Plus

Afscheid IJzelendoorn na jaren crisisbeheersing in de stad

Ruud IJzelendoorn (56) vertrekt als directeur Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de inhuldiging van de koning, Obama's bezoek en terreurbestrijding.

Ruud IJzelendoorn Beeld Carly Wollaert

Het is zondagavond 23 maart 2014, de avond voordat 'Potus' het Rijksmuseum zal bezoeken: President of the United States Barack Obama. Weken tevoren is directeur Ruud IJzelendoorn van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid op het Amsterdamse stadhuis één van de drie personen die weten van de aanstaande Operatie Obama ('héél gaaf'). Het is tijd voor de laatste loodjes.

Met zijn ploeg, die de volgende dag zal doorbrengen in 'de bunker' onder de Stopera, snuift IJzelendoorn sfeer op het Museumplein. Ze zetten de fietsen bij de waterpartij. IJzelendoorn ziet even over het hoofd dat hij persoonlijk opdracht heeft gegeven alle obstakels te verwijderen, dus bij terugkeer zijn de fietsen weg.

Denkfoutje
Dat is niet het grootste probleem. Terwijl de Air Force One invliegt, gaat rond acht uur in de avond de telefoon. IJzelendoorn: "We hadden een denkfoutje gemaakt."

Het bezoek van Obama in 2014 Beeld EPA

Omdat een batterij helikopters tussen de musea zal landen, zijn de kunstschatten een punt van zorg. Om de drukgolven te dempen, zijn 85 zeecontainers om het plein geplaatst, maar dat is niet genoeg. In alle museumzalen moeten bergen isolatiemateriaal de trillingen absorberen. Zes vrachtwagens vol. Helaas blijkt maar één baal per keer in de lift te passen. "Dit zou zo een week duren."

Crisisoverleg.

"Brainstormend komen we uit bij de brandweer. Ik bel de commandant dat ik al zijn mensen - beroeps en vrijwilliger - nodig heb en dat 'nee' geen antwoord is. Binnen een half uur heeft hij een enorme club op de been. Als hij me om kwart over twaalf 's nachts meldt dat de missie is geslaagd, denk ik: whooow."

Megaklus
Ja, het bezoek van Obama is wel een hoogtepunt in IJzelendoorns loopbaan bij het stadhuis. Die begon in 2011 met het opzetten van de Top 600, waarover later meer, en mondde in 2013 uit in de leiding over de afdeling 'OOV'. Die club groeide gaandeweg van 60 naar 150 ambtenaren.

De inhuldiging van koning Willem-Alexander in 2013 was ook een megaklus, al duurde die minder lang dan het faciliteren van het voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016. "Om te voorkomen dat al die internationale gasten het verkeer tot een drama zouden maken, hebben we vooral het water gebruikt als transportkanaal. We toonden ons het Venetië van Nederland," zegt IJzelendoorn.

"Wat mooi is: de Amsterdamse politie en justitie willen net zoals wij de rust bewaren door normaal te doen als er geen info is dat het anders moet. Dat werkte ook nu heel goed."

'Zo normaal mogelijk' doen was ook de reden dat burgemeester Van der Laan het plaatsen van betonblokken om aanslagen met vrachtwagens te verijdelen lang had tegengehouden. IJzelendoorn noemt het onvermijdelijk dat alsnog blokken zijn geplaatst op de Dam, op het Stationsplein en bij winkelstraten. "Nietsdoen na de zoveelste aanslag met een vrachtwagen, dat konden we niet meer aan de Amsterdammer verkopen."

Aardverschuiving
Dat IJzelendoorn in de toch nog altijd wat linksige Stopera zou belanden, lag aan het begin van zijn carrière niet voor de hand. Hij is een militair, werkte in de jaren tachtig en negentig bij de Koninklijke Marechaussee - ook als commandant.

"Haha, wat culturen betreft is dat een complete aardverschuiving, ja. Toch is dat iets te gechargeerd. Nadat de muur was gevallen, werden de carrièrekansen kleiner. Ik had geloof ik 400 mensen voor me eer ik ooit generaal kon worden, dus ik heb het bedrijfsleven opgezocht."

Via een oud-collega kwam IJzelendoorn in de beveiliging terecht. "Daar heb ik geleerd hoe je opsporing en beveiliging commercieel kunt maken en state of the art levert aan klanten ­zoals Schiphol."

Uiteindelijk belandde hij bij de Amsterdamse sociale dienst. Zeven jaar lang. "Dan is het cirkeltje rond. Als je vraagt hoe ik met mijn militaire achtergrond toch in de Stopera kan werken, is het antwoord dat ik naast de harde kant ook die zachte kant van Amsterdam heb mogen ervaren. Bij de sociale dienst vóél je de sociale samenhang, van armoe tot rijkdom."

Paradepaardje
Uiteindelijk zette IJzelendoorn zich aan de problemen met de inburgering. Zo ontmoette hij minister van Wonen, Wijken en Integratie Eberhard van der Laan. "Ik vond dat de landelijke regels niet goed aansloten op het lokale beleid. Dat zei ik Eberhard. Ik heb nog nooit in zó'n korte tijd zó'n heftige ruzie gehad. Een week daarna had hij het laten uitzoeken. Hij zei: 'Ik vermoed dat je gelijk hebt. We moeten hier goed naar kijken. Wil jij dat doen?'"

Eurotop in 2016 Beeld ANP

IJzelendoorn deed het. "Ik vertrok een half uur later met een baan op het ministerie. Die ­samenwerking was héél gaaf."

Toen Van der Laan een half jaar burgemeester van Amsterdam was, vroeg hij IJzelendoorn of hij zijn latere paradepaardje wilde optuigen: de Top 600 van jonge, gewelddadige criminelen.

"In die Top 600 kwam veel uit mijn loopbaan fantastisch bij elkaar. Ik had die harde lik-op-stukkant gedaan als militair, maar ook de sociale, zachte kant in de stad. Zorg zou ook een pijler worden, net zoals het voorkomen dat broertjes en zusjes crimineel werden. Ik heb niet eens mijn vrouw gebeld en ja gezegd."

Hoewel hij capaciteit van tientallen instanties vreet, geldt de Top 600 ook onder aanvankelijke critici als een succes, nu de jongens en jonge mannen zestig procent minder recidiveren (opnieuw misdrijven plegen). Dezelfde methodiek waarin vele instanties rond één persoon of groepje samenwerken, wordt inmiddels toegepast op families die buurten terroriseren, op jongeren die radicaliseren en op hooligans.

De inhuldiging van koning Willem-Alexander in 2013 Beeld EPA

Na de Top 600 kwam de baan vrij van directeur OOV, de afdeling die zich bezighoudt met het voorkomen en beheersen van crises en incidenten, zoals terreur, het bestrijden van de georganiseerde misdaad die zich invreet in de stad en de 'persoonsgerichte aanpak', zoals de Top 600.

'Shit' op straat
Voor zijn vierde 'domein' heeft IJzelendoorn een droom. De tak 'handhaving en toezicht' wordt verder opgetuigd. "Dááraan heeft de stad behoefte. Ik zie een servicecentrum voor me waar dagelijks informatie binnenstroomt uit talloze kanalen. Analisten bundelen die data, zodat we precies zien in welke straten de shit ontstaat, letterlijk. Overlast door jeugd of hondenpoep, vuilnis, fietsen, parkeren, noem maar op."

"Achter de analisten zitten planners en dáárachter een batterij boa's (bijzondere opsporingsambtenaren) en toezichthouders, verkeersregelaars en gastheren en gastvrouwen zoals we nu op de uitgaanspleinen hebben. Zo kunnen we meteen op de juiste manier ingrijpen, binnen de privacyregels."

Op 30 juni vertrekt IJzelendoorn om weer als zelfstandige aan de slag te gaan. "Ik heb altijd gezegd hier vijf jaar directeur te willen zijn. Ik zou in januari stoppen, maar vanwege de ziekte en het overlijden van Eberhard en vanwege de problemen op de afdeling radicalisering (zie kader) heb ik mijn vertrek een half jaar uitgesteld. Het is mooi geweest met 365 dagen per jaar 24 uur die telefoon aan. Ik ga lekker op pad met mijn motorbootje."

'Hoe we radicalisering kunnen voorkomen, is nog een zoektocht'

De afdeling Openbare Orde en Veiligheid ligt onder het vergrootglas vanwege het strafontslag van antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb.

Zij was verliefd op een opdrachtnemer, ging privé met hem om en maakte zich volgens de gemeente schuldig aan plichtsverzuim.

De affaire kwam symbool te staan voor een afdeling waar vriendjespolitiek de norm leek. "Het is afschuwelijk wat er allemaal gebeurt, maar ook omdat de zaak onder de rechter is, moet ik heel genuanceerd formuleren. Het was en is een zoektocht naar hoe we radicalisering kunnen voorkomen. Wat doen we met de pakweg vijftig potentiële uitreizigers of terugkeerders? Er is geen blauwdruk."

"Het grote verschil met bijvoorbeeld de Top 600 is dat je geen harde feiten hebt. Misschien wordt iemand beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar ook dan ontbreekt meestal het bewijs. Je probeert mensen te monitoren, maar weet dat de grootste probleemgevallen waarschijnlijk lone wolves zijn. Dus zoek je mensen met toegang tot de gemeenschappen waarin zij zich ophouden."

Inmiddels is het beeld dat zo een club mensen kon ontstaan die onprofessioneel opereerde en vriendjespolitiek bedreef. Er lopen onderzoeken. "We verwachten de uitkomsten op korte termijn en ik verwacht dat het goed komt. We formeren weer een nieuwe club van negen à tien mensen. Dit werk is nooit af, maar als ik straks vertrek, moet het meeste zijn gedaan. Nietsdoen is geen optie, want voor Amsterdam speelt deze even subtiele als gevaarlijke materie nu eenmaal."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden