Plus

100 jaar vrouwen in de raad: het was voor iedereen wennen

Honderd jaar geleden werd het algemeen kiesrecht ingevoerd. Amsterdam kreeg vijf vrouwen in de raad, in een tijd dat de wet een getrouwde vrouw nog als handelingsonbekwaam beschouwde. Het was wel even wennen.

Thiska Thiel-Wehrbein en Aletta Jacobs. Beeld Collectie IAV-Atria
Thiska Thiel-Wehrbein en Aletta Jacobs.Beeld Collectie IAV-Atria

Het was voor iedereen nog even wennen op de raadsvergadering van 2 september 1919. Burgemeester Jan Willem Tellegen bood bij de start van de vergadering meteen zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat alle stukken gericht waren aan de heren raadsleden, alsof de raad in zijn nieuwe samenstelling nog steeds alleen maar mannen telde en niet net vijf vrouwelijke volksvertegenwoordigers bij hun installatie de eed hadden afgelegd.

Tellegen sprak de verwachting uit dat het raadswerk aan kwaliteit zou winnen dankzij de uitbreiding. "Zonder twijfel zal de behandeling van tal van zaken vollediger kunnen plaatshebben dan tot dusver mogelijk was en zullen punten naar voren komen welke tot dusver menigmaal in het duister bleven."

En, zich richtend tot de vrouwen: "Moge het u voorts gegeven zijn, dien veredelenden invloed op deze vergadering uit te oefenen, waarvan de vrouw nu eenmaal het geheim bezit."

Zuigelingensterfte
Vooral die laatste opmerking had de burgemeester vandaag de dag vermoedelijk een regen van kritische tweets opgeleverd, maar honderd jaar geleden waren niet alleen de omgangsvormen anders, maar ook de verhouding tussen man en vrouw.

In elk geval voor de wet, die een getrouwde vrouw nog als handelingdsonbekwaam beschouwde. Ook de voorstanders van het algemeen kiesrecht hadden lang moeten wachten op de verwezenlijking van hun ideaal.

Dus er ging wel degelijk een glazen plafond aan gruzelementen toen de eerste vijf vrouwelijke raadsleden in Amsterdam in 1919 hun zetel aanvaardden.

We noemen de namen: Thiska Thiel-Wehrbein voor de Vrijzinnig-Democratische Bond, Carry Pothuis-Smit en Liede Tilanus voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, Nathalie Crielaers voor de Rooms-Katholieke Staatspartij en Hendrika van Zelm-Roodveldt namens de Communistische Partij Holland.

Die eerste vergadering kwamen de vrouwen niet aan het woord, maar enkele weken later veroorzaakten Pothuis-Smit en Tilanus opschudding met een voorstel om consultatie­bureaus op te richten voor moeders met zuigelingen.

Het college reageerde gepikeerd, omdat men werkte aan een vergelijkbaar plan en de indieners ervan verdacht de show te willen stelen. Het leidde tot een felle uitwisseling van partijpolitieke verwijten, die overigens geheel door de mannen werd afgewikkeld.

Het is verleidelijk de roep om consultatie­bureaus nu te zien als een bewijs van typisch vrouwelijke zorgzaamheid, maar de praktijk was honderd jaar geleden spijkerhard.

De indieners deden bij hun voorstel een overzicht van de zuigelingensterfte in de Amsterdamse buurten en die cijfers zijn huiveringwekkend. In arme buurten zoals de Jordaan en het Bickerseiland lag het percentage boven de 10 procent, twee keer zo veel als de score in de Concertgebouwbuurt.

In een analyse van de nieuwe Amsterdamse raad schreef de bekende activiste en feministe Wilhelmina Drucker in haar blad Evolutie dat de vijf vrouwen als nieuwkomers nog veel moesten leren en dat zij tijd nodig hadden om de politieke mores te doorgronden.

Carry Pothuis-Smit Beeld Collectie IAV-Atria
Carry Pothuis-SmitBeeld Collectie IAV-Atria

'In verscheidene zaken zullen zij zich hebben in te werken, zich hebben te verweren tegen een politiek, die uiterlijk omkleedt met duivenzachtheid, innerlijk heel wat van den havik heeft.'

Veertig jaar wachten
Wie buiten de boot viel bij de verkiezingen, was Aletta Jacobs. Dat was electorale stank voor dank, want de arts was in 1919 al tientallen jaren druk in de weer om het algemeen kiesrecht op de agenda te krijgen.

In 1883 had zij zich kandidaat gesteld voor de Amsterdamse raad. Toen zij niet op de kieslijst verscheen, maakte Jacobs formeel bezwaar met het argument dat zij als ongetrouwde, werkende vrouw en belasting­betaler aan alle voorwaarden van de kieswet voldeed.

In haar autobiografie beschrijft Jacobs bewonderenswaardig kalm hoe het stadsbestuur het bezwaar in de eerstvolgende vergadering in behandeling nam. 'Onder groote hilariteit werd de brief voorgelezen, zonder dat de raad in zijn geheel, noch een van de leden in 't bijzonder, de ernst en de betekenis schenen te begrijpen.'

Het parlement in Den Haag nam de bezwaren van Jacobs wel serieus, maar alleen om in reactie een wetswijziging door te voeren die vrouwen voortaan ondubbelzinnig uitsloot van het kiesrecht.

Het standbeeld dat Jacobs krijgt naast de Haagse Hofvijver is wat dat betreft een tamelijk late daad van eerbetoon en eerherstel. Ook in Amsterdam bleek de opmars van vrouwen in het bestuur een zaak van soms zeer lange adem.

De eerste vijf raadsleden maakten hun entree in 1919, maar het duurde tot 1978 tot de hoofdstad zijn eerste vrouwelijke wethouder kreeg in de persoon van Irene Vorrink. En daarna was het nog eens veertig lange jaren wachten op burgemeester Femke Halsema.

Met dank aan Juul Muller en Susanne Neugebauer van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en ­vrouwengeschiedenis.

Nathalie Crielaers. Beeld Collectie IAV-Atria
Nathalie Crielaers.Beeld Collectie IAV-Atria
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden