2010 wordt een uitstekend fruitjaar

We hebben iets te vieren. De perziken komen er aan. Bomen voor particulieren en bomen voor fruittelers die ons eindelijk aan smakelijke sappige perziken gaan helpen in de zomer. Lang zeuren en klieren van uw verslaggever heeft geholpen.

Toen het hier over het zaaien van perzikpitten ging waar boompjes van komen die al na drie tot vier jaar de eerste vruchten geven, liep het storm met e-mails en brieven. En dringende verzoeken om een pit. Een ware vermenigvuldigingswoede ontstak.

Het tumultje is opgemerkt in de branche. De pit en het fruitboompje dat in Nederlands klimaat goed gedijd en de grote belangstelling van particulieren voor zo'n boompje, het gaf een fruitbomenteler te denken. En hij ging er wat aan doen. Bijna is het zover. De bomen komen en de perziken er aan smaken als van ouds geweldig. We hebben gewonnen van de winkel!

Meer nieuws. Een heel klein appeltje. In de zomer of het najaar van 2010 zijn er al wel wat meer van, maar niet genoeg voor iedereen. Voorspelling: er zal een run op komen. En wie nog dromen blijft van het appeltje van vroeger, het sterappeltje, die moet dit nieuwe kleine appeltje proeven: wat was dat behelpen toen, met dat sterappeltje. Daar was gewoon geen ene moer aan.

Ik schreef dat eerder en kreeg daarop een brief van een gepensioneerde fruitveredelaar in Zeeland. We mogen hem dankbaar zijn. Na jaren van de verschrikkelijke gele Golden Delicious introduceerde hij de sensatie van de jaren zeventig, de Jonagold. Op slag at je weer appels.

Hij veredelde fruit op veel eigenschappen, maar, schrijft hij, ook nadrukkelijk op smaak. Dat was het geraden! Hij deed onderzoek onder consumenten die zichzelf soms voor de gek kunnen houden. Hij sneed geschilde appels in vier parten. Nieuwe lekkere rassen en een sterappel. Op een schotel kregen proevers vier genummerde partjes voorgezet. Ze konden rapportcijfers geven.

Een valstrik. Appel 1 en appel 3 waren van een nieuw ras. Appel 2 was een partje sterappel, maar appel 4 ook en wel van precies dezelfde appel. Hij vertelde de proevers, kennelijk mensen met nostalgische verlangen naar oud fruit, dat partje 2 van de sterappel kwam. Zo konden ze de oersmaak vergelijken met nieuwe smaken. Uitslag: veel waardering voor de twee nieuwe rassen, maar grote winnaar werd partje 2, de sterappel. En de grote verliezer? Partje 4, van dezelfde ouderwetse sterappel. Veredelaar in ruste: 'Het sterappeltje is helemaal geen lekkere appel!'

Nee, dan de nieuwe die pas in 2010 een naam krijgt. Het kruisen van rassen is de Noordlimburgse bomentelers Karel (vader) en Han (zoon) Fleuren hun lust en leven en beroep. Ze komen soms voor verrassingen te staan. Zo groeide aan een nieuw boompje tegen de bedoelingen in een heel klein appeltje, rood, met een grijze waas over zijn huid. Een natuurlijk waslaagje. Poetste je dat er af over je trui, dan had je een werkelijk knallend rood appeltje.

Er zijn zogenoemde sierappels, poppenhuisformaat, maar niet te eten. Van dit rooie ding werd ook niets bijzonders verwacht. Tot het rijp was en de telers er een hap van namen. Ze vielen om. Zo lekker hadden ze nog maar zelden een appeltje ontmoet. Misschien moet u er nu vast een paar reserveren: www.fleuren.net. Of naar Baarlo fietsen later, daar groeien ze. (WOUTER KLOOTWIJK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden