Plus

3 wielerboeken vol aanstekelijk plezier en historisch besef

Zaterdag begint de Tour de France. Drie wielerboeken vol aanstekelijk plezier en historisch besef.

Theo Koomen interviewt op 22 juli 1982 in Saint Priest wielrenner Gerard Veldscholten Beeld Spaarnestad Photo

Het begon met Kees Buurman. De geestelijk vader van de iconische radioprogramma's Met het Oog op Morgen en Langs de Lijn ­bedacht in 1970 ook een dagelijks liveprogramma vanaf de Tour: Radio Tour de France. Het experiment werd een succes en groeide voor wielerliefhebbers uit tot een baken in de zomer, met de trompetsolo van Rein van den Broek als herkenbare soundtrack.

Daar moest maar eens een boek over komen, dachten radiomaker Hans Hogendoorn (onder meer verantwoordelijk voor de Tourjingles) en journalist Jairo van Lunteren. Het resultaat is Tourflits. Het tweetal streeft geen compleetheid na, wat ook duidelijk wordt in de ondertitel: Wielerverhalen rond Radio Tour de France.

Romantische begintijd
Maar hun speurwerk levert veel interessants op. Verhalen over de romantische begintijd met knullige techniek, lastig rondreizen en nood­zakelijk improvisatietalent. Hoe soms in de vroege middag al meerdere opnames werden gemaakt om die later op de dag als een zogenaamde 'live' Tourflits uit te zenden. Het copieuze eten en drinken; de consequente ruzies tussen verslaggevers en de belangrijke rol van technici.

Dat de huidige, digitale uitzendingen altijd een seconde vertraagd zijn. Dat de NOS een nogal slordige werkgever is. En dat programmamedewerker zijn niet betekent dat je volslagen wielergek bent. Muzieksamensteller Herman van der Velden vond er zelfs niks aan.

De bekende herkenningstune kwam er overigens pas in 1983. En dé hit van huisband The Amazing Stroopwafels Ik Ga Naar Frankrijk heette eerst Ik Ga Naar Duitsland.

Kritische uitingen
Interessant zijn ook de kritische uitingen. ­Regisseur Ferry de Groot trof bij zijn komst midden jaren zeventig vooral veel vriendjespolitiek. Felix Meurders, een van de eerste commentatoren, neemt het de huidige redactie kwalijk dat er zonder reden wordt overgeschakeld. En de oude garde vindt de huidige redactie te serieus.

De sterkste delen van het boek zijn de uitgeschreven interviews. Op andere plekken stoort de stijl van Van Lunteren - hij voert zichzelf consequent op als 'de kersenplukker' en vraagt te weinig door. Daar blijkt dat zo'n instituut als Radio Tour de France een serieuzere aanpak verdient.

Onlangs kreeg Nederland weer een hoogleraar sportgeschiedenis: een teken dat ­deze wetenschap aan aanzien wint. De hoogste tijd dat er geld wordt vrijgemaakt om gedegen, goed geschreven boeken te maken over allerlei sportinstituties. Nederland kent inmiddels voldoende goede sportschrijvers.

Wieler­geouwehoer
Ondertussen verdient Van Lunteren wel degelijk veel lof voor zijn werk. Al was het maar ­omdat hij van oud-verslaggever Koos Postema te horen kreeg waarom radio minder wieler­geouwehoer oplevert dan televisie.

'Dat komt doordat Radio Tour de France nog eens kan zeggen: 'Nou, het is nu vervelend, we draaien een plaat.' En van Leo Driessen dat de pavlovreactie op de Tourtune het radioprogramma zo aantrekkelijk maakt: 'Er is altijd wat nieuws. Tenminste, dat is de verwachting.'

Tourflits, Hans Hogendoorn en Jairo van Lunteren. Uitgeverij Edicola, 252 blz, €20.

Gekantelde wielerperspectieven

'Ik fiets samen met Tom op een poëzietandem / ik laat hem her­leven in zinnen en woorden / die jarenlang in mij zijn blijven groeien,' schrijft de Belgische dichter Willie Verhegghe in zijn bundel Het geel, de renner en de dood.

Tom is natuurlijk Tom Simpson, de Engelse renner die op 13 juli 1967, binnenkort dus precies (!) vijftig jaar geleden, tijdens de dertiende etappe van de Tour stierf op de flanken van de Mont Ventoux als gevolg van een hartstilstand veroorzaakt door een combinatie van extreme hitte, uitdroging, alcohol en doping.

Lofzang
Een lofzang op deze mythische wielrenner in 28 gedichten is ­natuurlijk volledig op zijn plaats, maar tegelijkertijd lijkt dat behoorlijk voorspelbaar. Weer dat gedoe over hoe een gedrogeerde renner zich kapot rijdt op een historische berg. Hoe heroïsch dat is, met dat vele afzien, dat kun je nog zo mooi opschrijven, het blijft hetzelfde clichéverhaal.

Laat dat nu juist de insteek van Verhegghe zijn: om dat bekende clichéverhaal van de gedrogeerde renner die zijn dood tegemoet fietst, onderuit te halen. Of zoals de dichter de renner laat zeggen: Ik dacht dat ik helemaal vergeten was en / voor altijd in een Grieks drama zou figureren / op de sombere tonen van een koor dat over mij / hypocriete zinnen en leugens fluistert.

Dat hypocriete gefluister weerlegt Verhegghe met biografische gegevens: de mijnwerkersachtergrond, de van moederskant overgenomen sterke wil. Er zijn door de dichter persoonlijk opgetekende getuigenissen van zijn vrouw, dochters en vrienden over zijn altijd opgewekte humeur.

Bekentenis
Maar vooral de bekentenis van Michel Jacquemin, die snikhete julidag zijn knecht, snijdt hout: 'Ook ik had die dag dood kunnen zijn,' zei hij tegen Verhegghe om daarna te vertellen hoe hij hallucineerde op de Ventoux.

Het geheel van 28 gedichten overtuigt: Verhegghe beschrijft Simpson als een bijzondere wielrenner van vlees en bloed. Naast de fijne woorden - voorzien van prachtige foto's - kun je verder concluderen dat Verhegghe onbedoeld een nieuw genre heeft gecreëerd: historische onderzoeksjournalistiek verpakt in een gedicht. Zouden meer schrijvers moeten doen.

Volledig verslag
Een andere, maar vergelijkbaar gekantelde blik op het wielrennen staat aan de basis van Praat Maar Vol Jongens! Wim te Brake en Jeroen Duvillier hebben hierin het volledige verslag van de Belgische wielerverslaggevers Michel Wuyts en José De Cauwer van de Olympische wegrit in 2016 uitgeschreven.

Je denkt: dat is bedoeld voor ­televisie en verveelt al snel. Maar na lezing blijkt dit een misvatting. De twee Belgische commentatoren zijn goede kijkers, beeldende vertellers en op elkaar ingespeelde gesprekspartners. Hun verhalende dialoog blijkt inderdaad een boek waardig.

Stemverheffingen, gemompel en gefluister zorgen voor wisselende lettergroottes. Ook aarzelingen en versprekingen krijgen een plek in de ­interpunctie.

En zo bevestigen deze twee uitgaven een van de belangrijkste aantrekkingskrachten van de wielersport: zodra een renner op de fiets stapt, is niets wat het lijkt, behalve dan die ene zekerheid: zonder taal geen Tour.

Willie Verhegghe: Het geel, de renner en de dood. Uitgeverij De Muur, 77 blz, €19,95. ­Michel Wuyts & José De Cauwer: Praat Maar Vol, jongens! Uitgeverij Rake eenvoud, €20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden