9/11 Scar Tissue: Het verhaal van de ambulancebroeder

"Dag wordt nacht en het is of iemand een emmer stof in je keel heeft gekiept". Zijn werk bij het WTC kostte Marvin Bethea zijn gezondheid. Maar: "Met de islam is niks mis."

Toen Bin Laden gedood werd, stond ik hier in mijn woonkamer en ik huilde. Een deel van me dacht: hij had levend gepakt moeten worden; hij is nog goed weggekomen, hij had de rest van zijn leven in de gevangenis moeten slijten.

Een gevoel van afsluiting heb ik er niet mee. Misschien degenen die iemand hebben verloren, maar ik niet. Wij kunnen nog niets afsluiten, wij vechten nog voor onze ziektekosten.

We deden daar gewoon ons werk en hadden geen idee van de giftige omgeving. De maskers die we hadden, gaven we aan de mensen.

Ik was ambulance-verpleegkundige van het St. John's ziekenhuis van Queens. Meestal werkte ik in Queens, maar ze konden ons overal heen sturen, we hadden een contract met de gemeente.

Voor ons was het een slechte dag als je iemand had met een hartaanval, een ongeluk, kleine dingen. Je vertelde mensen dat je een geweldige dag had gehad als iemand van een gebouw afsprong, een grote brand - als je die adrenaline voelde, snap je? Dus als je hoort dat er een vliegtuig is neergestort, dan wil je daar natuurlijk heen.

Mijn eerste idee was: het is een Cessna, die kwam te dichtbij. Iets anders kon het niet zijn, het was een heldere dag. We gingen een broodjeszaak binnen en toen hoorden we: alle eenheden, ga naar de frequentie voor de hele stad. Die oproep krijg je als er iets heel groots aan de hand is.

We kregen de opdracht naar het WTC te gaan. Ondertussen hoorde ik via de telefoon een vriend van me gillen: een tweede vliegtuig! Even later hoorden we het op onze frequentie: opgelet, een passagiersvliegtuig heeft de tweede toren getroffen. We sloegen linksaf en voegden in bij een enorme rij auto's met zwaailichten. De mensen in die straat stonden verstijfd, staarden.

Bij het WTC was het totale chaos. Veel mensen waren met stomheid geslagen, maar er waren er ook die foto's maakten. We ontruimden een gebied. Die vrouw die niet weg wilde, die zou ik nog wel eens willen spreken. Want waar zij stond... ze had het niet overleefd.

Ik voelde me nog oké. Maar toen een politieman me in het oor fluisterde: ze hebben het Pentagon geraakt, werd ik bang. Want je kent hun tactiek: zorg dat je mensen laat toestromen, en kom dan met een tweede aanval.

Ik mag van geluk spreken dat ik geen mensen heb zien springen. Maar ik hoorde de klappen - ik wist niet wat het was.

Ik ging de Chase Bank binnen om te zien of daar gewonden waren. Maar iedereen was in orde. Ik loop naar buiten om te zien of die mensen daar weg kunnen, kijk omhoog: het gebouw komt naar beneden. Terwijl ik naar binnen ren hoor ik lawaai, luider en luider, en dichterbij. Ramen barsten, dag wordt nacht, en het is alsof iemand een emmer stof in je keel heeft gekiept. Een vrouw kneep me half dood. En ik dacht alleen maar: God, laat het snel gaan. Toen ik weer buiten kwam, trof ik een in elkaar gezakte vrouw. Ze zei: laat me hier niet achter. Ik was goed in vorm, ik greep haar en rende naar het Hilton Millennium hotel. Toen stortte het tweede gebouw in en zaten we vast door al het puin. Ik forceerde een zijdeur, een garagedeur. Er lagen overal lichaamsdelen. En we waren wit van top tot teen, je kon niet zien wat voor ras ik was.

We reden de ambulance naar het gebouw van de pont naar Staten Island. De artsen daar zeiden: waar zijn de patiënten? Wij: die zijn dood. Ze begrepen er niks van. Pas toen de vierde ambulance kwam en dezelfde boodschap bracht, realiseerden ze zich: O God, er komen geen gewonden, ze zijn allemaal dood.

Bij het ziekenhuis hadden ze gehoord dat we het vermoedelijk niet gered hadden. Dus we werden verwelkomd met applaus en gejuich. We moesten ons tot op ons ondergoed uitkleden daar op Queens Boulevard, om ontsmet te worden. Ze wilden ons debriefen, maar ik ging weg, naar mijn huis in Queens. Ik zette de tv aan en stortte in.

Ik hou van Amerika, en ik verontschuldig absoluut niet wat die terroristen hebben gedaan. Maar wat veel Amerikanen niet begrijpen is de verschrikkelijke dingen die wij aan de andere kant van de wereld hebben gedaan, en waar ze hier niets over horen. Het is nu oorlog, wij doden ook burgers. Die komen uit een gezin.

Er is nu een anti-moslimstemming, maar ik zal je vertellen, dat gemeenschapscentrum bij Ground Zero, ik ben er helemaal voor. In het World Trade Center waren het geen drieduizend Amerikanen die stierven, het waren drieduizend mensen, van alle nationaliteiten, en ook moslims. Dit was een groep extremisten. Met de islam is niks mis. Als zwarte man weet ik hoe het is als mensen je anders behandelen, alsof je gevaarlijk bent, vanwege je uiterlijk.

Mijn grootste fout was, dat ik terugging. Drie dagen later werkte ik op de puinhopen. In oktober ging ik een bank binnen, en toen kon ik mijn arm niet meer bewegen. Ik had een gigantische beroerte, op mijn 41ste. Ik ga nooit meer een Chase Bank binnen op een dinsdag: de eerste keer stortte een gebouw in, de tweede keer kreeg ik een beroerte!

Ze zeiden dat mijn loopbaan voorbij was, maar drie maanden later was ik weer aan het werk.

In 2001 wilden we het nog niet weten. In het begin van 2003 ging ik hoesten, werd ik kortademig. Ik meldde me aan voor de medische controles voor betrokkenen bij 11 september en ze zeiden dat ik astma had en post-traumatisch stress syndroom. Vanaf juli 2003 ging ik wekelijks naar een psychiater, drie jaar lang. Nu ga ik nog eens in de zes tot acht weken. Zodra ik me inspan, raak ik buiten adem. Je ziet het niet aan me, maar op de trap van de metro moet ik opzij voor de andere mensen.

Ik werkte door, maar op 8 januari 2004, na een dubbele dienst, ging het mis. Ik was klaar met werken en ging naar de kapper. Ik kwam daar binnen en ze zeiden: het gaat zo te zien helemaal niet goed met jou, we bellen een dokter. Ik lag vijf dagen in het ziekenhuis en ze zeiden: je hebt voor het laatst gewerkt.

Ik was er kapot van. Ik hield van mijn werk. En ik kreeg geen salaris meer. In 2006 kreeg ik eindelijk mijn uitkering. Godzijdank, ik was aan mijn laatste drieduizend dollar toe. Mijn moeder zei al dat ik maar bij haar moest intrekken. Maar toen kreeg ik gelukkig het geld van het Slachtoffersfonds 11 September, en kwam mijn invalidenpensioen van de overheid erdoor, met daaraan gekoppeld dat van de vakbond.

Daarna werd ik een grote activist. Ik ging naar Washington om de zaken van alle anderen te bepleiten. Er zijn nog heel veel mensen ziek geworden, en het was een voortdurend gevecht om hulp voor hen te krijgen.

In december zal het vijf jaar geleden zijn dat ik de 'uitkering voor veiligheidsbeambten' aanvroeg. Als je invalide bent geworden door je werk, krijg je 250.000 dollar en een medaille. Ze willen dat mij niet geven, omdat ik niet in dienst was van de gemeente. Ik werkte voor het ziekenhuis, maar de gemeente kon ons overal heen sturen. Als ik had gezegd: ik ga niet, het is me te gevaarlijk, dan hadden ze me contractbreuk kunnen verwijten, plichtsverzuim, er had strafvervolging van kunnen komen.

Het probleem is: ze wijzen het niet af. Het is 'in beraad'. Zo lang het in beraad is, kun je niets doen.

Ik ben echt boos op de politici. Er zijn maar acht mensen in onze categorie. Je hoort altijd over agenten en brandweermannen. Mensen riepen niet om agenten en brandweermannen destijds, ze riepen om ambulancepersoneel.

We krijgen wel wat steun uit de 11-septembergemeenschap. Maar de politievakbond geeft alleen om politiemensen, de vakbond van de brandweer werkt voor brandweerlieden. Die zouden meer kunnen doen.

Ik ken iemand die werkte voor de dienst van vervoer van de stad New York, en wij hebben een afspraak: degene van ons die het eerst doodgaat, daarvoor zorgt de ander dat er een Amerikaanse vlag op zijn kist ligt. We hebben geen van beiden in het leger gediend, maar dat is wat we willen. 11 september was voor ons een soort oorlog.

Ik heb deel uitgemaakt van een van de belangrijkste gebeurtenissen op Amerikaans grondgebied en daar ben ik trots op. Maar ik schaam me over hoe we zijn behandeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden