Plus

Abdelkader Benali: 'Als ik niet meer vecht, ben ik dood'

Schrijver Abdelkader Benali (42) wil niet in pijnloze grijsheid opgaan. Hij is Marokkaan en iedereen zal dat weten. Eerst maar eens met die mannen mee naar het WK voetbal in Rusland. 'Ik wil dat er een weerwoord is.'

Abdelkader Benali Beeld Linda Stulic

Nog twee weken en dan zit Abdelkader Benali in Rusland. Hij wel. De gevierde schrijver (op 21-jarige leeftijd werd Benali met zijn debuutroman Bruiloft aan zee al genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs) reist het Marokkaans elftal achterna naar het WK voetbal om er verslag van te doen voor Radio 1.

"Nee, echt," roept hij vanuit de keuken in zijn huis aan de Churchilllaan in Zuid. "Ik denk dat ze wereldkampioen worden."

Hij sprak erover met Bram Bakker, de sportpsycholoog. "Die zei: dat doe je heel goed, je Marokkaanse identiteit uitvergroten. Dat is heel verstandig van je."

Waarom is dat zo belangrijk?
"Omdat er een weerwoord moet zijn."

En dat kan met voetbal?
"Omdat het onschuldig en bloedserieus tegelijk is. Ik heb ook echt een draai gemaakt. Ik vond het Marokkaans elftal verschrikkelijk. Ze speelden een soort campingvoetbal. Maar nu! Zo'n Hakim Ziyech van Ajax kiest opeens voor Marokko en niet voor Nederland. Die denkt: Wilders, donder op. Ik weet zeker dat het politiek gemotiveerd is. Ze zullen het niet hardop zeggen, maar daar zit achter: jullie willen ons niet."

Is het niet gewoon chagrijn?
"De grote Marco van Basten noemde Ziyech een domme jongen toen hij voor Marokko koos. Een Nederlandse man die hem even ging vertellen wat hij moest doen. Je zet hem in de hoek en wat doet zo'n jongen? Hij kiest de aanval."

Dat bewondert u?
"Ik ben het gaan bewonderen. Ik ben tweede generatie. Die liet zijn identiteit thuis en ging aan het werk. Let niet op mij. Ziyech is, net als Karim El Ahmadi van Feyenoord, van de derde generatie. Die is veel zelfbewuster, die heeft lak aan wat de mensen denken. Ik vind dat stoer. Het inspireert me."

Wat denkt u dat er straks in Nederland gebeurt?
"Het wordt heel gezellig."

Nederland schaart zich achter Marokko?
"Nederlanders willen graag delen in het succes van een ander. Dat is de Nederlander eigen."

Het Gullit- en Rijkaardeffect. Toen die kampioen werden, waren ze opeens ook geen Surinamer meer.
"Zo gaat dat. Sport is nu eenmaal van hypocrisie gemaakt."

Volgende week, vlak voor hij afreist naar Rusland, is Benali nog even te bewonderen op de Universiteit van Amsterdam. Hij zal er zijn benoeming tot honorary fellow aan de letterenfaculteit luister bijzetten. Benali gaat in het najaar onder meer colleges geven over de veertiende-eeuwse dichter en islamitische mysticus Hafez.

Beeld Linda Stulic

"Ik dacht altijd: wat moet ik met die obscure Perzische dichters? Heel poëtisch over de liefde en over wijn, maar wel een beetje vaag. Totdat ik Hafez tegenkwam bij Goethe, bij mister Europe in hoogsteigen persoon. Hij vindt bij Hafez een nieuwe moraal, een nieuw geloof voor Europa, dat in de tijd van Goethe hard op weg is naar de totale vernietiging. Goethe werd geraakt door Hafez, zijn gedichten tilden hem op. Hij wilde hem nadoen, hij wilde zelf Hafez worden."

Een vreemd verhaal.
"Supervreemd."

En vrij onbekend.
"Er zijn wel meer onbekende verhalen over de invloed van het Oosten op de westerse cultuur. Er ligt een laag stof op."

Hoe komt dat?
"Doordat wij denken: uit het Oosten kan niets goeds komen. Het is een taboe. Erkennen dat de westerse cultuur is beïnvloed door het Oosten zou het waandenkbeeld van de autonome joods-christelijke identiteit aantasten. Wij doen hier net alsof we geen deel uitmaken van een groter geheel. Rond negentienhonderd was Europa veel opener, had veel meer zelfvertrouwen als het ging om het opnemen van vreemde invloeden in de eigen cultuur."

Is dat het: gebrek aan zelfvertrouwen?
"Wij vallen terug in fatalisme, apathie en zelfhaat. De enigen die nog vertrouwen hebben in Europa zijn de migranten. Die weten waar ze vandaan komen: een plek waar je als individu niets voorstelt, waar mensenrechten geschonden worden en waar je er niet zeker van kunt zijn dat je kinderen op een normale manier naar school kunnen. Die zien Europa als een verademing."

Hafez is in Iran nog steeds razend populair.
"Het is veel meer dan dat. Zonder Hafez zou de islam nooit voet aan de grond hebben gekregen. Je hebt de Koran en de overleveringen van de profeet Mohammed. Daar staat in hoe je je moet gedragen, maar Hafez vertelt over het leven, over liefde en over wijn. Hij raakt de spirituele kant van de islam, de soefistische kant."

De kant die in het verdomhoekje zit.
"De kant die door een groot deel van de moslims wordt verketterd. De afgelopen veertig jaar heeft de islamitische wereld twee dingen geëxporteerd: olie en fundamentalisme. De reflex is: alles wat in vrijheid gebeurt, moet worden beantwoord met regeltjes en dogma's. Ik kan daar alleen maar met afgrijzen naar kijken. Het is een religie die je tot gevangene maakt, terwijl er nog zo veel meer potentie zit in de mens."

Sommigen zeggen: islam is per definitie onvrijheid.
"Een moslim zegt: ik vind mijn vrijheid in de religie. Het hele punt van een gelovige is dat hij van de vrijheid in seculiere zin af wil, want daar wordt hij gek van, daar kan hij niets mee."

"Het soefisme leert je het dogma te verlaten in aanbidding van het hogere. Het leert je open te staan voor nieuwe invloeden en te relativeren. Uiteindelijk voel je, als het goed is, de liefde voor je naaste en dat gaat verder dan degene die toevallig naast je zit."

"De dogmatische, fundamentalistische islam gedijt vooral in een sfeer van wantrouwen, angst en onzekerheid."

Wordt dat erger?
"Ja."

Beeld Linda Stulic

Gaan we het ooit oplossen?
"Het enige wat je kunt doen, is pleiten voor relativering."

Bent u moslim?
"Ik kom uit de cultuur en put eruit. Ik weet precies wat het geloof betekent en waar het voor staat, maar als het gaat om praktiseren, doe ik het op mijn manier."

"Ik geniet van de islam, ik geniet van de identiteit, maar dat ik van alles moet doen om ervoor te zorgen dat ik aan het einde van de rit naar het paradijs mag, dat gaat er bij mij niet in."

Gelooft u wel in een hiernamaals?
"Dat vind ik een totaal oninteressante vraag. Als ik denk aan het hiernamaals, denk ik vooral: boeie."

Benali, oudste in een gezin met acht kinderen, werd geboren in Ighazzazen, een gehucht van een paar lemen hutjes in het onherbergzame Rifgebergte. Op zijn vierde kwam hij met zijn moeder naar Rotterdam. Daar had zijn vader, op zijn zeventiende al de wijde wereld in getrokken, een islamitische slagerij op de Kruiskade, berucht vanwege de junks en zwervers. Een harde jeugd: veel straf, weinig liefde. Als jongetje vluchtte hij in de boeken.

U bent net zelf vader geworden.
"Het heeft me een rustiger mens gemaakt."

Heeft het u milder gemaakt over uw eigen ouders?
"Zeker. Toen mijn dochter werd geboren, dacht ik: nu heb je de zorg voor haar. Dat moeten mijn ouders ook hebben gedacht. Ze beschouwden Nederland als bedreiging, ze spraken nauwelijks de taal. Ze waren altijd bang. Altijd panisch. Ik denk dat veel van de agressie daarmee te maken had. Het was de enige manier waarop ze met ons om konden gaan. Het was pure onmacht. Ze konden die wereld niet voor mij vertalen, dus werd ik hard gecorrigeerd als ik de regels overtrad."

Een eufemisme voor slaan.
"Nou ja, de pijn verandert er niet door. Door mij te slaan, probeerde mijn vader mij weg te houden bij een wereld waar hij bang van was. Ik zag goede dingen, mijn ouders zagen slechte dingen. Ik zag een aardige man, zij een pedofiel."

Denkt u dat nu ook bij uw dochter?
"Ik kan gelukkig de buitenwereld wel voor haar vertalen. Ik relativeer ook meer dan mijn vrouw. Die wil nooit naar het speeltuintje, want dat is vies en raar en er komen vreemde types. Ik denk: het is goed om te vallen en vies te worden."

Bent u streng islamitisch opgevoed?
"Mijn vader liep niet te koop met zijn religie. Hij ging met de feestdagen naar de moskee, maar op vrijdag niet. Hij werkte altijd. In mijn omgeving ken ik wel veel mensen die zijn opgegroeid bij godsdienstwaanzinnigen. Die hebben een tik van de molen meegekregen. Dan hoor je van zo'n man die alleen maar bezig is met de islam en een totaal respect eist. Dat gaat ver hoor. Dan moeten de kinderen geld aan hun vader geven en als ze het niet doen, zijn het slechte moslims."

Tot op volwassen leeftijd?
"Er zijn veel mensen van mijn generatie die nog altijd geld geven aan hun ouders en dan gaat het om substan­tiële bedragen. Mijn ouders waren geen lieverdjes, maar in hun hoofd waren het heel gezonde mensen die goed konden relativeren. Bij ons werd aan de eettafel gepraat. Dat ging nooit zachtzinnig, maar er was wel een gesprek."

Beeld Linda Stulic

"Ik ken families waar helemaal geen communicatie meer is. Daar is het dood. Vind je het gek dat je dan je heil zoekt in dogma's. Toen ik trouwde met mijn vrouw Saïda kwam ik voor het eerst in Amsterdam-Oost en hoorde de verhalen over vrouwen die achter slot en grendel zitten. Ik dacht: waar gaat dit over, vrienden? Dit kan toch niet?"

Wat gaan we eraan doen?
"Het nette antwoord is dat we weer vertalers moeten zoeken die de buitenwereld aan deze mensen kunnen uitleggen. Maar misschien zijn ze wel zo ontzettend dom dat het alleen helpt als je een breekijzer tussen de voordeur zet en voor ze gaat bepalen hoe het verder met ze moet."

"Er is een onderklasse in de Marokkaanse gemeenschap, die het niet op eigen houtje redt. Voor een deel komt dat door een samenleving die niet op ze zit te wachten, maar het is ook zo dat ze heel ongezonde omgangsvormen hebben, waarin schuldgevoel en uitbuiting de boventoon voeren."

U had moeite met het kiezen van een naam voor uw dochter.
"We hebben er goed over nagedacht. Mijn vrouw heeft de naam Amber bedacht. Dat is een neutrale naam. Ik ben er echt heel blij mee."

Waar was u bang voor?
"Dat ze uit de rij wordt gehaald, net als Fatima. En toen moest Trump nog komen met zijn moslimban."

Waren er mensen die u verweten te capituleren?
"Je kunt mij toch niet kwalijk nemen dat ik mijn kop niet in het zand steek. Na 9/11 kun je je kind toch geen Jihad noemen. Mooie naam, als naam, maar je hebt veel uit te leggen. En mijn dochter Jacqueline noemen zou ook een beetje gek zijn."

Bent u een vechter?
"Als ik niet meer vecht, ben ik dood."

Tegen wie of wat vecht u?
"Tegen achterlijkheid en jaloezie. Tegen dogma's en tegen de angst om af te gaan als ik ergens op een podium klim. Vechten geeft mij energie."

Bent u bang weer naar beneden gezogen te worden, weg uit de culturele elite van Amsterdam waarvan u al heel jong deel begon uit te maken?
"Als je niet vecht voor wat je hebt, wordt het je afgenomen."

U schrijft zelf: het is een sprookje dat je vanzelf wordt geaccepteerd als je maar genoeg in jezelf investeert.
"Sterker: hoe meer je je best doet om erbij te horen, hoe minder je wordt geaccepteerd."

Is dat uw ervaring?
"Ik ben wel uitgemaakt voor slijmbal, voor een Marokkaan die te graag wil. Het kan me niets schelen. Je accepteert me of je accepteert me niet. Wat ik vooral niet wil, is opgaan in een soort pijnloze grijsheid."

Ooit wel die neiging gehad?
"Natuurlijk."

Ervoor zorgen geen Marokkaan te zijn?
"Ik ben altijd Marokkaan geweest, maar voor mij was dat zo vanzelfsprekend
dat ik het niet extra benadrukte. Nu weet ik: dat moet je wel doen."

Heeft u het daarom vijf jaar geleden opgenomen voor vechtersbaas Badr Hari?
"Toen is het begonnen. Toen dacht ik: ik vind hem een verschrikkelijke lul, maar mijn schoonzus vindt hem een held. Hoe kan dat? Ik heb hem gebruikt om iets te leren over mijn eigen Marokkaanse komaf. Maar om het echt te begrijpen, moest ik eerst trouwen met Saïda en in Amsterdam-Oost komen om te zien waar Badr Hari vandaan komt."

"Ik ben heel jong gedebuteerd, ben heel jong geprivilegieerd geraakt. In het culturele wereldje verwachtte men van mij dat ik boven de partijen stond, maar dat was vals. Ik moest nog ontdekken wie mijn vrienden en wie mijn vijanden waren."

Hoe heeft u uw vrouw ontmoet?
"Via internet."

Was het makkelijk dat u al veel met haar deelde?
"Er zijn veel dingen die je niet hoeft uit te leggen. Maar dan begint een ander proces, waar heel veel Marokkaanse stellen last van hebben. De drang om te trouwen is onder Marokkanen heel groot - omdat het moet van de familie, omdat het past in de cultuur. Maar de drang om een relatie te bouwen is heel klein. Niemand die weet hoe dat moet. Dan kom je er snel achter dat je helemaal niets hebt aan een gedeelde religie of een gedeelde cultuur."

"Sterker nog: het bemoeilijkt alles. Dat merkte ik wel met Saïda. Er zijn veel dingen die je niet hoeft uit te spreken, maar de dingen waar je het wel over moet hebben, komen ook niet aan bod. Ik kwam er snel achter dat Saïda helemaal niet van praten houdt, terwijl ik verbaal nogal makkelijk ben. Dan wordt een gesprek een soort tennisbal die niet terug stuitert."

Hoe heeft u dat opgelost?
"Het was best pijnlijk. Op een gegeven moment denk je: laat maar zitten, dit gaat niet werken. Maar ik hield ontzettend veel van haar. Dus bijt je op je tanden. En een rondje relatietherapie doet ook wonderen. We zijn nader tot elkaar gekomen."

Bent u onder Marokkanen een ander persoon?
"Bij mensen die ik niet ken, ben ik op mijn hoede. Na 9/11 was ik een keer in Gorkum voor een lezing. Ik liet mezelf helemaal zien, gaf me helemaal over. Aan het einde vroeg iemand: meneer, heeft u een dubbel paspoort? De hele stemming sloeg om. Ik had anderhalf uur knetterhard mijn best gedaan en kon met die ene vraag niet omgaan. Het was de totale vernedering."

Een keerpunt?
"Mijn generatie zag op 9/11 de wereld die we met veel moeite hadden opgebouwd voor zijn ogen verbranden. Opeens moesten we ons overal voor verantwoorden. Ik werd paranoïde, voelde me overal bekeken. Ik heb er een gespleten natuur van gekregen. Een deel van mij bestaat in de Nederlandse samenleving en een ander deel is naar binnen geslagen. Twee verschillende persoonlijkheden: de een zit in het achterhuis, de ander staat in de zon."

Toen u als 27-jarige de Libris Literatuur Prijs won, werd u door critici weggezet als een Marokkaanse schrijver.
"Prima, ja. Je kunt het nooit goed doen. Dit jaar was ik de voorzitter van de jury en won Murat Isik. Werd er gesuggereerd: de ene Turk geeft de prijs aan een andere Turk. Dat niveau. Inmiddels weet ik dat mensen ziek zijn in hun hoofd als het om ras of etniciteit gaat. Dan veranderen ze in een fundamentalist en worden ze gek. Je kunt ook zeggen dat het heel mooi is dat een jongen uit de Bijlmer zo'n prijs ontvangt uit handen van een Marokkaanse juryvoorzitter. In plaats daarvan pissen we eroverheen."

Een ode aan de stad
Schrijver Abdelkader Benali en de UvA roepen Amsterdammers op om, geïnspireerd door de Perzische dichter Hafez, met liefdesgedichten een ode te brengen aan hun stad. "Binnen de verleidingen van de grote stad vond Hafez de rust om poëzie te schrijven," zegt Benali. "Maar hij was niet alleen romanticus, hij kapittelde ook. In een gedicht kun je ook afrekenen of mensen wakker schudden. Je kunt mensen erop wijzen dat de stad aan gevaren blootstaat. Ook op die manier laat je zien dat je om de stad geeft." Uw gedicht kunt u sturen naar: www.uva.nl/gedichtenwedstrijd

Abdelkader Benali
25 november 1975, Ighazzazen

1979
Geëmigreerd naar Rotterdam

1988-1994
Caland Lyceum, Rotterdam

1994-1997
Studie geschiedenis in Leiden (niet afgemaakt), verhuizing naar Amsterdam

Benali schreef van 1996 bijna dertig boeken, waaronder Bruiloft aan zee (1996, Geertjan Lubberhuizenprijs voor het beste debuut en genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs), De langverwachte (2002, Libris Literatuur Prijs 2003), Bad Boy (2013 over Badr Hari) en Brief aan mijn dochter (2016).

Binnenkort verschijnt van hem een roman over Tanger.

Benali was dit jaar juryvoorzitter van de Libris Literatuur Prijs en werd benoemd tot honorary fellow aan de Universiteit van Amsterdam. Vanuit Rusland maakt hij een radioprogramma over het Marokkaanse team bij het WK voetbal.

Abdelkader Benali woont in Amsterdam-Zuid, is getrouwd en heeft een dochter (2,5).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden