PlusAchtergrond

Zwart protest en wit ongemak: ‘Ik een racist? Hoezo?’

Beeld Getty Images

Ik een racist? Hoezo? Met het succes van de antiracismeprotesten maakt ook het verschijnsel ‘witte kwetsbaarheid’ opgang. ‘Er zijn mensen die al gekwetst zijn als je ze vraagt waar ze vandaan komen.’

Waarom zou hij geen racist mogen zijn? Niet dat hij er een is. Sterker nog: hij draagt de protesten tegen racisme een warm hart toe. Racisme is ­onaangenaam, kwetsend en onsmakelijk, maar in Nederland, als idee, niet verboden.

Aan het woord is emeritus hoogleraar Meindert Fennema, enfant terrible van de Nederlandse politicologie. “Zodra meningen strafbaar worden in plaats van gedragingen,” zegt hij, “is het einde nabij. Dan verandert Nederland in een ­totalitaire staat.”

Fennema is boos. Op zijn oude faculteit aan de Universiteit van Amsterdam gaat volgens hem een brief rond. En masse verklaren docenten zich ‘schuldig aan het in stand houden van een koloniaal en racistisch onderwijsprogramma’.

Er zouden, ‘geheel in de geest van George ­Orwell’, volgens hem ook ‘diversity managers’ rondlopen op de faculteit, die ‘erop toezien dat alle politieke diversiteit uit de universiteiten verdwijnt.’ Weg met ons.

Heeft Fennema wellicht last van ‘witte kwetsbaarheid’?

Geen idee, zegt hij aan de telefoon. Hij heeft nog nooit van de term gehoord. Toch doet die al een tijdje opgeld. Witte kwetsbaarheid staat voor het ongemak van witte mensen als ze worden geconfronteerd met de gedachte dat zij zelf ook een rol spelen bij het in stand houden van racistische mechanismen in de samenleving. Het leidt tot woede en onmacht. Ik een racist? Hoezo?

De term werd in 2011 bedacht door de Amerikaanse hoogleraar Robin DiAngelo. Het boek dat ze er in 2018 over schreef, domineert nu al weken de Amerikaanse bestsellerlijsten: White Fragility; Why It’s So Hard For White People To Talk About Racism.

Veel goedwillende witte mensen denken niet na over kleur en ras, schrijft ze. Zij wonen in hun witte bubbel en merken niet dat hun huidskleur voordelen oplevert. Als racisme ter sprake komt, krijgt de (gekleurde) persoon die het aan de orde stelt al snel de wind van voren: je bent zelf een racist.

Rita Verdonk wist twaalf jaar geleden al, toen ze met Trots op Nederland haar comeback als politicus vierde in de Passenger Terminal ­Amsterdam: “Ze stellen ons sinterklaasfeest ter discussie en willen overal slavernijmonumenten om ons slecht af te schilderen.”

Harde toon

Kortom: het valt niet mee om aan witte mensen uit te leggen hoe racisme werkt en wat het met mensen doet. “Ik heb geregeld het gevoel dat ik met tweejarigen spreek,” verzuchtte Sylvana ­Simons vorige week nog bij het racismedebat in kunstcentrum De Appel.

Uit een recente enquête van het actualiteitenprogramma EenVandaag blijkt dat weerzin ­tegen de antiracismedemonstraties van de afgelopen weken onder witte Nederlanders rap toeneemt. Al heeft een forse meerderheid begrip voor het doel van het protest, een derde van de (witte) ondervraagden gaf aan de toon te hard te vinden en zich onprettig te voelen bij de discussies achteraf. Ze voelen zich gedwongen een kant te kiezen.

Pijnlijk zelfonderzoek

Twee derde van de witte ondervraagden in het onderzoek vreest dat het protest tot meer verdeeldheid leidt. Ook interessant: de helft van de witte respondenten zegt nog nooit bedoeld of onbedoeld een racistische opmerking te hebben gemaakt tegen iemand met een andere huidskleur, zelfs niet als grapje. Van de zwarte respondenten zegt 17 procent nog nooit het slachtoffer te zijn geworden van een racistische grap of belediging.

Hij kan zich de onvrede wel voorstellen, zegt interim-directeur Vincent Verkoelen van het Meldpunt Discriminatie in Amsterdam. Een klein beetje dan. “Vooral de oudere generatie is een leven lang volgestopt met stereotypen en kreeg op school een eenzijdig beeld van onze ­geschiedenis voorgeschoteld.”

Je kunt er volgens hem de klok op gelijk zetten: gebeurt er iets in de stad, pak ’m beet een succesvolle demonstratie van Black Lives Matter op de Dam, dan komen ze bij het meldpunt binnen. Klachten van witte Nederlanders die zich ‘ook gediscrimineerd voelen’ en graag even kwijt willen dat ‘er ook niets meer mag in ons land’.

Op internet is de website withuiswerk.nl te vinden. Daarop schrijft Anne van der Ven, in het dagelijks leven creatief strateeg: ‘Om je effectief in te zetten voor de strijd tegen racisme is het ­belangrijk om te weten wie je bent, wat je zelf doet en kunt doen en waar je het over hebt. Antiracistisch zijn betekent openstaan voor kritiek, proactief plaatsmaken, pijnlijk zelfonderzoek en algehele systeemverandering.’

Wit huiswerk. Educate yourself. Op de site een eindeloze reeks boeken en artikelen met titels als Onderzoek de racist in jezelf, Hoe word ik een goede bondgenoot en Goede bedoelingen zijn niet genoeg.

Identiteitspolitiek

Fennema: “Ik kan er als hoogleraar moeilijk bezwaar tegen hebben dat mensen boeken lezen.” Daar gaat het hem ook niet om, wil hij maar zeggen. “Wel om de manier waarop het antiracismedebat wordt gevoerd. Er zijn mensen die al gekwetst zijn als je ze vraagt waar ze vandaan komen. Prima, maar het recht om niet gekwetst te worden bestaat niet en dat is maar goed ook.”

Om het boek Witte Schuld van publicist Elma Drayer aan te halen: ‘Identiteitspolitiek is een giffabriekje dat alleen maar méér identiteits­politiek produceert.’ Als witte mens moet je, ­aldus Drayer, ‘van activisten de last van een paar eeuwen kolonialisme op je schouders dragen’. Racisme als calvinistische erfzonde: ‘In het huidig racismedebat zie ik te veel wat me te weinig bevalt en ik zou niet weten waarom ik daar als witte vrouw beleefd over zou moeten zwijgen.’

Is er iets mis met de toon van het debat? Verkoelen: “Houd eens op met staren naar je eigen witte navel. Eind deze maand komen we met een overzicht van klachten over racisme in ­Amsterdam. Sinds eind 2019 zien we een stijging van meer dan 50 procent. Over de hele ­linie: op scholen, in winkels, op het werk, op straat. Als mensen er iets van zeggen, wordt het weggewuifd.”

Hij is van de dialoog, zegt hij. De uitgestoken hand. Altijd al geweest. “Maar racisme is niet nieuw. Er werd in de jaren zeventig al tegen ­geprotesteerd, maar er gebeurde niets. Het is tijd dat de oren eens even flink worden ­geopend.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden