneed. Je gaat staan of zitten - liggen is namelijk nog intiemer - je keert je rug toe zodat de ander er makkelijk bij kan, smeren en klaar. En maak geen opmerkingen over het lijf van de ander."

Denk daarbij ook aan je omgeving, zegt etiquette-expert Jan Jaap van Weering (58). "Zoek een plek op waar je anderen niet hindert en zorg ervoor dat het niet aanstootgevend wordt. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een andere geloofsovertuiging."

En tot slot: niet schuiven aan badkleding. Ritsema: "Ga niet aan bandjes zitten. Het is heel simpel: je smeert de huid die onbedekt is, en meer niet."

Want, voegt parkganger Olaf Bijlsma (35) hieraan toe: "Als mensen dat niet erg vinden, maken ze zelf hun bandjes wel los of schuiven ze hun zwembroek opzij."

Kinderen
Uiteraard zijn op de eerste plaats de ouders verantwoordelijk voor het insmeren van hun kinderen. Maar hoe zit dat met het kroost van anderen? Marilou Pijper (23), die met haar oppaskinderen bij het pierenbad van het Oosterpark zit, vindt dat insmeren gewoon bij haar taken hoort. "Net als dat ik ze te eten geef en luiers verschoon, is insmeren ook een ouderlijke taak die je tijdelijk overneemt."

Duidelijke instructies zijn wel gewenst. Zo vindt Hélène van Leusden (35), moeder van twee, het verstandig dat als er kinderen van anderen bij haar over de vloer komen, de ouders aangeven of een kind wel of niet is ingesmeerd en zonnebrandcrème meegeven.

Reinildis van Ditzhuyzen voegt daar nog aan toe dat als ouders specifieke smeerwensen hebben, ze hier ook zelf zorg voor dienen te dragen. "Zo werkt dat in de etiquette. De gastheer of gastvrouw zet de toon en de gast die daar een uitzondering op wil maken, is daar zelf verantwoordelijk voor."

Uiteindelijk geldt voor alle smeerperikelen: de soep wordt nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend. Van Ditzhuyzen: "In de etiquette zijn er twee basis­regels. Eén: houd rekening met de ander. En twee: wees duidelijk. Als we die twee regels toepassen op insmeren, gemengd met gezond verstand, komen we al een heel eind."

De ReikimasterBeeld Merel Corduwer

Smeertypes

De Reikimaster
Alsof kaboutertjes de crème op je rug likken, zo teder gaat dit smeertype om met andermans lijf en leden. Hoewel de beweegredenen voor deze passieve aanpak vast zuiver zijn, kan dit leiden tot ongemakkelijke momenten. Is de Reikimaster preuts? Heeft hij angst voor aanraking? Smetvrees wellicht? Je weet het niet.

Wie een stevigere hand gewend is, zal zich deze dingen ongetwijfeld afvragen. Mogelijk gevaar is dat de in te smeren plekken niet afdoende grondig in het vet gezet zijn en u 's avond precies weet waarom uw spiegelbeeld veel gelijkenissen vertoont met een gegrilde kipfilet. Tip: een zonnespray kan soelaas bieden.

Het SlangenmensBeeld Merel Corduwer

Het Slangenmens
De solist met een hoog niveau van zelfredzaamheid en bewijsdrang. Voelt zich bezwaard een ander te belasten met zijn insmeerverzoek. Dat is toch iets wat je zelf wel kunt oplossen? Dit type heeft door veel alleen op reis te zijn - en mogelijk ook door de daarbij horende bezoekjes aan yoga-retreats - ontdekt dat het met een flexibel lijf en geest wél mogelijk is jezelf van top tot teen in te smeren.

Met hortende en schortende souplesse wringt het Slangenmens zichzelf in bochten waar menig circusartiest jaloers op kan worden. Zo wordt zelfs het middelste plekje op de rug bereikt. Hulpmiddelen - zoals sla­lepels of verfrollers - worden hierbij niet geschuwd. Daar hij uw hulp niet nodig heeft, zal dit type u slechts insmeren tot waar uw lenigheid strekt.

De ExhibitionistBeeld Merel Corduwer

De Exhibitionist
Een lichaam is een canvas en daar moet je vrijuit op kunnen kliederen. Badkleding is dan ook een noodzakelijk kwaad die de artistieke vrijheid van de smeerder belemmert. De Exhibitionist doet niet aan tussen de lijntjes kleuren en smeert zichzelf het liefste in op de meeste pure manier: ontbloot.

En schat daardoor wat brutaal in dat de ander daar ook zo over denkt. Uit dat bikinitopje dus. En RATS daar gaat je zwembroek al naar beneden. Het is goed bedoeld, want we zouden niet willen dat 'dat gevaarlijke randje' ­alsnog verbrandt. Voorzichtigheid is dus geboden, mocht u dit type treffen in een gezelschap waar enige privacy - denk aan schoonfamilie of collega's - op zijn plaats is.

De MasseurBeeld Merel Corduwer

De Masseur
Dit is het type 'niet te missen'. Hij drukt ­letterlijk zo hard zijn stempel op het insmeren, dat het voor de teerhartigen onder ons beter is hem te vermijden. Bij de Masseur lijkt voorop te staan: insmeren is geen doel op zich, maar staat slechts ten dienste van een goede, stevige kneedsessie. Gespannen schouders worden gretig los gemasseerd en gevoelige onderruggen opgewreven.

Je even snel laten insmeren door dit type is er dus niet bij. De Masseur neemt zijn tijd en verwacht daarvoor waardering. Groot voordeel: je weet zeker dat je crème goed is ingesmeerd. Tip: slecht intrekkende zonnebrandolie zal de boel niet aanjagen.

De Gever/NemerBeeld Merel Corduwer

De Gever/Nemer
Als het om insmeren gaat, zou idealiter iedereen gever en nemer tegelijk moeten zijn. In werkelijkheid blijkt helaas: God rarely gives with both hands en heb je gevers en nemers. De Gever is gul. Immer bereid de ander in te smeren en hij is hier ook proactief in. Nauwlettend wordt de bakkende omgeving in de gaten gehouden en bij de eerste tekenen van verkleuring meldt hij zich acuut met zijn dure tubes zonnebrand en allerhande leuke weetjes over UVA- en UVB-filters en huidkanker.

Aan de ontvangende kant is het vaak De Nemer die zich dit laat welgevallen. Door een scherp gevoel voor timing krijgt hij het voor elkaar dat zijn ruggetje, onder het mom 'nu je toch bezig bent', ook nog even wordt meegepakt. Dat hij zelf juist zeer bedreven is in het ontwijken van smeermomenten, bewijst de gevleugelde uitspraak: 'Sorry, ik lig net.' Heeft opvallend vaak geen of te weinig zonne­brand­crème bij zich.

Lees ook: Tien fabels en feiten over smeren met zonnebrand

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden