Plus Reportage

Aantal cokelabs stijgt – het daarbij behorende gevaar dus ook

Een nagebouwd drugslab in Amsterdam. Beeld Jakob Van Vliet

Drugslaboratoria leveren steeds vaker levensgevaar op. In de grote steden zijn vooral ‘cokelabs’ een groeiend probleem. De Amsterdamse politie roept ondernemers dan ook op om aceton, een essentieel middel voor het ‘wassen’ en verwerken van cocaïne, niet zomaar te verkopen.

In een rijtjeshuis aan de Bruinvisstraat in Oostzanerwerf, Amsterdam-Noord, was het al twee keer raak. In 2006 brandde de woning uit toen er iets misging in het clandestiene laboratorium voor het ‘wassen’, versnijden en persen van cocaïne: een zogeheten ‘cokelab’. Er viel één dode en twee mensen raakten zwaargewond. 

Op hetzelfde adres vond de politie op 8 augustus vorig jaar tijdens een huiszoeking 12,7 kilo cocaïne, een grote hoeveelheid chemicaliën, een cocaïnepers, weegschalen, mallen, verpakkingsmiddelen en stempels waarmee drugsorganisaties hun logo in de ‘blokken’ cocaïne drukken.

Geen van de vier mannen die in en bij de woning werden gearresteerd, stonden er ingeschreven.

Bij de recherche bestond geen enkele twijfel: hier was opnieuw een drugslab van een criminele organisatie ontmanteld. Burgemeester Femke Halsema liet het huis voor de duur van drie maanden dichttimmeren. Het Egyptische stel dat de woning verhuurde aan een man die hem weer had onderverhuurd, had begrip voor de sluiting.

Ziekenhuislucht

De Amsterdamse recherche komt geregeld cokelabs tegen, vaak tijdens acties tegen ‘spookburgers’ in (dure) appartementen waar niemand staat ingeschreven. Agenten treffen daar dan mannen aan, opvallend vaak Albanezen, met een vaag verhaal over hun aanwezigheid in de woning.

Onlangs roken bewoners van de Eerste Oosterparkstraat in Oost ‘een ziekenhuislucht’. Toen de brandweer bij de buren naar binnen ging, vluchtten een aantal mannen het pand uit en weg via de tuin. Verderop probeerden ze door een ander huis weer naar de straat te komen. Ook in ‘hun’ huis bleek een cokelab te draaien.

Specialist André van het politieteam dat drugslaboratoria ontmantelt, ziet het aantal aangetroffen labs al jaren stijgen. “In 2017 waren het er in heel Nederland 85, in 2018 al 121 en dit jaar zitten we aan twee tot drie per week en gaan we waarschijnlijk weer over dat record heen.” De laboratoria worden ook steeds professioneler en grootschaliger opgezet.

‘Industriële schaal’

De almaar geavanceerdere laboratoria waarin de synthetische drugs worden gemaakt waarvan Nederland ‘hofleverancier’ is – amfetamine, MDMA, crystal meth, of grondstoffen daarvoor – staan traditioneel in het Zuiden, maar worden ook steeds vaker in landelijke gebieden in het oosten en noorden aangetroffen. Ketels bevatten vroeger enkele honderden liters chemicaliën, maar de politie vindt ze tegenwoordig ook ‘op industriële schaal’, van 2850 liter. Die zijn metershoog.

Soms worden synthetische drugs gemaakt in combinatie met cocaïne of heroïne.

In de grote steden en andere dichtbevolkte gebieden draaien meer laboratoria waar cocaïne of heroïne wordt bewerkt en verwerkt. Daarvoor is een kleinere oppervlakte nodig: een flat, box of schuurtje volstaat.

“Een cokewasserij kan op 12-hoog zitten, geen probleem,” zegt André. De cocaïne komt nog steeds, en óók steeds meer, in grote partijen in containers vanuit Zuid- en Midden-Amerika, tussen de bananen en ananassen in tassen vol kiloblokken.

Kleinere hoeveelheden worden ‘gewassen’ in spijkerbroeken, bijenwas, plastic, houtskool, vloeistoffen: noem maar op. Zo is de pakkans kleiner. Cocaïne zat zelfs opgelost in zakjes kleurloze vloeistof in water in waarin tropische vissen werden geïmporteerd.

Zie het als douane maar te ontdekken.

In Nederland moet de coke dan weer in een drugslab uit de ‘drager’ worden gewassen. Met behulp van veelal zeer brandbare oplosmiddelen wordt de cocaïne weer losgeweekt.

“Specialisten komen over uit Colombia of leren het hier weer aan de organisaties,” zegt André. “Na het wassen heb je eerst cocaïnebase (‘basecoke’ of ‘crack’) die je kunt roken. In Nederland bewerken de organisaties de cocaïne echter voornamelijk met zoutzuur en aceton tot het bekende glinsterende poeder dat je snuift: cocaïne hydrochloride.”

Specialist André van het politieteam dat drugslaboratoria ontmantelt. Beeld Jakob Van Vliet

Kinderkamers

In een kelder bij het hoofdkantoor van de Amsterdamse recherche leidt André ons door drie nagebouwde ‘pd’s’ (plaatsen delict). Een dumpplek voor drugsafval vol lekkende jerrycans, slangen et cetera – zoals twee- à driehonderd keer per jaar wordt aangetroffen. Een laboratorium voor synthetische drugs. En ‘een cokelab’. Aan de wanden hangen foto’s van ontdekte laboratoria – onder andere in badkamers, met makkelijk afwasbare tegels, maar soms ook in kinderkamers, getuigt een kleurige babybox.

De cocaïne wordt in een bad uit de dragers gewassen met de chemicaliën. Daarna wordt de drugs gedroogd, versneden met medicijnen, stimulerende of verdovende middelen, in kiloblokken geperst, gemerkt met een logo en nogmaals gedroogd.

“Dat drogen gebeurt met warmtelampen of soms in een magnetron. Helaas zijn magnetrons niet geschikt om de aceton te verhitten,” zegt André. “Dat kan een heel nare explosie geven.” Al bij -20 graden komt uit aceton een gevaarlijke damp vrij, die door een vonk kan ontploffen als de ruimte niet heel goed wordt geventileerd.

Uiteindelijk worden de blokken weer in rubber verpakt, vaak van zwarte ballonnen, en in tape gewikkeld zoals de blokken die rechtstreeks uit Zuid-Amerika komen. Dat moet de suggestie wekken dat het ook hier om zuivere, onversneden cocaïne gaat. André: “Zie het als merkvervalsing.”

Bazooka

Kopers van cocaïne uit pakweg Colombia beperken zich ook wel tot het versnijden en opnieuw in blokken persen en verpakken van de cocaïne. Een derde, vrij nieuwe methode is het zuiveren van de nog ruwe cocaïnepasta, ook wel Bazooka genoemd, om die vervolgens ook weer in de bekende blokken te persen.

Door het gebruik van de brandgevaarlijke chemicaliën en de precaire bewerkingsmethoden die, op zijn zachtst gezegd, niet iedereen perfect beheerst, zijn bij al die handelingen de risico’s op het vrijkomen van levensgevaarlijke dampen, branden en explosies in de drugslabs enorm. Soms vallen er doden, zoals in 2006 in Noord en vorig jaar zomer in een flat in Arnhem, waar twee mannen overleden en één zwaargewond raakte. Vaker loopt het net goed af.

Inmiddels zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) 28 explosies in drugslabs in woonwijken bekend.

Leider Arno van Leeuwen en rechercheur Anouk van het Amsterdamse rechercheteam dat strijdt tegen de ‘ondermijning’ van de samenleving door criminelen, richten zich in de aanpak van de gevaarlijke cokelabs op het populaire middel bij de verwerking en bewerking van cocaïne: aceton.

Om 100 kilo cocaïne te ‘wassen’ is 1000 liter aceton nodig – tegen veel kleinere hoeveelheden zwavelzuur, zoutzuur en ammonia. De aceton kan maar drie of vier keer worden gebruikt, daarna wordt de cocaïne niet meer mooi wit.

‘Week van de aceton’

“Het drugsprobleem in Amsterdam is zo groot dat wij zoeken naar slimme, werkbare interventies,” zegt Anouk. “Wij focussen ons op het criminele gebruik van aceton. Dat wordt legaal gebruikt in nagelstudio’s, door schilders of bedrijven die polyester verwerken, bijvoorbeeld om surfplanken te repareren en autoschades te herstellen.”

Aceton is, ook in grotere hoeveelheden, te verkrijgen in bouwmarkten en groothandels, ijzerhandels, verfspeciaalzaken en op internet. Anouk: “De legale wereld laat zich – bewust of onbewust – gebruiken door de illegale wereld waarmee wij te kampen hebben.”

De recherche gaat de winkels langs om te vertellen hoe belangrijk aceton is voor de drugsproductie en het versnijden van cocaïne. De rechercheurs drukken verkopers op het hart dat ze niet zomaar aceton aan willekeurige klanten moeten meegeven en verdachte transacties moeten melden bij de belastingdienst.

De afgelopen week is tijdens ‘de week van de aceton’ binnen de politie, de branche en de markt intensief aandacht besteed aan het fenomeen.

De douane kan volgens de wet ter voorkoming van misbruik van chemicaliën óók verkopende bedrijven bezoeken en daar de boeken inzien – al heeft die club maar een bescheiden capaciteit.

Klanten komen vaak met het verhaal dat ze aceton nodig hebben om bijvoorbeeld mobieltjes schoon te maken, de keuken, houtwerk of glas. “Allemaal onzin,” zegt Anouk. “Verkopers moeten beseffen wat criminelen met aceton kunnen doen. Bij een groothandel moet je je inschrijfnummer van de kamer van koophandel nog opgeven, maar winkels zouden ook niet zomaar grote of kleinere hoeveelheden aan klanten moeten meegeven zonder na te vragen waarvoor het is.”

Het bezit van meer dan 25 liter aceton is overigens een ‘economisch delict’ waarop maximaal twee jaar cel staat, en maximaal vier jaar voor wie vaker is gepakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden