PlusExclusief

Ajax en de Wereldbeker van vijftig jaar geleden: de perfecte revanche op het ‘misdadige’ voetbal van Independiente

De huldiging door koningin Juliana na de 3-0 winst in Amsterdam op Independiente. Piet Keizer neemt de beker in ontvangst. Beeld ANP
De huldiging door koningin Juliana na de 3-0 winst in Amsterdam op Independiente. Piet Keizer neemt de beker in ontvangst.Beeld ANP

Op 28 september 1972 won Ajax voor de eerste keer de Wereldbeker. De Amsterdammers kregen te maken met Argentijns ‘terroristenvoetbal’. Ajaxvoorzitter Jaap van Praag zei dat die Wereldbeker hem voortaan gestolen kon worden.

Jaap Visser

“Zo,” zegt de gehavende Johan Cruijff, wanneer hij na deel één van het gevecht om de Wereldbeker het vliegtuig in strompelt, “dat was Buenos Aires. De eerste en ook de laatste keer.” Voorspellende woorden, want zes jaar later zal hij bij de apotheose van het wereldkampioenschap in de Argentijnse hoofdstad schitteren door afwezigheid.

Over het waarom van de absentie van Cruijff bij het WK in 1978, is veel gespeculeerd. Een hardnekkige suggestie is dat hij van echtgenote Danny na ‘de zwembadrel met champagne en naakte meisjes’ tijdens het WK in Duitsland in 1974 nooit meer zo lang van huis mocht.

Waarschijnlijker is het dat Cruijff na de gewapende overval bij hem thuis in Barcelona, in 1977, niet meer weken van zijn gezin gescheiden wil zijn. En de wedstrijd met Ajax in Buenos Aires zal er ook mee te maken hebben gehad. Hij is in het politiek onrustige Argentinië immers met ontvoering bedreigd.

Dat gebeurde in een anoniem telefoontje dat ‘zeer serieus’ werd genomen, kan keeper Heinz Stuy zich herinneren. In Buenos Aires, waar guerrillabewegingen en criminele bendes actief zijn, was kidnapping destijds bijna aan de orde van de dag. Vlak voor de komst van Ajax is de Philipsdirecteur in Argentinië, Jan van der Panne, nog anderhalve dag gegijzeld geweest. Zijn vrijlating zou ongeveer een half miljoen dollar hebben gekost.

Stuy als bodyguard

Stuy kreeg van trainer Stefan Kovács de opdracht niet van de zijde van zijn slapie Cruijff te wijken. De doelman uit IJmuiden, die behoorlijk uit de kluiten was gewassen, had geen moeite met de rol van bodyguard. “Ik was toch al gewend om het doel te bewaken. Dus Johan in het oog houden, was geen probleem. We bleven in Buenos Aires vooral op onze kamers. En Johan, een zenuwpees van nature, maar roken. Dan zei ik: ‘Johan, raam open, niet midden in de kamer roken.’ En dan zei hij: ‘Wat nou Heinzie, jij komt toch uit de buurt van de Hoogovens, dan kan je toch zeker wel tegen een beetje rook?’ Hij had altijd het laatste woord, die kleine.”

Eén keer verlieten de spelers het Sheraton Hotel in Buenos Aires voor een ommetje, onder politiebegeleiding. Stuy: “Kwamen we langs een wapenwinkel en uit nieuwsgierigheid zijn we naar binnen gegaan. Piet Keizer en Ruud Krol kochten voor de lol een pistool. Later heb ik Pietje nog gevraagd of ie er ooit mee geschoten had. ‘Ja’, zei hij, ‘ik heb dat ding één keer mee naar het Amsterdamse Bos genomen en een beetje op bomen geschoten’.”

Het was tegen de zin van het bestuur en de technische en medische staf dat Ajax als de nummer één van Europa de strijd aanbond met de kampioen van Zuid-Amerika. Te vaak was het duel om de Intercontinental Cup, zoals het tweeluik tussen de winnaar van de Europa Cup en die van de Copa Libertadores wordt genoemd, op een ordinaire schoppartij uitgedraaid. Vooral door toedoen van de heetgebakerde Zuid-Amerikanen die meenden de hoogmoed van de tegenstanders van het imperialistische continent te moeten afstraffen.

Na de eerste Europacupwinst in 1971 had Ajax bedankt voor de eer om namens Europa de Wereldbeker te bevechten, maar een jaar later speelde het eergevoel van de sterren Cruijff en Keizer op. Zij wilden in 1972 na het winnen van de landstitel, de KNVB-beker en een tweede Europacup de prijzenverzameling compleet maken. Daarom stapte Ajax begin september op het vliegtuig naar Buenos Aires, voor een reis van zeventien uur, met tussenlandingen op de Azoren en in het Braziliaanse Recife.

Afgeladen

Op woensdagavond 6 september betraden de Amsterdammers het afgeladen en rumoerige Estadio Libertadores de América, in smetteloos wit en met rouwbanden om, vanwege de Palestijnse aanslag op de Israëlische Olympische ploeg in München, een dag eerder. In ‘een orgie van lawaai’, zoals dagblad Het Vrije Volk het noemde, brak een partij ‘terroristenvoetbal’ los waarin Ajax klappen kreeg. Letterlijk.

Nadat Cruijff met een fraaie boogbal al snel de score had geopend, moest hij spitsroeden lopen. Independiente probeerde hem uit de wedstrijd te schoppen en dat lukte Dante Mircoli na een half uur. De Italiaans/Argentijnse middenvelder velde Cruijff met een, volgens De Telegraaf, ‘achterbakse trap van achteren’. Cruijff hinkte van het veld met een opzwellende rechterenkel, plofte neer op de reservebank en stak een sigaret op.

In de rust wilde Keizer, die het trappen, knijpen en spugen van ‘die Argentijnse dwazen’ zat was, er de brui aan geven en beklaagde clubvoorzitter Jaap van Praag zich bij de Russische scheidsrechter, Tofik Bakhramov. Trainer Kovács bleef rustig en drong erop aan de horrorfilm maar gewoon uit te zitten. “Nu we hier toch zijn.”

Zwaar geïrriteerd vervolgde Ajax de strijd op het slagveld in Avellaneda, een voorstad van Buenos Aires. Daar maakte Francisco Sá in de slotfase gelijk, liep libero Horst Blankenburg een lelijke kuitblessure op, hapte Johan Neeskens naar lucht na een ram in zijn ribbenkast en ging Sjaak Swart neer na een rechtse directe in de maagstreek van aanvoerder Ricardo Pavoni. Toen hij overeind was gekrabbeld, zweerde de rechtsbuiten in zijn beste staccato-Engels wraak aan de Argentijn met de martiale snor: ‘Next time, in Amsterdam, I kill you.’

Killen

En dat killen gebeurde, figuurlijk, op donderdagavond 28 september 1972, al moest Swart er wel deels bij toekijken. Sjakie had wat te veel van zichzelf gevergd in een moeizame eerste helft en moest er een kwartier na rust uit met kramp. En dat was min of meer het einde van de befaamde nummer 8 als Ajax’ eeuwige rechtsbuiten. Want zijn vervanger was de jonge, rappe Johnny Rep en die werd de rivaal waar de 34-jarige Swart niet meer tegenop kon.

De ‘notoire lastbrenger’, zoals ondeugd Rep al eens in een krant was betiteld, stond te popelen om basisspeler te worden. De Zaankanter die in brutaliteit niet voor een Amsterdammer onder deed, was twintig en ongedurig. Op de training had hij al eens slaande ruzie gehad met Cruijff, wiens ‘betweterige geouwehoer’ hem horendol maakte.

Maar Cruijff speelde graag met Rep, die snel en doelgericht is. Aan hem kon hij mooi zijn steekpass kwijt als hij zich uit de punt van de aanval naar het middenveld liet terugzakken. En dat deed Cruijff steeds vaker, hij was meer spelverdeler dan midvoor aan het worden. Voordat hij mocht opdraven voor Swart kreeg Rep nog een uitbrander van de trainer. “Ik was na de rust vergeten de reserveballen uit de kleedkamer mee te nemen,” staat Rep bij. “Dat was mijn taak als wisselspeler. Kovács foeterde dat ik mijn plicht verzuimde. ‘Zo word je nooit een echte prof, Johnny,’ zei hij.”

Toch aarzelde Kovács geen moment toen Swart uitviel. ‘Rennen jongen,’ droeg hij Rep op.

Omdat Neeskens voor rust had gescoord, kon Independiente niet meer met man en macht achterin blijven hangen. De Zuid-Amerikaanse kampioen moest op zoek naar doelpunten en achter de verdediging ontstond daardoor ruimte, zo had Rep al op de bank kunnen vaststellen. “Toen ik er inkwam, liep ik even langs Cruijff en zei: ‘Geef ze maar diep, ik ga er wel achteraan’.”

Perfect passje

Twee keer scoorde Rep op aangeven van Cruijff, wiens enkelblessure ‘onder controle’ was. Het mooist is de 3-0 toen Cruijff, aan de bal op eigen helft, vanuit een ooghoek zag hoe Rep het ineens op een hollen zet. Het passje tussen de Argentijnse verdedigers door was perfect en in volle ren nam de invaller de bal mee, omspeelde keeper Miguel Santoro met rechts en rondde af met links.

Toen koningin Juliana de wereldbokaal in handen van aanvoerder Keizer drukte, had Ajax in één kalenderjaar alles gewonnen wat er te winnen viel. De vierde triomf streelde het eergevoel, maar de heibel van de verre uitwedstrijd in Buenos Aires deed niet alleen Cruijff verzuchten dat het eens maar nooit weer was. Het jaar erop, toen Ajax nog altijd heerste in Europa, liet Van Praag de internationale bonden weten dat die Wereldbeker ze in Amsterdam gestolen kon worden.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden