Afgelegen Veluwebuurt vreest de Zuidas

De Betuwestraat, waar kinderen op straat kunnen spelen. Foto Jean-Pierre Jans Beeld
De Betuwestraat, waar kinderen op straat kunnen spelen. Foto Jean-Pierre Jans

AMSTERDAM - In de Veluwebuurt, een wat verscholen groen wijkje aan de rand van de RAI en de A10, voelen de bewoners zich bedreigd door de oprukkende hoogbouw langs de Zuidas. Het straatnaambordje van de Betuwestraat gaat deels verscholen achter klimop. Om de hoek staan de takken van een groepje bomen tot ieders verbazing voorzichtig in bloei.

Bewoner Hans Dijkman wijst op de kleine groene plantsoentjes tussen de lage huizenblokken, die niet hoger rijken dan twee, drie verdiepingen. ''Woonerven avant la lettre,'' zegt hij. Ergens in het groen huist nog een hazenkolonie. Dijkman: ''Veel Amsterdammers kennen dit buurtje niet. Zelfs taxichauffeurs hebben er moeite mee.''

Op het eerste gezicht lijken het wat grijze, onpersoonlijke huizenblokken, die een stukje achter de Kennedylaan schuilen. ''Maar wie hier woont, weet beter,'' klinkt het uit de mond van architect Ben Spängberg (80), ooit hoofdarchitect van de afdeling Bouwwerken bij de Amsterdamse Dienst Publieke Werken. Veel bewoners zijn honkvast, zoals hij. Spängberg was in de jaren zestig een van de eersten die er hun intrek namen. De tuinen, het groen, de smalle - deels autoloze - straten zorgen, zegt hij, voor een gevoel van intimiteit. Het verrijzen van een nieuwe 'stad' op enkele meters afstand, met hoogbouw die op een aantal plekken tot tientallen meters hoog reikt, zal de woon- en leefkwaliteit drastisch aantasten, gelooft hij. ''Teken de doorsnede van dit wijkje op schaal. Zet een gebouw van 46 meter af tegen een huisje van zes meter hoog en je hoeft niet echt gestudeerd te hebben om te zien dat het verband volledig weg is.''

Een nieuw ROC, een nieuw Van den Endetheater, een hotel, kantoren en - vlak bij Zorgvlied - de nieuwe synagoge: het is veel, heel veel, vinden de Veluwebuurtbewoners. En vooral hoog. Niet dat ze tegen bebouwing en uitbreiding van de stad zijn. Maar een aantal aanpassingen aan de bouwhoogte zou welkom zijn.

Ernst van der Burg, voorzitter van de bewonersvereniging De Mirandabuurt, heeft met zijn achterban al diverse keren aan de noodklok getrokken. Maar de bestuurders lijken, heeft hij ervaren, doof. Dijkman, die zelf al 21 jaar in de buurt woont, spreidt een kaart uit met daarop de bouwplannen. Het Veluwebuurtje ligt er als een klein vlekje, ingeklemd tussen toekomstige architectonische reuzen. Dijkman: ''De laatste jaren is het aantal bouwplannen alleen maar toegenomen. In 2004 ging het nog om 150.000 vierkante meter, nu zijn dat er 230.000. We worden straks omsingeld door hoge muren.'' Funest, gelooft hij, voor het open karakter van de wijk.

''Waanzin,'' vult Van der Burg aan. ''Het moet alsmaar groter en nog groter.'' In de komende jaren, vreest hij, zal veel groen verdwijnen. ''Er is al het nodige gekapt.'' Om over de zon maar te zwijgen. ''Straks zullen hele blokken bijna geen zon meer zien. We zijn in Amsterdam een extreem geval met zo'n grote bouwontwikkeling zo dicht op een bestaande woonwijk.''

De buurt pleit ervoor aan de randen van het gebied niet hoger te bouwen dan twaalf meter. Van der Burg: ''Dan kun je nog een beetje ademen.''

Wandelend door de smalle straatjes laat hij nog meer zorgen voorbijkomen: dreigende verkeersoverlast, smeriger lucht, geluidshinder.
Maar inderdaad, niet alles is te voorkomen. In de verte doemen de contouren van de nieuwe synagoge in aanbouw op - achttien meter hoog - met daarnaast het romantische Wilgenlaantje, dat langs Zorgvlied loopt. Er staan een bordje bij met uitleg over het stukje ecolint dat zich hier bevindt. ''Maar het laantje gaat verdwijnen,'' weet Dijkman. ''De synagoge wil straks een nieuw pad met vlonders aanleggen. Niet meer langs het groen, maar tussen de nieuwe gebouwen door.''

En als klap op de vuurpijl denkt het stadsdeel over de aanleg van een brug naar de begraafplaats - ter bevordering van de recreatie. Dijkman is faliekant tegen. ''Ik kan me niet voorstellen dat mensen daar gaan joggen, een boterhammetje eten of hun hond uitlaten. Een begraafplaats is geen recreatiegebied.''

Verderop woont Anne Francesca Bossaert, op de hoek van de Oldambtstraat, met (nog) riant uitzicht. ''We zijn hier komen wonen vanwege de ruimte. Dit is een paradijs. Ook voor de kinderen. Er wonen veel kinderen in deze buurt. Ze kunnen gewoon buitenspelen. Als je hier niet woont, hoef je er met de auto niet te zijn.'' Bossaert vreest voor een drukkere en rumoeriger toekomst. ''Ik hoop dat we nooit vrijkaartjes van het theater krijgen. Want dat betekent dat we overlast hebben.''

Verhuizen? Daar denkt ze nog niet aan. Architect en Veluwebuurtnestor Spängberg evenmin. ''Toen ik hier kwam, woonden er vooral jonge mensen. Later vergrijsde het en nu zie je weer jonge mensen en kinderen die hier in het groen voetballen.''

''Zo was het indertijd ook bedoeld. Een buurt zonder flatwoningen, een intiem wijkje waar Amsterdammers toen behoefte aan hadden. En nu nog. Maar mensen hebben geen weet van de geschiedenis. Die extreme hoogbouw is als zout in de wonde.'' (CORRIE VERKERK)

Foto Jean-Pierre Jans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden