Vader Raymond (52) en zoon Giovanni (20)

Plus

Ajax en Spurs in één gezin: 'We staan al in de finale'

Vader Raymond (52) en zoon Giovanni (20) Beeld Ivo van der Bent

Naar de Arena is het 12 minuten met de scooter, naar het stadion van de Spurs zijn ze 12 uur onderweg. Vader Raymond (52) en zoon Giovanni (20) Hendriks hebben een seizoenkaart van Ajax én Tottenham.

Meteen na de loting voor de kwart- en eventuele halve ­finale van de Champions League keken Raymond Hendriks en zoon Giovanni elkaar aan. Hun blikken zeiden ­genoeg: het kan. Het is onwaarschijnlijk, natuurlijk, maar het kán.

Ajax zou Juventus moeten uitschakelen - ga er maar aan staan. En Tottenham Hotspur had een zo mogelijk nog pittiger karwei met Manchester City als ­tegenstander. Maar het droomscenario, een confrontatie van hun twee gezamenlijke liefdes, stond nog overeind.

Raymond Hendriks werd in 1967 geboren in de Watergraafsmeer, met Ajaxstadion De Meer om de hoek. Toen zijn vader - bouwvakker van beroep - een jaar later in de ziektewet terechtkwam door een gebroken pols, liep hij ­elke ochtend met de kinderwagen naar de training van Ajax. En niet gewoon Ajax, maar het gouden Ajax.

Het ­begin van de glorietijd. Cruijff, Krol, Swart. Niet dat Hendriks het als baby écht mee zal hebben gekregen, maar dat hij een leven lang fanatiek voor Ajax zou zijn, dat zat er wel in. Dus ook al verhuisde hij op driejarige leeftijd al uit Amsterdam om er pas in 2015 weer te gaan wonen, Ajax was er altijd. Seizoenkaart, glorietijden, de kwakkeljaren: hij maakte ze mee.

Harde tackles, vieze broekjes
Maar met die ene, logische voetballiefde als stabiele ­factor in zijn leven kwam er stiekem een andere bij. Hoe de vonk precies oversloeg? Hij weet het niet meer. Maar ergens ontwikkelde hij een onverbiddelijk zwak voor Tottenham Hotspur, die grote club uit Noord-Londen waar altijd mooi gevoetbald wordt, maar nooit eens een prijs werd gewonnen. ­

Alleen via Match of the Day op BBC One, dat samenvattingen uit de Engelse competitie uitzendt, zag hij wel­eens wat van de Spurs, maar dat was genoeg.

Wat hij zag was een ploeg die wilde voetballen. Hoe ­anders dan de rest van de clubs in Engeland toen. Engels voetbal, dat was kleunen, de bal naar voren peren en ­erachteraan. Dat was liever een sliding dan een schaar.

Harde tackles, vieze broekjes, slechte velden, strijd boven schoonheid. Maar toen was daar Tottenham Hotspur, dat na het WK in 1978 twee Argentijnen oppikte uit de ploeg die wereldkampioen werd ten koste van Nederland. Osvaldo Ardiles en Ricardo Villa. Dartelaars waren het, even elegant als intelligent met de bal aan hun voet. Zo ­anders, zo on-Engels. Zo Ajax eigenlijk.

Hendriks zag ze en kreeg gelijk in zijn vermoeden dat aan de overkant van de Noordzee nóg een liefde op hem lag te wachten. Tottenham Hotspur kreeg een plekje in zijn hart.

De zegetocht van Tottenham Hotspur kent gelijke tred met die van Ajax in de Champions League. Met nu de grootse climax in het verschiet: de halve finale, vandaag en volgende week. De twee liefdes tegen elkaar. Kan een voetbalhart dat aan?

In elk geval staat hij niet alleen in zijn tweestrijd. Net als zijn vader is Giovanni ook besmet geraakt met het Spurs-virus. Wat wil je ook, als je op vijftienjarige leeftijd na jaren van zoete verhalen met die ouwe door de oer-Engelse wijk Tottenham loopt, en langzaam stadion White Hart Lane ziet opdoemen terwijl het naar fish and chips ruikt, terwijl mannen met buiken in het wit gestoken liederen zingen en terwijl die tempel steeds dichterbij komt.

Naar binnen, de trappen op en dan dat moment: voor het eerst het veld, de tribunes, de pure voetbalromantiek. Het was een doodsaaie pot tegen laagvlieger West Bromwich Albion. 1-1, oud-Ajacied Christian Eriksen draaide er een vrije trap in.

De club greep hem en liet hem niet meer los, zoals Ajax hem ook wel bij de kladden had, maar toch nooit zo intens als die Londense grootmacht. Bij Ajax kriebelt het bijna nooit, maar voor wedstrijden van de Spurs is hij zenuwachtig. Blij als ze winnen, niet te genieten als ze verliezen.

Elke thuiswedstrijd zat hij braaf naast zijn vader in de Arena. Eerst vooral voor de M&M's, later toch ook wel voor het voetbal, maar die verhalen van zijn vader over Tottenham - ze maakten een begeerte in hem los zoals bij een onbereikbare liefde. Dus toen het zover was, een wedstrijd van Tottenham, live op White Hart Lane, toen voelde hij het ware supporterschap knetteren in zijn onderbuik.

Gewetensvraag
Niet dat hij niet voor Ajax is trouwens, dit jaar zat hij schreeuwend op de tribune bij de Champions League-wedstrijden. Maar als hij moest kiezen? Volgende week woensdag bijvoorbeeld, in de Johan Cruijff Arena. 89ste minuut, penalty voor Tottenham. En wie gaat er achter de bal staan? Jan Vertonghen, zul je net zien. Het is de gewetensvraag. Wat hoop je: raak of mis?

Giovanni, met lichte tegenzin: "Nou, goed. Schiet hem er maar in."

Raymond: "Ja? Je gaat maar lopend naar huis dan. Hij mag hem het stadion uitschieten van mij."

Want zo liggen de verhoudingen. Waar de balans bij de zoon iets uitslaat naar Noord-Londen, daar is de Ajax­liefde van Raymond net iets groter. "Maar eigenlijk kunnen we alleen maar winnen. Wat er ook gebeurt, een van onze clubs staat in de finale straks."

Beeld Ivo van der Bent

Toch wordt het spannend om te zien wat er gebeurt als het er echt om gaat. Het is nooit aangekomen op deze spagaat. Althans, niet dat Raymond zich kan herinneren. In 1981 speelden de twee clubs tegen elkaar in de Europacup 2. Het beklijfde niet.

Wat wel komt bovendrijven, is de masterclass die Tottenham Hotspur aan Feyenoord gaf ­tijdens de Uefa Cup in 1983. Toevallig in het jaartje Feyenoord van Johan Cruijff, waar we het verder niet over hoeven te hebben, maar die wel alle hoeken van het veld te zien kreeg van Spurslegende Glenn Hoddle.

De laatste jaren groeide de liefde voor Tottenham ­Hotspur bij vader en zoon Hendriks. Dat er zoveel Ajacieden in Noord-Londen terechtkwamen, maakte het nog leuker. Wij raakten ze kwijt, Davinson Sánchez, Jan Vertonghen, Toby Alderweireld, Christian Eriksen. Steeds ­vaker pikten ze dus een wedstrijd mee, tot twee jaar geleden toen ze besloten: we nemen een seizoenkaart. ­

Dure grap? Welja. Maar ze leven nu, het kan eraf en morgen is morgen, dus wat zou het? Naar de Arena is het twaalf minuten met de scooter, naar White Hart Lane - en nu naar het nieuwe Tottenham Hotspur Stadium - zijn ze twaalf uur onderweg, heen en terug.

Bij een middagwedstrijd vliegen ze 's ochtends naar Londen en landen ze
's avonds weer in Amsterdam. Bij Champions League-wedstrijden boeken ze een hotelletje. En ondertussen bezoeken ze samen nog trouw de Arena, want kiezen hoeft niet.

Tot vandaag dan. Denk maar eens aan ze, vanavond in Londen en volgende week in Amsterdam. Hun twee cluppies, hun grote liefdes, voor hun ogen strijdend voor dat ene ticket voor de finale. Een zeldzame kans voor allebei, want door het te duur uitgepakte nieuwe stadion is het geld straks op bij Tottenham Hotspur en zal het team waarschijnlijk uiteenvallen. Om nog maar te zwijgen over de aanstaande uittocht bij Ajax.

Het moet nu gebeuren, dat geldt voor Ajax én voor ­Tottenham Hotspur. Eigenlijk kunnen we alleen maar winnen, zei Raymond. Maar eigenlijk ook alleen verliezen. Want zo hard is sport, dat heeft die met liefde gemeen.

Dinsdag 30 april om 21.00 uur speelt Ajax de uitwedstrijd tegen Tottenham Hotspur voor de halve finale van de Champions League. Volg alle ontwikkelingen in aanloop naar de wedstrijd in ons liveblog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.