Achter die muur heb je nog een kans om in leven te blijven

PlusTheodor Holman

Gisteren was De Andere Oma jarig. De kleinkinderen hadden een spandoek gemaakt en met z’n allen zongen we, op anderhalve meter afstand van elkaar, aan de overkant van de straat: “Lang zal ze leven.”

Mijn kleinkinderen zag ik op dat moment even in levenden lijve.

Misschien is die magische, onzichtbare muur tussen mijn familieleden en mij wel het beste, maar ook het wreedste symbool van dat coronavirus. Achter die muur heb je nog een kans om in leven te blijven, daarvoor vergroot je de kans op de dood. De Styx bestaat uit lucht.

Alles aan dat virus is trouwens ergerlijk onzichtbaar. Het ding zelf, het moment dat het overspringt, de werking en wat het uiteindelijk met je voorheeft. Het voert een proces over je en verklaart je schuldig of onschuldig, zonder dat je iets aan je verdediging kunt doen. Afstand en zeep zijn je enige wapens. De enige die verder iets voor je kan doen is je weerstand. Maar wat is weerstand? Heb ik die gedurende mijn leven niet te veel gebruikt als een bank die me moest voorzien van een grenzeloos voorschot? Roken, drinken, eten. Kortom: aan alles waaraan ik juist geen weerstand kon bieden.

We staan voor oma’s huis in een merkwaardige driehoekige opstelling. We zijn allemaal geroerd. We zwaaien naar de kleinkinderen en de jarige. We geven kushandjes. We schreeuwen hoe het met ons gaat. Uit het woord ‘goed!’ druppelt een traan. Het vergt beheersing de muur niet te doorbreken. Koos trekt aan zijn riem, we weten niet of we hem door iedereen kunnen laten knuffelen.

We besluiten om nog maar eens te zingen. Het ‘Lang zal ze leven’ menen we oprechter dan een jaar geleden. De afstand is zo groot dat we het ook voor onszelf ten gehore ­brengen.

Dan nadert de verjaardagsvisite zijn einde.

De kinderen hebben geen zin om naar huis te gaan, maar moeten wel, want hun wacht een vol programma. Te vol, vind ik, want behalve school hebben ze ook taakjes gekregen van hun muziek- en balletdocenten.

De ouders zien er moe uit.

“Kan ik iets doen?” vraag ik en lepel mijn magere curriculum op.

“Doe jij maar vrijwilligerswerk in je eigen huis, pap.”

“Maar ik kan ook met mijn iPhone iets opnemen.”

Ik verneem dat alle andere opa’s en oma’s dat al voor de kinderen hebben gedaan.

We vertrekken.

Achteruitlopend zwaai ik me weg.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden