PlusPS

Alexander Achilles: 'Liever een dwangopname te veel dan te weinig'

Alexander Achilles (65) was bijna veertig jaar psychiater bij de crisisdienst. Vorige week ging hij met pensioen. 'De patiënt was 30 jaar geleden beter af.'

Alexander Achilles: 'Psychisch ­lijden is vaak zwaarder dan fysiek ­lijden'Beeld Mark van der Zouw

'En jij vindt het wel prima dat je helemaal niets wilt met je leven?" vraagt psychiater Alexander Achilles in een isoleercel op de Eerste Constantijn Huygensstraat aan een wat verwarde jongeman. Het blijft een tijdje stil. En dan: "Ja, dat is prima."

Achilles: "En je wilt ook niet werken?"
Patiënt: "Nee."
Achilles: "En dat vind je ook prima?"
Patiënt: "Ja."
Achillles: "En wat zijn je plannen voor de rest vandaag?"
Patiënt: "Dat weet ik niet."

Achilles weet genoeg: de jongen is 'full blown' psychotisch en een gedwongen opname is noodzakelijk. In het rapport komt te staan dat de jongen 'niet de benodigde ­regie kan voeren over zijn eigen leven' en dat 'maatschappelijke teloorgang' dreigt.

De psychiater baseert zijn diagnose op het eerdere ­onderzoek van een psycholoog en een arts-assistent. In dat gesprek toonde de jongeman brandwonden die er niet waren en hij beweerde dat hij al achtduizend jaar leeft. De jongen is binnengebracht door de politie en in zijn dossier staat dat hij eerder psychotisch was. "Gedwongen opname," aldus Achilles.

In de kern is dat het werk van een psychiater bij de crisisdienst. Wie mag terug de straat op, wie moet worden opgenomen? Achilles heeft dat werk bijna veertig jaar gedaan in Amsterdam.

Hij was in de jaren tachtig 'de rijdende psychiater'. In een Ford Taunus met chauffeur reed hij naar crisissituaties - "Zonder zwaailichten, helaas." Op het einde van zijn loopbaan werkte hij binnen de muren van Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, ook wel bekend als de stedelijke crisisdienst.

Hoe maakt u de beslissing iemand wel of niet op te ­nemen?
"In dit vak weet je het vaak niet precies, maar wel globaal. Op basis van de informatie die we krijgen van derden, een gesprek en een klinische blik maak ik een beslissing, maar het blijft een risicotaxatie. Daarbij hanteer ik de regel: liever een dwangopname te veel dan te weinig. Want als iemand zichzelf of anderen kan beschadigen, betekent dat narigheid, schade, verdriet en soms de dood."

"Maar we zitten hier niet om zo veel mogelijk mensen gedwongen op te nemen, al denken mensen dat weleens. Ik maak het liefste een deal: 'Ik neem je niet op als je je aan de afspraken houdt.'"

Hoe voert u tijdens die risicotaxatie zo'n gesprek?
"Ik laat de spanning oplopen. Ik stel prikkelende vragen, ik onderzoek wat er gebeurt als mensen weerstand krijgen. Als het in de kliniek al tot problemen leidt, dan waarschijnlijk op straat ook. En dan is een opname beter."

U stuurt ook mensen weg die zelfmoord willen plegen?
"Ja, geregeld. Als iemand dood wil vanuit een psychose of een zeer ernstige depressie, regel ik een opname. Als ­iemand dood wil, maar z'n handelen kan overzien en toerekeningsvatbaar is, kan en wil ik iemand niet opnemen."

"Er is een tussenweg: als een korte opname naar verwachting een gunstige invloed heeft op het psychiatrische ziektebeeld, doe ik een opname. Maar het moet wel een korte opname zijn, geen kwestie van jaren."

Zijn patiënten het met die beslissingen eens?
"Niet altijd, en familie ook niet. Maar wat veel mensen niet weten: een opname beschermt niet tegen suïcide. Als mensen écht dood willen, lukt suïcide ook in een kliniek."

Zelfmoord is geen psychiatrische stoornis op zichzelf. Vindt u dat terecht?
"Ja. Met als voorbeeld de Joden die Duitsland waren ontvlucht en die in Nederland opnieuw werden geconfronteerd met de Duitsers. Een aantal van hen heeft suïcide gepleegd, omdat ze wisten welke ellende hun te wachten stond. Die waren allerminst psychiatrisch gestoord."

"Van sommige patiënten kan ik me goed voorstellen dat ze dood willen, zodat hun lijden ophoudt. Psychisch ­lijden is vaak zwaarder dan fysiek lijden."

U heeft bijna uw hele leven in de acute psychiatrie gewerkt. Hoeveel zelfmoorden maakte u mee?
"Ongeveer tien. Dat zijn zware periodes. Ik herinner me een man die lang in de kliniek in Santpoort had gezeten met zware depressies. Die ben ik systeemtherapie gaan geven: ik heb zijn naasten bij de behandeling betrokken. Op enig moment ging het beter, zagen de familie en ik, al zei die man zelf van niet. Maar toen het beter leek te gaan, suïcideerde hij zich. Droevig."

Wat is er in veertig jaar veranderd in de acute psychiatrie?
"Nou, niet zoveel. Toen ik net begon, had ik een koffertje bij me met wat geneeskundige instrumenten en vier soorten pillen, en die worden nog steeds gebruikt. Er zijn wat medicamenten bij gekomen, zonder veel meerwaarde."

In hoeverre hebben leefomstandigheden invloed op psychiatrische ziekten? Zonder huis, baan en geld ontspoor je snel?
"Officieel gaat de zorg daarover, niet de psychiatrie, maar we kijken geregeld over de schouder mee. De overheid heeft veel voorzieningen afgebroken, maar er is nog daklozenopvang en schuldsanering."

Is het minimum bereikt wat betreft afbraak door de overheid?
"Ik ben geneigd ja te zeggen, al kan ik dat niet volmondig. De sociale werkplaats zoals die bestond, die is er niet meer, bijvoorbeeld. Die was heel nuttig. Mensen aan de onderkant van de samenleving zijn de klos geworden. Die zien we terug in de acute psychiatrie. Je kon dertig jaar geleden beter patiënt zijn dan nu."

Alexander Achilles: 'Nieuwsgierigheid en spanning waren mijn belangrijkste drijfveren'Beeld Mark van der Zouw

Heeft u weleens een psychiatrische aandoening gehad?
"Na een joint heb ik een bad trip gehad. Ik werd overspoeld door verdriet. Ik denk dat het te maken had met uit de kast komen, geen vriendje hebben. Ik was twintig."

Homoseksualiteit is tot 1973 een ziekte geweest volgens de DSM, het classificatieboek van psychiatrischeaandoeningen. Moeten we de psychiatrie wel serieus ­nemen?
"Ook in andere oude psychiatrische handboeken kwamen homoseksuelen er nooit ongeschonden uit. Dat zegt niet dat we de psychiatrie niet serieus moeten nemen, maar het zegt dat de psychiatrie meer dan andere medische specialismen zeer maatschappelijk geworteld is. En dus ook modegevoelig."

Heeft u uzelf ooit als ziek beschouwd?
"Nee, en dat is maar goed ook. Homoseksualiteit is een minderheidsverschijnsel, maar niets ziekelijks. Als ik een leuke man zie, krijg ik een aangenaam gevoel en dat is voor mij heel normaal. Maar je moet in het reine komen met de maatschappelijke druk daarover. Dat is me op mijn 21ste gelukt."

Welke ander modegevoelige onderdelen bent u in veertig jaar psychiatrie tegengekomen?
"Als assistent van psychiater Jan Bastiaans heb ik iemand met lsd ingespoten. Dat was om het trauma van het concentratiekamp te kunnen behandelen - het KZ-syndroom. Dat was een volkomen verkeerde behandeling, maar dat had ik toen niet zo helder als nu."

"Het theoretische concept is prima: iemand dekt een trauma af, waardoor dat trauma een stoorzender blijft. ­Iemand houdt depressies, angst, etcetera. Maar dat trauma moet je niet blootleggen met lsd, want dan heeft ­iemand niet de keuze om het al dan niet af te dekken.
En dat is fout, want dat afdekken doe je niet voor niets."

"Bovendien stelde Bastiaans zeer suggestieve vragen om bij het trauma te komen. Die patiënt die ik tot tweemaal toe lsd had gegeven, werd behandeld in een ruimte met kussens. Bastiaans zei dat die kussens de SS'ers waren. En hij zei: 'Doe maar wat je wil. Grijp ze maar bij de keel. Bijt ze maar in de keel.' Die man ging in de kussens bijten. Een spectaculaire aanblik, maar te suggestief en daardoor niet goed. In de nasleep van de behandeling moest ik die man vertellen dat hij in oorlog geen SS'ers had doodgebeten, want dat was blijven hangen."

Wat in de huidige ­behandelingen zal de tand des tijds niet doorstaan?
"Vóór de bezuinigingen hadden we laagdrempelige ­crisiscentra, voor mensen die een time-out wilden. Het waren patiënten die te licht waren voor een psychiatrische opname, maar te zwaar om naar huis te sturen. Dat bestaat niet meer. Die opvang zou moeten terugkeren."

Hoe belangrijk zijn uw patiënten voor u geweest?
"Ik zou jokken als ik zeg dat zij de belangrijkste drijfveer zijn geweest, al wilde ik natuurlijk wel zo goed mogelijke zorg bieden. Nieuwsgierigheid en spanning waren mijn belangrijkste drijfveren. Ik kwam overal, in elke straat in Amsterdam ken ik wel een verhaal."

Wat heeft u geleerd van al die mensen die u onderzocht?
"Ik heb me tijdens het uitoefenen van dit prachtige vak gerealiseerd hoe belangrijk het is dat je bent opgevoed door liefhebbende, zorgzame ouders. Als je niet getroebleerd, getraumatiseerd of mishandeld bent als kind, heb je een enorme voorsprong in het leven. Ik ben mijn ouders vooral erg dankbaar."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden