Afscheid van Kapitein Wolff

AMSTERDAM - De geplande barbecue op de kade van het Muziekgebouw viel door de hevige wind in het water. Misschien waren de weergoden vertoornd door de officiële pensionering van Jan Wolff, directeur van het Klankwonder aan 't IJ.

Wolff, de 'opperherbergier der Nederlandse ensembles' (Siewert Verster in toespraak), werd gisteren op grootse wijze uitgeluid, met
's middags een curieus, maar vrolijk stemmend waterconcert voor zestig scheepstoeters van Willem Breuker, getiteld Kapitein Wolff meert af. En 's avonds met nog meer muziek, van Ron Ford, Wolfgang Rihm - uitgevoerd door het Arditti Kwartet en sopraan Claron McFadden - en Conlon Nancarrow, gespeeld door het Calefax Rietkwintet, maar nu in de zaal die ongetwijfeld ooit Jan Wolffzaal zal gaan heten, en met nog meer toespraken.

''Jan heeft heel wat teweeggebracht in de afgelopen dertig jaar,'' zei spreekstalmeester Jarko Aikens (stafmedewerker van het Muziekgebouw) met gevoel voor understatement, voordat Siewert Verster (namens de ensembles), Hans Gerson ('de bouworganisatorische peetvader van het Muziekgebouw'), Claron McFadden en Louis Andriessen (componist des vaderlands) het woord namen om Wolff de hemel in te prijzen.

''Dit gebouw staat er omdat ik vermoed dat je een genie bent,'' zei Louis Andriessen, die memoreerde hoe het allemaal was begonnen met die opslagplaats voor textiel aan de Weesperzijde, de latere IJsbreker, met dezelfde architect als van het Concertgebouw (Van Gent). Siewert Verster kwam met een aardig nieuwtje: op de eerste bouwtekeningen van dat Concertgebouw had Van Gent 'Muziekgebouw' geschreven.

Mooi down to earth was ook de toespraak van Hans Gerson, die als directeur van het Grondbedrijf ambtelijk opdrachtgever van het Muziekgebouw was, en lang en intensief met Wolff samenwerkte. ''Ze hadden me verteld dat je een moeilijke man was. En dat was ook wel enigszins zo. Maar eigenlijk ook niet.''

Kern van alle verhalen: Jan Wolff was een man met een missie. En hij stoomde net zo lang door totdat hij zijn droom had waargemaakt. ''Eigenlijk is Jan zelf ook een ijsbreker natuurlijk,'' zei Louis Andriessen.

In zijn dankwoord - 'wat een eer en wat een mooie woorden' - vertelde de gepensioneerde een anekdote die de man tekende, over hoe hij als hoornist 55 keer de Mattheuspassie van Louis Andriessen speelde, en 55 moest beginnen met een voor hoornisten riskante hoge noot. Volgens de wetten der statistiek moest dat wel een keer fout gaan. Maar het gíng niet fout. ''Het kon niet, maar het lukte wél,'' zei Wolff, en alle aanwezigen dachten meteen aan het Muziekgebouw, dat ook een onmogelijk project leek, maar nu al vier jaar in zijn volle glorie staat te pronken.

''Ik ben blij dat ik lastig was,'' zei Wolff tot slot. Zijn opvolger, de Vlaming Tino Haenen, wacht een mooie taak. ''Hij is uit hetzelfde hout gesneden als ik.'' (ERIK VOERMANS)

Foto Floris Lok
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden