Plus

Acteur Ilias Addab: 'Ik heb hier altijd een naampje'

Het wordt hem moeilijker gemaakt Nederlander te zijn, merkt acteur Ilias Addab (27), nu te zien in de film Layla M.. Marokkaan, noemen ze hem, of Turk, en dat is dan nog waar ook. 'Ik heb hier altijd een naampje.'

Ilias Addab: 'Zo zeer doet het, nog steeds, dat ik een pester was'Beeld Cindy Baar

Hij is hier geboren, in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam. Geboren en getogen Amsterdammer, geboren en getogen Nederlander, zegt Ilias Addab, nu te zien in de film Layla M.. Zo zou hij zich ook voorstellen in het buitenland.

"Waar kom je vandaan?"

"Ik ben Nederlander."

Anders behandeld
Maar waar hij nu woont, terug bij zijn moeder in Noord na drie jaar Centrum, zijn relatie verbroken, voelt het alsof hij anders wordt behandeld. Daar is een meerderheid van blanke Nederlanders.
Autochtonen, wat we nu niet meer mogen zeggen.

Als hij bij de bakker brood gaat halen, zeggen ze tegen iedereen: "Goededag." En tegen hem: "Zeg het maar." Op een heel chagrijnige manier. Eén keer kan gebeuren, maar als het steeds weer gebeurt, voel je je een tweederangs burger. Al gelooft zijn moeder in het goede, die zegt: "Ze kennen je gewoon nog niet, laat nou maar, dat komt wel."

Zijn moeder is van Marokkaanse komaf, zijn biologische vader ook. Maar de vader die hij als een vader ziet, die altijd voor hem en zijn zusje heeft gezorgd, is Turks. Hij heeft nog een halfbroertje van vijftien. En van zijn ­biologische vader heeft hij ook halfbroertjes en -zusjes. Maar die ziet hij niet. Sinds acht jaar is het contact met zijn vader verbroken.

Losse handjes
Ja, een verhaal van pijn. Hij praat open, maakt een grapje: "Helemaal met de billen bloot, het lijkt wel therapie." Maar de tranen zijn niet van de zon waar hij tegenin kijkt. Die komen van schaamte, bij de herinnering hoe hij een pester werd. En van trots, als hij vertelt over zijn moeder. Ze was naar Nederland gekomen om te trouwen, maar werd slecht behandeld.

Losse handjes had zijn biologische vader. Vier jaar woonden ze in de opvang, zijn moeder, zijn zusje en hij, in het Eliashuis in West.
Daar vond hij een nieuwe familie. De Surinaamse tante Lenie met wie hij opgroeide zoals haar kinderen met tante Mirjam, zijn moeder. Zoals zijn moeder Surinaams heeft leren koken, kookt tante Lenie Marokkaans. Ze omarmden elkaar, zoals later ook gebeurde met de familie van zijn Turkse vader.

Een naampje
Zoveel achtergronden heeft hij, maar hij is Nederlander. In Marokko, in Tanger, waar zijn moeder vandaan komt, al helemaal. Daar hebben ze snel door dat zijn ­accent niet het hunne is. Ze vragen het niet eens, ze weten het.

Alleen, zo voelt het, wordt het hem hier moeilijker gemaakt Nederlander te zijn. Hier vinden mensen het nodig hem een 'naampje' te geven. Alsof iets op je voorhoofd is geplakt. Marokkaan, Turk, lacht hij het weg, en bij hem hebben ze het dus nooit mis. Maar toch: niemand heeft gekozen waar hij wordt geboren. Maar je wilt je thuis voelen waar je thuis bent.

Hij en zijn zusje waren de enige donkere kinderen op een rooms-katholieke basisschool. De eerste paar jaar had hij daar niets van gemerkt; kinderen maakt het niet uit. Hooguit willen ze even aan je likken. Maar in groep zes, zeven begonnen zich groepjes te vormen in de klas. Op status, en imago. En die groepjes gingen iemand uitzoeken om te pesten.

Buitengesloten
Nee, niet hij. Het was een jongen die gezet was, overgewicht had. Maar toen merkte hij van zichzelf dat hij bang was buitengesloten te worden. Buitengesloten van meedoen aan pesten.

Hij hapt naar adem, veegt zijn gezicht droog. Zo zeer doet het, nog steeds, dat hij dat heeft gedaan. Dat hij meedeed. De vader van die jongen was naar school gekomen, had uitgelegd dat die jongen er niks aan kon doen; dat hij een ziekte had.

Later op voetbal zijn ze goede vrienden geworden. Ze hadden zelfs naar dezelfde school gewild. Maar die jongen kreeg vwo-advies en hij mavo. Nu zien ze elkaar niet meer. Want uiteindelijk had híj de hoogste Cito-score van de klas, zijn moeder heeft geknokt dat hij naar het vwo kon. En voor die jongen werd het mavo.

Straaljagerpiloot
Hij was veertien toen zijn moeder hem opgaf voor een auditie voor Don, zijn eerste film. Ze had gezien hoe hij thuis en buitenshuis een heel andere persoon kon zijn. Met zijn smoesjes kwam hij overal mee weg. Dus ze wist: dat kan hij wel.

Op een middag kwam hij uit school en zei ze: "Je hebt vanmiddag auditie." Hij wist niet eens wat dat betekende. "Een sollicitatie?" had hij gevraagd. "Nee, een auditie."

Hij dacht dat het filmen eenmalig zou zijn. Straaljagerpiloot wilde hij worden, hij deed ook altijd van die games. Vindt hij nog steeds heel fijn. Hij pakt zijn telefoon, toont zijn apps. Veel vliegtuigen, Bomber Friends, ook. Soms denkt hij: shit, als iemand dit zo ziet! Moslim, vliegtuig, bom: verdacht!

Omslag in zijn leven
Ja, daarvan is hij zich terdege bewust. Hij was vijftien op 9/11, buiten aan het voetballen. Dat was de omslag in zijn leven. Omdat hij daarna tot iets werd bestempeld waar hij daarvoor nooit op had gelet. Kijk maar naar zijn rollen. Op zijn zestiende: extremist in de film Kicks. Hij had het gewoon leuk gevonden om met de jongens van succesfilm Shouf Shouf Habibi samen te werken.

Maar achteraf schrok hij. De anti-joodse teksten die hij had, de raps - hij zou het nu nooit meer doen. Hij had meegewerkt aan het beeld dat islamitische jongeren tegen Joden zijn. Terwijl - ze zijn neven en nichten met dezelfde voorvaderen. Die tegenstelling is in scène gezet.

In Flikken Maastricht: drugsdealer. In Deadline: zelfmoordterrorist. In Hart Tegen Hard: straatjochie. In televisieseries: alleen dat. En toen kwam het moment, bij een scriptlezing, dat iemand zei: "Je kent dat soort tuig wel." Over Marokkanen. Waar hij gewoon naast zat. Hij was het liefst meteen opgestaan en weggelopen. Maar hij maakte de klus af. En besloot te stoppen met acteren.

Gelukkig heeft hij nog een andere passie: ict. En hij werkte in de slagerij van zijn vader. Twee jaar lang. Uit­benen, het zware werk. met vijftien man samen ontbijten en lunchen aan een grote tafel. Iedereen op de een of andere manier een soort familie van elkaar.

Gebrainwasht
En toen stond regisseur Mijke de Jong voor de deur, kwam de rol op hem af van Abdel in Layla M., als het vriendje van de radicaliserende Layla. Het straatje dat hij uit had gewild. Maar één ding was heel belangrijk: er zijn niet eerder films gemaakt met dit thema, vanuit het ­perspectief van zo'n meisje, met zo'n krachtige hoofdrol.

En je ziet hoe Abdel een totale transformatie ondergaat van lieve jongen op het voetbalveld, hoe hij steeds meer afgezonderd raakt, gevoed wordt door haat en wordt gebrainwasht. Een rol met veel meer diepgang. En wie, had hij gedacht, kan die dan beter vertolken dan ik?

Voor de film moest hij zijn baard laten staan. Vlak na de tweede serie aanslagen in Parijs. Hij merkte dat hij vreemd werd aangekeken. In volle trams ging niemand naast hem zitten. Hij ging bewust niet met een rugzak over straat, zijn moeder was bang.

Gingerbeard
Bij radicalisering denkt iedereen meteen aan de islam. Toen hij zich erin ging verdiepen voor Layla M., schrok hij. Maar radicalisering kan ook extreemrechts zijn en zo veel meer. Maar gelijk die brug naar de islam - hij was onderdeel geworden van iets waar hij tegen is. Door dat constant te horen, ga je dat als normaal zien.

Zijn baardje is nu kortgetrimd. Het licht rossig op in de felle winterzon. "Gingerbeard," zegt hij en lacht. Rond Koningsdag laat hij hem weer aangroeien. Denkt iedereen dat ie hem oranje heeft geverfd. Want dan is die baard ineens weer leuk in een land waar hij ook heel trots op is als Nederlander.

Want Nederlanders, die zijn overal. Overal ter wereld laten ze zich gelden, van waterwerken tot game-indus­trie. "We doen mee met de grote landen. Vergelijk het met een chihuahua: klein, maar met een grote bek."

Ilias Addab

Amsterdam, 18 augustus 1989

Opleiding: Damstede Lyceum
Films: Don (2006), Kicks (2007), Dunya en Desie in Marokko (2008), Amsterdam (2009), Snackbar (2012), Layla M. (2016)
Tv-series: Danni Lowinski, Hart Tegen Hard, Van God Los, Flikken Maastricht en Deadline

Addab woont in Amsterdam. Hij is alleenstaand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden