Plus

Achter de gouden gevels van de Amsterdamse grachten

De grachtengordel ziet er zeventiende-eeuws uit, maar heeft vooral negentiende-eeuwse gevels. Wie woonden erachter en
hoe leefden zij? Een portret van Keizersgracht 258.

De lijst- en klokgevels aan de Keizersgracht.Beeld MARC DRIESSEN

Bezoekers van de grachtengordel in Amsterdam wanen zich vaak in een zeventiende-eeuwse stad. Ze weten dat de stad groot werd in de Gouden Eeuw. Maar ze zien vooral negentiende-eeuwse gevels.

Dat komt doordat de bewoners in hun tijd niet snel de buitenkant van hun huizen repareerden. Dat was omslachtig en technisch problematisch. Eenvoudiger was het om een gloednieuwe gevel voor de oude te zetten.
"Twee grote verbouwingen vonden plaats in de negentiende eeuw," zegt Mark Biedermann (69), mede-eigenaar van het pand Keizersgracht 258, een rijksmonument, waarover later meer.

Verzakking
De reden was heel Amsterdams. "Het huis verzakte. In 2001 hebben we het moeten herfunderen. Destijds konden ze dat niet zo goed als nu, denken we. Als de gevel scheef trok of scheuren vertoonde, vonden ze dat lelijk, en bouwden ze er vaak een nieuwe voor."

Het resultaat is, anders dan in Brussel of Antwerpen, dat de stad een negentiende-eeuws gezicht heeft. Maar hoe de bewoners van toen leefden, zij die zo bepalend zijn geweest voor hoe de stad eruitziet, weten we vaak weinig.

Wie woonden er? En hoe woonden ze? Die vragen waren voor de Stichting Historische Interieurs Amsterdam een belangrijke reden om de negentiende-eeuwse interieurs in de grachtengordel te onderzoeken. "En natuurlijk de bewoners," zegt Barbara Laan, initiatiefnemer van de stichting.

Meer luxe
In 2009 maakten universitaire studenten die bij de stichting een masterclass volgden een studie van de interieurs van Amsterdam-Zuid. Het bleek dat de grachtenbewoners die hun pand in de negentiende eeuw niet vernieuwden vaak naar buiten verhuisden, om daar in een ruimere omgeving met dezelfde of meer luxe te leven.

In vervolg daarop bestuderen 'vrijwillige professionals' - veelal afgestudeerde architectuurhistorici, architecten en mensen die erfgoedstudies achter de rug hebben - nu de grachtengordel met de negentiende-eeuwse bewoners. Volgend jaar zullen drie boeken met huizenportretten verschijnen, die de wereld achter de negentiende-eeuwse gevels belichten. Ook bestudeert de stichting buitens van de Amsterdammers in het Gooi en Zuid-Kennemerland.

Een treffend voorbeeld van de Amsterdamse huizen die werden verbouwd is Reguliersgracht 63, waar architect Isaac Gosschalk voor aannemingsbedrijf Zeeger Deenik een prachtig gedecoreerd in- en exterieur van een woonhuis ontwierp. Nog een voorbeeld van een typerend negentiende-eeuws pand is 'Het Klockhuis', Herengracht 280, waar in de negentiende eeuw de familie van effectenhandelaar Van Ogtrop woonde, voor wie architect K.P.C. de Bazel een fantastisch interieur liet maken.

Het derde sprekende voorbeeld is het pand Keizersgracht 258, eigendom van de familie van de eerder genoemde Biedermann, boekhouder, die nog altijd mede-aandeelhouder is en de bovenste etages bewoont. Hij trof net voor de laatste eeuwwisseling op de zolders 'verstofte oude rommel' aan, met daartussen twee gedenkstenen: één uit 1808, gelegd door Isaac Jacques de Wit, en één uit 1871, gelegd door C.A.A. Dudok de Wit junior, 2,5 jaar oud.

Biedermann: "De gevels en het trappenhuis hebben een negentiende-eeuwse stijl. Door de gedenkstenen weten we hoe dat komt. Ze hebben het pand destijds twee keer grondig verbouwd." De ingrepen waren overigens niet helemaal afdoende. Biedermann: "Daarom hebben we het recentelijk geherfundeerd."

Johannes de Vries
Het grachtenpand is in 1740 gebouwd in opdracht van koopman Johannes de Vries. De eerste bewoners waren Jan van Rosieren, Abraham Evert de Wit en de familie Dudok de Wit. Een van de beroemdste gebruikers was de in Haarlem opgegroeide schrijver en arts/psychiater Frederik van Eeden. Hij kon niet zo goed tegen de stad, waar hij op diverse plaatsen heeft gewoond, en vestigde zich in het Gooi. Hij had in Amsterdam wel zijn praktijk, aanvankelijk aan het Singel, waar hij naar verluidt een bordje had hangen met de tekst: 'Arts voor zenuwziekten'.

Van Eeden huurde het pand met compagnon Albert Willem van Renterghem uit Goes, de eerste arts die in Nederland patiënten onder hypnose behandelde. Van Renterghem ging wél in het gigantische pand wonen, met een voorhuis, een achterhuis en een voormalig koetshuis aan de Prinsengracht, met daartussen de inmiddels volgebouwde tuin. In dat koetshuis was de kliniek gevestigd.

Biedermann: "Dat koetshuis in een steegje tussen de Keizersgracht en Prinsengracht, is vergroot. En er is een etage opgebouwd. Van Renterghem schreef daar over: 'De patiënten hadden een verrukkelijk uitzicht over de tuin'." De praktijk stopte toen Van Eeden geen psychiater meer voor de rijken wilde zijn en zich meer op het socialisme richtte.
In 1902 kwam het pand in handen van De Sociale Verzekeringsbank, waarna in 1932 de grootvader van Biedermann, Isaac Biedermann, het complex kocht met zijn broer Jules. Zij hadden een enorme ondernemersgeest. Met hun NV Elektrotechnische Handelmaatschappij importeerden ze onder meer radiolampen uit Duitsland, maar ze deden ook veel met geluid en film. In 1933 richtten zij in Duivendrecht de Nederlandse Geluidsfilmstudio's op, Cinetone.

Vioolbouwer
Eind jaren dertig verzandde de internationale onderneming met vestigingen in onder meer Arnhem, Utrecht en Brussel. Jules stierf in 1939, Isaac werd door de Duitse bezetter weggevoerd en is niet meer teruggekomen.

Mark BiedermannBeeld TON DAMEN

De vererving van de kinderloze Jules was ingewikkeld. Isaac liet twee kinderen achter, onder wie Samuel, de vader van Mark Biedermann. Nog altijd zijn er aandeelhoudersvergaderingen. De familieleden zijn daarbij. Biedermann heeft het beheer sinds 1978 in handen.

Het pand wordt sindsdien in delen verhuurd aan kunstinstellingen en aan onder anderen (ex-)kunstenaars. De Vrije Academie voor Kunsthistorisch Onderwijs en impresariaat Van Baasbank & Vos zitten er. Verder huizen er onder anderen een vioolbouwer en een financier die in Parijs woont. In de voormalige kliniek wonen en werken onder anderen een voormalige pianoleraar, een kunstschilder, een modefotograaf en een financieel bewindvoerder.

Vergeten zou Biedermann bijna zijn aangrenzende pandje zonder ramen met licht van boven en een terras in de steeg naar de Prinsengracht. Daar woont een bejaarde kunstschilder tegen een extreem lage huur. Voor de hoogste huren gaat Biedermann niet, al berekent hij nieuwe huurders marktconforme prijzen. "Ik wil in een fijne stad wonen met goede huurders, die lang kunnen huren en wonen. Dan kun je niet de allerhoogste huren berekenen."

www.historischeinterieursamsterdam.nl

De trappenhuizen zijn vaak ook negentiende-eeuws.Beeld MARC DRIESEN
Beeld TON DAMEN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden