Plus PS

'Afgesloten stegen snakken naar een beetje aandacht'

De historische haarvaten van de binnenstad zijn vuil, verwaarloosd en er gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen velen. Daarom zit een deel van de 236 stegen op slot. 'Ze snakken naar een beetje aandacht.'

Openhartsteeg Beeld Lynne Brouwer

Bert Nijhof (48) heeft een helse dag achter de rug. Dragqueen Janey Jacké, de ster van zijn dinnershow in restaurant Burlesque, was op het laatste moment verhinderd. Het was met ren- en vliegwerk en een beetje geluk dat de show toch nog kon doorgaan. Dus nu staat Nijhof opgelucht aan de bar in SoHo, het café waarvan hij ook mede-eigenaar is.

Het is vrijdagnacht, iets na tweeën en Nijhof bestelt nog een rondje Jägermeister. Eigenlijk heeft hij geen zin om nu te praten over de plek die de bron is van zo veel ellende. Maar vooruit.

"Ik ben zelf ook geen heilige," schreeuwt Nijhof, door de pompende muziek in SoHo heen. "En ik ben ook geen zure nicht die wil dat er niets mag in de stad. Maar wat daar gebeurt, heb ik in mijn leven nooit gedaan. In die teringtyfussteeg."

De Openhartsteeg, tussen de Reguliersdwarstraat en het Singel, dankt zijn naam aan een gevelsteen van een open hart met daarin een appel. De steeg - die ergens in het begin van de zeventiende eeuw moet zijn ontstaan - haalde in 1865 de krant toen een smid uit het zolderraam viel en zijn benen, linkerarm en kaak brak.

In 1943 ontsnapte de steeg aan een neerstortend vliegtuig, dat een groot deel van de Reguliersdwarsstraat en de bijbehorende stegen vernietigde. Voor de rest heeft zelden iemand oog voor de gebeurtenissen in de Openhartsteeg. Wat gebeurt in de steeg, blijft in de steeg.

Na nog een drankje pakt Nijhof zijn sleutels. Aan de overkant van SoHo, vanuit zijn restaurant en zijn appartement erboven, heeft hij vrij uitzicht op de doorgang, die als een soort trechter tussen de uitgangen van SoHo, club NYX en Exit Café ligt, uit het zicht van de portiers. Hij zal laten zien welke kwellingen de steeg en hij vrijwel dagelijks ondergaan.

Op haar hurken
Om 03.24 uur opent hij de deur van Burlesque. Nog voordat hij het licht heeft aangedaan, verschijnt er al een vrouw voor een raam van het restaurant die, voorovergebogen, een vinger in haar keel steekt.

Nijhof loopt ernaartoe, klopt hard op het raam en de vrouw rent gillend de steeg in. Een paar minuten later loopt ze weer voorbij, met een sigaret in haar mond.

"Smerig wijf," zegt Nijhof. En dat is pas het begin van de stegennacht.

Openhartsteeg Beeld Lynne Brouwer

In het uur dat volgt, vanuit zijn raam aan de steegzijde op de tweede verdieping van het pand, is alles te zien wat je ­'s nachts verwacht in een steeg te zien, maar waar je toch van opkijkt als het ook echt allemaal achter elkaar gebeurt.

03.41 uur: De poel in het midden van de steeg wordt steeds groter. Zeker nu er
op dit moment een man of vier verspreid in de steeg staan: een bij een hek, een bij een stapel vuilniszakken en twee bij de muur.

03.52 uur: Een man loopt de steeg in en blijft even wachten. Een andere man volgt even later, waarna er snel iets wordt uitgewisseld. Daarna lopen ze vlug weg, allebei een andere kant op.

04.08 uur: Met een stapel servetten komt een vrouw de steeg in lopen. Terwijl ze geconcentreerd op haar hurken gaat zitten, houdt een vriend op een paar meter afstand de wacht.

04.23 uur: Nadat ze een tijdje hebben staan zoenen, knoopt de ene man zijn broek open en gaat de ander op zijn knieën, naast een lege fles Ballantines en sigarettenpeuken in het modderige geveltuintje.

"Zie je wel," zegt Bert Nijhof in zijn appartement, zittend op zijn keukenblad, met een kopje koffie. "Wat er allemaal gebeurt in die teringtyfussteeg."

Die term is historisch gezien niet eens zo onjuist. In 1901 bezocht de sociaal-democratisch propagandist Louis Maximiliaan Hermans tientallen sloppen en stegen in hartje stad voor een rapport over de leefomstandigheden in de honderden stegen en gangen van Amsterdam.

Die waren het resultaat van de 'stad die is opgepropt met woningen', schreef Hermans. 'Achter den perceelen aan den publieken verkeersweg is alles volgebouwd en die achterhuizen zijn alleen te bereiken door nauwe gangen of sloppen, waar lucht en licht weeldeartikelen zijn en waar de zonnestralen nooit kunnen komen.'

Het rapport, waar de Openbare Bibliotheek nog een exemplaar van heeft, staat vol met beschrijvingen van de misère in historisch Amsterdam. Hermans loopt door stegen die zo smal zijn dat je er alleen zijdelings doorheen kunt, bezoekt eenkamerwoningen waar gezinnen met vijf kinderen wonen, en beschrijft de omstandigheden waar tuberculose en tyfus konden uitbreken.

'Het is mooi, heerlijk weer, maar hier heerst een afschuwelijke stank. Opmerkelijk is het, dat vele benedenhuizen niet meer bewoond zijn. De voormalige bewoners moesten vertrekken, zij werden er ziek, zij stierven er van de stank. De eerste en verdere verdiepingen zijn echter wel bewoond, daar stinkt het ook wel, maar... als je er maar niet dood van gaat, schikken de menschen zich erin.'

Dichtgemetseld
De krotten van toen - zonder daglicht, ventilatie en met opkomend grondwater - zijn nu onbetaalbare woningen in strak­getrokken panden. Veel stegen of doodlopende gangen zijn verdwenen bij nieuwbouw of dichtgemetseld. Soms herinnert alleen een verspringend huisnummer aan de steeg of gang die er ooit moet hebben gezeten.

Van de vele honderden stegen en doodlopende gangen die er ooit waren, zijn er in het Centrum nu nog 236 over, blijkt uit een inventarisatie van stadsdeel Centrum. Die stegen zijn lang niet allemaal toegankelijk.

In de jaren tachtig en begin jaren negentig waren de problemen met de junks, dealers en straatprostituees in de stegen zo groot, dat de gemeente met een 'stegenbesluit' kwam: met deuren, schuttingen of hekwerken werden veel stegen hermetisch afgesloten van de openbare ruimte.

Loop door het centrum en door de hekken zie je overal nog kleine enclaves, vol fietsen, afvalcontainers en afzuig- en airconditioninginstallaties.

In 2006 nam het bestuur van het stadsdeel zich voor om twintig permanente afgesloten stegen in de binnenstad weer - overdag tenminste - open te stellen. Door grote protesten van bewoners bleek dat niet te lukken: ruim tien jaar later staat de teller op drie.

Daar komt er volgende maand, tegen de zin van bewoners, weer één bij.

Eggertstraat Beeld Lynne Brouwer

Medewerkers van sociale werkplaats Pantar zullen dan elke ochtend langskomen bij het Wijngaardstraatje - tussen de Warmoesstraat en de Oudezijds Voorburgwal - om de hekken te openen. Als de schemering invalt, komen ze weer langs om ze te sluiten.

Arrestatie
Tegelijkertijd gaat er ook weer één dicht: na aandringen hebben de ondernemers en bewoners rondom de Openhartsteeg voor elkaar gekregen dat die steeg binnenkort ook 's nachts op slot gaat. De kosten van het hek (17.000 euro) worden grotendeels betaald door de ondernemers en pand­eigenaren.

"Ergens belachelijk natuurlijk dat dit nodig is. Maar wat moet ik dan? Dit kan zo niet langer. Ik moet elke ochtend met mijn afvalcontainers door die stroom pis," zegt Nijhof vroeg in de ochtend, als de rust in de Reguliers en omliggende stegen lijkt teruggekeerd.

Vlak daarna, om 04.38 uur, jagen een paar agenten en handhavers een man door de Openhartsteeg die problemen veroorzaakte bij het verlaten van de kroeg. Als hij zich plots omdraait en terug de steeg in rent, wordt hij gearresteerd. "Arrest me, arrest me," galmt er.

Stegen gaan dicht, terwijl de gemeente stegen eigenlijk open wil. Daar is ook haast bij: als een openbare weg dertig jaar niet meer toegankelijk is geweest, verjaart de openbaarheid. Een steeg die in 1990 is afgesloten, kan na 2020 mogelijk voorgoed dichtblijven.

Alleen de manier waarop de historische stad vorm heeft gekregen, heeft Amsterdam opgezadeld met een onbeheersbare openbare ruimte. Het moeizame beleid laat het ongemak zien dat de stad heeft met stegen. Dat moet maar eens afgelopen zijn, vindt Herbert van Hasselt (72).

De afgelopen maanden heeft de gepensioneerde oud-directeur van de Oude Kerk raadsleden - en eigenlijk iedereen die het wel of niet wil horen - bestookt met wat hij noemt het Stegenplan, een pleidooi om elke steeg in de stad te koesteren.

Als Herbert van Hasselt vanaf de Prins Hendrikkade de Nieuwebrugsteeg in komt lopen, hoort hij in gedachten het water tegen de andere kant van de Zeedijk klotsen. Hij zegt de zoute lucht nog bijna te ruiken.

Bij het doorkijkje van de Sint Olofspoort wijst hij op het hoogteverschil tussen de Zeedijk aan de ene kant en de Warmoesstraat. "Veel mensen realiseren het zich niet als ze hier lopen. Dat de Zeedijk ooit echt een dijk was."

Van Hasselt praat aan een stuk door. Hij wijst op de plek waar eens herberg Le Lion d'Or in de Warmoesstraat stond, waar Mozart in 1766 nog heeft gelogeerd, uitkijkend op de Sint Jansstraat.

Hij vertelt hoe Karl Marx verbleef op de plek waar nu de effectenbeurs zit. Dat Albert Camus hier in het café zat. Net zoals Jacques Brel trouwens, terwijl hij Amsterdam componeerde. In de Lange Niezel woonde Jan Pieterszoon Sweelinck, volgens Van Hasselt de grootste Nederlander aller tijden. "Dat kan Bach je bevestigen. Die twee zitten nu samen in de hemel muziek te maken."

De wandelende encyclopedie houdt even stil als hij tussen het rumoer op de Warmoesstraat als enige opmerkt dat het carillon van de Oude Kerk 'zilverachtig opklinkt'. Het is de kerk waarvan hij tussen 2000 en 2010 directeur was.

"Luister," zegt hij, terwijl hij zijn vinger in de lucht steekt. "Mooi hè, daar genoot de Joods-Oostenrijkse schrijver Joseph Roth ook zo van."

Van Hasselt vertelt hoe deze in de jaren dertig in het hotel op de hoek van de Guldenhandsteeg/Warmoesstraat sliep, daar waar nu coffeeshop Hunters zit. Het naambordje dat er melding van maakte, is verdwenen. "En kijk naar boven. Naar de originele oude daklijsten, die Vondel ook nog heeft gezien."

Stegenschennis
Als het hard begint te regenen, duikt hij het café van de Oude Kerk in, om bij een warme chocomel een geplastificeerde kaart uit zijn rugzak te halen: de beroemde vogelvluchtkaart van Cornelis Anthonisz uit 1538.

Blaeu Erf Beeld Lynne Brouwer

"Dit is waar het om gaat: het oudste deel van de stad. Ooit was de grachtengordel helemaal vervallen, dat hebben we ook aangepakt. Maar naar de historische haarvaten, veel ouder dan die grachtengordel, kijken we niet om."

Van Hasselt heeft het over 'steegverval' en 'stegenschennis'. Over dat Amsterdam geen excuus heeft: dat Kopenhagen, Stockholm, Lissabon en Boston allemaal wél weten hoe ze met het oudste deel van hun binnenstad moeten omgaan.

Van Hasselt wil weer naar buiten. Er valt nog meer verwaarlozing te zien. Via twee van de allertreurigste, en oudste steegjes, de Sint Annendwarsstraat en de Bethlehemsteeg, naar de twee poppen met voorbinddildo's in de etalage van een seksshop in de Warmoesstraat.

Hij kijkt eerst wat vertwijfeld, maar wijst daarna op de dichtgetimmerde gevel erboven. "Daar hing een prachtig, kleurrijk reclamebord met daarop Chickita's Sex Paradijs. Belachelijk dat het weg moest van de gemeente. Net zoals dat het uithangbord met Venus Seks Cinema er niet meer hangt, achter de Oude Kerk, het meest armoedige, meest ranzige bioscoopje dat je kunt bedenken."

Van Hasselt wil maar zo zeggen: het gaat niet alleen om de vroegste geschiedenis van de stegen. Hij wil dat alle historische lagen worden teruggebracht.

"Het draait om de juiste stegenmix. Met erfgoed en geschiedenis. En dat bereik je niet met onverschilligheid en achteloosheid. Dat uit zich ook in de slechte, steriele bestrating. Neem de Enge Kerksteeg, in die smalle steeg hangen grote grachtenlantaarns omdat dat nu eenmaal de standaard is. Echt, elke steeg heeft een eigen identiteit en verdient een eigen profiel."

Dat de stad het wel kán, laat Van Hasselt zien aan de andere zijde van het Damrak, waar de Beurspassage met meer dan 450 vierkante meter Italiaans glasmozaïek is omgetoverd tot een groot kunstwerk: Oersoep. Van Hasselt zou willen dat elke steeg zou worden volgehangen met kunst, om de steegverhalen van die plek te vertellen.

Stinkende dampen
Even later staat hij stil in de Eggertstraat, de smalle doorgang naast De Nieuwe Kerk. In het midden van de steeg is de vetput van de McDonald's en de Burger King. De afzuiginstallatie blaast stinkende dampen door de straat, waar de rolcontainers zijn verzameld.

Tegelijkertijd heb je vanaf dit punt uitzicht op de Koninklijk Paleis, een meter of vijftig verderop. "De hele stad staat met zijn achterkant naar de steeg gedraaid," zegt Van Hasselt.

"Maar kijk op wat voor plek je staat. Aan de ene kant van de steeg is een monument dat bij de opening het achtste wereldwonder werd genoemd, aan de andere kant is een café van wereldallure, daterend uit 1650."

Hij wijst op Proeflokaal De Drie Fleschjes, waar hij even later een jenever bestelt om te proosten op de toekomst van de stegen. Vlak naast het café is een groot hek, dat de bewoners toegang geeft tot de haaks op elkaar staande stegen rond Blaeu Erf - een klein paradijs in het centrum van de stad, voor wie de sleutels heeft.

Vindt Van Hasselt dat al die hekken dan ook moeten verdwijnen? Baalt hij er niet van, dat de Openhartsteeg dichtgaat?

"Nee, dat snap ik heel goed. Ik zou er zelf ook niet willen wonen zonder hek. Maar de oorzaak van al die ellende, overlast en verval is dat we tweehonderd jaar lang niet hebben omgekeken naar de stegen. Laten we daar eens mee beginnen, want ze snakken naar een beetje aandacht."

Blaeu Erf Beeld Lynne Brouwer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden