Plus

45 jaar bowlingparadijs Knijn: 'Bowlers zijn apart'

De bekendste bowlingbaan van de stad wordt al bijna 45 jaar gerund door de familie Knijn. Eerst door vader Paul, nu door de dochters Olga (42) en Ilse (45). En niemand in de familie kan bowlen.

Beeld Niels Blekemolen

Het was Janneke Knijn die in 1971 de eerste bal gooide. Niet bij de officiële opening, maar direct nadat de bouwvakkers de eerste twee banen hadden opgeleverd. "Ga jij maar eerst," zei Paul Knijn tegen zijn vrouw.
Janneke nam een aanloop en wierp de bal over een van de tweeëntwintig tweedehandsbanen die Paul in Engeland op de kop had getikt. Een strike? Janneke weet niet meer wat ze precies gooide, maar ze gaat ervan uit dat het gewoon een gutter ball is geweest.

De familie Knijn kan namelijk helemaal niet bowlen. En dat al bijna 45 jaar. Eigenlijk had Paul Knijn een zelfbedieningswinkel voor de doe-het-zelver willen beginnen. Een bouwmarkt, nog voordat de Gamma en de Praxis bestonden. Het was een gat in de markt geweest, maar zijn twee oudere broers zagen het niet zitten.

Broers en zussen
Op het Scheldeplein, daar waar nu de ­Albert Heijn en ABN Amro zitten, had de Gooise familie Knijn eind jaren zestig al een goedlopende Fiatshowroom en -garage. Maar de vier broers en twee zussen, die allemaal samen in het bedrijf zaten, zochten nog 'iets' voor de tweeduizend vierkante meter op de leegstaande eerste verdieping.

Na een gesprek met Heineken kwam Paul eind jaren zestig met een idee waar de hele familie wél mee instemde: een bowlingcentrum. In de Verenigde Staten was bowlen al sinds de jaren vijftig populair, maar Europa volgde nu pas.

Knijn Bowling werd officieel geopend op donderdag 9 september 1971. Ilse was toen vijf maanden oud.

Beeld Niels Blekemolen

Brooklyn Bowl
"Kijk, de receptie gaan we verplaatsen, want die heeft op deze plek eigenlijk nooit goed gewerkt. En dan trekken we het hier door, zodat de bowling en het restaurant meer een geheel worden."

Ilse Knijn loopt met grote armgebaren door het bowlingcentrum. Ze wil blijven doen wat haar vader ook altijd deed: elk jaar vernieuwen. "Het is de enige manier om te zorgen dat het bedrijf niet afglijdt." Zoals bijvoorbeeld is gebeurd bij het vervallen en inmiddels gekraakte Bowling Noord op het Buikslotermeerplein.

Het liefst zou Ilse, directeur en mede-­eigenaar van Knijn, het gevoel van het charmante Brooklyn Bowl in New York evenaren. De ontwerpen had ze al laten maken: het zou een hoge open ruimte worden, met stalen balken in plaats van het huidige lage systeemplafond.

Maar ze heeft net te horen gekregen dat als ze het huidige plafond eruit wil hebben, de bowling zeker twee maanden dicht moet. En dat is geen optie. De architect gaat weer terug naar de tekentafel, maar de opdracht blijft hetzelfde: Knijn moet een gezellige plek worden, waar je na het bowlen blijft hangen.

Rode cijfers
Paul Knijn haalde zijn dochter begin jaren negentig naar de bowling. Hij had het bedrijf een paar jaar aan zijn jongere broer overgelaten en was zelf aan de slag gegaan met een handel in sportschoenen. Ilse: "Dat vond hij een fantastische business. Maar ­ondertussen liep de bowling in de rode cijfers. Het werd niet strak genoeg gerund, dus kwam mijn vader weer terug."

Olga (42), Janneke (71) en Ilse Knijn (45), vlnr. Beeld Niels Blekemolen

Een echte Knijn
Ilse werd verantwoordelijk voor de marketing. Alleen had haar vader meteen flink in de kosten gesneden, dus ze had niet meer dan een printer en gekleurd papier tot haar beschikking voor het reclamedrukwerk. Het was sowieso geen makkelijke tijd voor de familie Knijn. "Eerst zat mijn oom hier met zijn dochter, en toen kwamen mijn vader en ik het overnemen. Dat is wel naar als je familie bent. Zij zijn hier nooit meer terug geweest."

Toen de zes broers en zussen besloten de aandelen te splitsen, van zowel de bowling als de verschillende autobedrijven waarover de familie inmiddels beschikte, had Paul een belangrijke eis: hij wilde de bowling. Het was zijn plek, waar hij de eindbeslissingen wilde nemen, zonder dat zijn oudere broers in de weg gingen liggen.

"Was jij er eigenlijk ook al bij toen papa terugkeerde?" Ilse kijkt naar haar jongere zus en mede-eigenaar Olga.

Olga is net terug uit Quito. Ze vertelt wat de piloot zei toen hij begreep dat ze Knijn heet. Met een Amsterdams accent: "O, heet jij Knijn. Van de bowling? Meid, ik ben blij dat ik eindelijk eens met een echte Knijn heb ­gevlogen."

Magische band
Naast eigenaar van de bowlingbaan is Olga stewardess bij KLM. Ze werkt niet fulltime en doet alleen de lange vluchten, wat erop neerkomt dat ze eens in de drie weken een lange reis maakt van een paar dagen. De rest van de tijd is ze bezig met de bowling. En dat doet ze inderdaad al sinds begin jaren negentig, toen haar vader terugkwam om het bedrijf te redden.

Met haar zus heeft ze een magische band, zegt ze. Ze wonen beiden in Muiderberg, op een kwartiertje rijden van de bowling. Over de rolverdeling hebben ze duidelijke afspraken gemaakt. Ilse voert de directie, en is vooral bezig met de strategische en commerciële kant van Knijn. Als Olga in het land is, richt ze zich op de operationele kant van het bedrijf. Of, zoals haar oudere zus het zegt: "Zij ligt liever in de machines. Wat zij kan met die apparaten, kunnen de meeste kerels achter de bar niet."

Beeld Niels Blekemolen

Olga: "Het is niet charmant, maar wel waar." Achter de banen, daar waar de bowlingmachines zitten, laat Olga zien wat er allemaal mis kan gaan. De tweedehandsmachines die haar vader eind jaren zestig in Engeland kocht, zijn in 2012 vervangen door de QubicaAMF XLi Edge, moderne bowling­machines van 18.000 euro per stuk.

Vergelijk
Het zijn achttien minifabriekjes met magneten, sensoren, camera's, lopende banden, draaiende assen, bewegende armen en mechanische vingers. En dat alles voor vier taken: de pins neerzetten en wegvegen, de score registreren en de bal weer terugsturen.

De machines draaien continu, en door de kracht waarmee de zware ballen worden gegooid en de pins in het rond vliegen, zit er nog weleens een schroefje los. Of er zit ergens een pin vast. "Ik heb altijd het advies van mijn vader in mijn achterhoofd: kijk niet naar wat er mis is, maar kijk naar de machine die het wel doet, en vergelijk."

Het oplossen van dit soort problemen vindt Olga leuk, en ze moet er niet aan denken om op de stoel van haar zus te zitten. ­Andersom geldt hetzelfde. "Eigenlijk was mijn vader wat Ilse en ik gesplitst zijn: hij was handig én ondernemer. Wij hebben het verdeeld."

Beeld Niels Blekemolen

Toen Paul Knijn in de jaren negentig terugkeerde bij de bowling, kreeg hij de boel binnen een paar jaar op orde. De restaurants die aan externe partijen waren verpacht, nam hij terug. Hij offerde vier banen op voor extra restaurantruimte, en maakte van Knijn een populaire bestemming voor familie- en bedrijfsfeestjes.

Elk jaar kwam er wel iets nieuws bij. Zo begon hij eind jaren negentig met Twilightbowlen, om een jonger publiek te trekken. Bowlen met discolicht- en muziek deden meerdere bowlingcentra, maar Paul Knijn zette er elke vrijdag en zaterdag ook een dj neer. Dat is nooit veranderd.

Shotglaasjes
Het is middernacht en op de approach, de aanloopzone, wordt door honderd man, de meesten begin twintig, volop gedronken en gedanst. Er worden continu foto's gemaakt. Tussendoor proberen de spelers zich af en toe toch te concentreren op de pins. Op baan 12 bijvoorbeeld. Daar gilt een meisje het uit nadat ze een strike heeft gegooid. Als ze vijf minuten later weer aan de buurt is, laat ze de bowlingbal eerst kussen door drie mede­spelers; de volgende punten tellen dubbel. Ze gooit acht pins om, en daarna nog twee. Spare. Opnieuw gegil. Omhelzingen en een dansje volgen.

Ilse en Olga vinden dit misschien wel de leukste kant van het bowlen. Ondanks dat ze regelmatig shotglaasjes en bierviltjes tussen de pins vinden, dat er weleens een bowlingbal door het systeemplafond is gegaan en dat er gigantisch veel schoenen worden gestolen. Vooral linkerschoenen, op de een of andere manier.

Daarnaast hebben ze regelmatig storingen aan de vegers, doordat mensen een, twee of zelfs drie ballen gooien als de veger al naar beneden is. Er zitten tegenwoordig breekrubbers in, zodat alleen die vervangen hoeven te worden en de veger zelf heel blijft.

Maar al die balorigheid is part of the deal, vindt Ilse. "En het is ook onze drankomzet die dat bewerkstelligt."

Beeld Niels Blekemolen

High-fives
Ze verbazen zich eerder over de serieuze spelers, die elke maandag en dinsdag competitie spelen. Olga: "Dan krijg je echt dat The Big Lebowski-gevoel. Tassen met zes ballen. Armdingen. En als de approach niet goed in de was staat, zijn ze serieus chagrijnig. Bowlers zijn een apart slag mensen."

De speler op baan 18 is gefrustreerd. Zojuist scheurde de rubberen transportband van de ball return. Op zich geen groot probleem; met grijs ducttape werd de boel tijdelijk gerepareerd. Alleen: de ventilator is stilgevallen. En de speler op baan 18 weigert te gooien voordat hij zijn handen droog heeft geblazen.

Het is vandaag ook wel extreem serieus, want het Nederlands Kampioenschap in de BCD-klasse - de lagere klasse - wordt in Knijn gespeeld. Alle achttien banen staan vol mensen in bowlingtenue. De ballen curven over de baan, en overal worden scores van diep in de tweehonderd punten behaald. En inderdaad: het regent high fives.

Beeld Niels Blekemolen

Olga Knijn zit aan de bar en legt uit. "Die high-fives na elke strike. Wist je dat dat bedoeld is om het geluk door te geven?" En toch, hoewel Olga altijd licht cynisch praat over deze kant van bowling, vindt ze het erg belangrijk dat Knijn serieuze bowlers in huis heeft. "Ze houden ons scherp. Als er ook maar iets misgaat, krijgen we het te horen. En zo worden storingen voorkomen."

Nadat de monteur baan 18 handmatig opnieuw heeft opgestart, kan de speler zijn handen eindelijk droogblazen. Daarna pakt hij zijn bal, neemt hij een aanloop en werpt hij de bal met kracht richting de pins. De bal curvet over de baan, en raakt precies de voorste pin rechts van het midden. Strike. Hij steekt zijn duim naar de monteur. "Bedankt, Niels!"

Storingen
Met de nieuwe bowlingmachines in 2012 kwam ook monteur Niels Molenaar (34). Hij is zelf een fanatiek bowler: vorig jaar gooide hij nog een perfect game - twaalf strikes op rij. Olga weet dan veel van de machines, maar het dagelijkse onderhoud is de taak van Niels. Hij stelt de machines af, zet de banen in de olie en de approach in de boenwas. "Je hebt iemand nodig die de machines als zijn eigen kinderen ziet. En Niels is zo ­iemand," zegt Olga. "Als hij twee weken met vakantie is, merken we meteen dat de storingen toenemen."

De nieuwe machines in combinatie met het onderhoud van Niels zorgden ervoor dat de Nederlandse Bowling Federatie na jaren bereid was om toernooien te organiseren in Knijn. De kwaliteit was weer goed genoeg. Vorig jaar vond zelfs het NK in de A-klasse plaats in Amsterdam. Het toernooi was online live te volgen, en vanuit een hotelkamer in LA keek Olga trots mee.

Monteur Niels Molenaar (34) die sinds 2012 bij de familie hoort. Beeld Niels Blekemolen
Beeld Niels Blekemolen

Anne Krol (49) heeft de bowling de afgelopen jaren zien veranderen. Hij is beheerder van de pro-shop, de plek waar ­bowlers komen om hun ballen te laten boren.

"Er zijn nogal wat cosmetische veranderingen doorgevoerd. Het ­interieur is veranderd; veel kleurrijker. Ilse denkt ook anders dan haar vader. Niet minder goed hoor, maar gewoon anders."

Door het AD werd Paul Knijn ooit 'bowlingmagnaat' genoemd. Het bericht in de krant had niets met zijn ondernemerschap te maken, maar met het privéleven van zijn dochter. 'Ruud de Wild verliefd op dochter bowlingmagnaat' was de kop, naar aanleiding van de, in roddelbladen veelbesproken, relatie die Ilse in 2014 kreeg met de radio-dj en kunstenaar. De Telegraaf omschreef Paul Knijn in de berichtgeving als 'bowling­koning'.

Cowboyhoed
Ilse en Olga moeten er nog steeds een beetje om lachen. Natuurlijk, hij was wel een echte ondernemer. Maar het was vooral hun vader; een vriendelijke en zachtaardige man, zeker geen keiharde zakenman. Iedereen mocht altijd geld lenen, zegt Ilse - nog steeds een beetje geërgerd. Koppig, dat kon hij wel zijn.

Vooral Ilse had vaak strijd met hem. "Hij vond vaak dat ik alles te snel wilde, en ik vond het juist niet snel genoeg gaan. Zo bestond het restaurant uit twee ­themagedeeltes: Amsterdam en western. En dat in een tijd dat niemand meer een ­cowboyhoed wilde dragen op een feestje. 'Daar moeten we iets mee doen,' zei ik, 'we moeten mee met de tijd.'"

Paul Knijn lag op dat moment in het ­ziekenhuis. Hij zei tegen zijn dochter dat als ze dat graag wilde, ze het maar moest gaan doen. Ilse: "Ik dacht: shit, dat gaat niet goed. Liever had ik gehad dat hij 'Nee' en 'Luister eens' had gezegd, zoals hij altijd deed."

Beeld Niels Blekemolen

Tumor
Ilse: "Ik vind dat ze hem verkloot ­hebben." Olga: "Wij vinden dat, Ilse. Wij."

Het begon met de fouten die hij maakte. Niets ernstigs, maar kleine boekhoudkundige fouten. En dat was echt niets voor hem. Ook was hij steeds minder vaak op de zaak, omdat hij regelmatig moest overgeven.
In september 2008 werd Paul opgenomen in het ­­ziekenhuis. Elk bezoekuur kwamen Ilse, Olga en hun moeder Janneke met z'n drieën langs.

De artsen hielden lang vast aan de diagnose prikkelbaredarmsyndroom. Ilse, fel: "Dat hebben ze heel lang geroepen. Wij dachten dat het wat anders was, maar we moesten ons erbuiten houden. Uiteindelijk bleek het een tumor te zijn die van de buitenkant tegen de darm aandrukte." Zeven operaties en de intensive care volgden, maar de artsen waren er te laat bij. Paul Knijn overleed op 8 mei 2009 op 66-jarige leeftijd.

In overleg
Olga en Ilse zitten samen met hun ­moeder Janneke (71) aan de bar van Knijn. Na de dood van hun vader bleek Knijn niet automatisch van Ilse en Olga te zijn, zoals hij altijd had gezegd. Alles ging naar hun moeder. Maar Janneke besloot om alles meteen door te schuiven. Geen moeilijke keuze, zo vertelt ze. "Ik was al in de zestig, wat moest ik nou met zo'n zaak? Zij horen hier thuis."

Dat betekent niet dat Janneke zich nu nergens mee bezighoudt. Zo helpt ze Ilse nog elke week met het afhandelen van de rekeningen. En alle grote beslissingen nemen de twee zussen nog steeds in overleg met hun moeder. Ongevraagd bemoeit ze zich ook met kleine zaken. Ilse: "Dan komt ze hier binnen en ergert zich. Daar is het niet netjes, roept ze dan. De bloemen moeten nog gedaan worden. En die tafel is niet schoon. Maar ja, zo zijn moeders."

Extra restaurantruimte
De afgelopen jaren is ook de omgeving veranderd. Lang was het restaurant van Knijn de enige plek waar je kon eten in de buurt. Nu zit de Scheldestraat vol met horeca en gaan groepen die komen bowlen steeds vaker ergens anders eten. Ze vinden het dan ook weleens jammer dat ze ooit vier banen hebben ingeruild voor extra restaurantruimte. Maar dat is de koe in de kont kijken, zoals Janneke zegt.

De huidige eigenaar is projectontwikkelaar Caransa, dat grote plannen heeft met het markante gebouw tegenover de RAI. Details zijn nog niet bekend, maar het is wel duidelijk dat Knijn gewoon mag blijven.
"Het is een eervol iets, om zo'n familiebedrijf door te zetten," zegt Olga. "Het is zo bijzonder dat dit alles uit de handen van mijn vader komt, en dat het zo groot is geworden. Dat de naam Knijn bekend is in heel Amsterdam. En dat ik dit ook nog eens met mijn zus mag doen."

Olga heeft geen kinderen, maar Ilse heeft een zoon: Bono. Onlangs stond hij ­tijdens een vakantie met plezier twee dagen achter elkaar te bowlen, zelfs totdat hij blaren op zijn vingers had. Hij is pas negen, maar wie weet neemt hij de zaak ooit over. Dan staat er eindelijk eens een Knijntelg aan het roer die - misschien - wél kan bowlen.

Beeld Niels Blekemolen
Beeld Niels Blekemolen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden