PlusAchtergrond

Zo verliep het eerste verhoor van Taghi: ‘Morgen levenslang? Ok, so be it’

Ridouan Taghi. Beeld Sjoukje Bierma
Ridouan Taghi.Beeld Sjoukje Bierma

In zijn eerste verhoor in Nederland, een maand nadat hij in Dubai is gearresteerd, heeft Ridouan Taghi ‘niks te zeggen’ over de vele liquidaties en moordplannen waarvan hij wordt beschuldigd. Wel over zichzelf. Wie is Ridouan Taghi volgens Ridouan Taghi?

“Transparant? Het Openbaar Ministerie is niet zo transparant. Tegenwoordig gaat alles de doofpot in, toch?” De toon is gelijk gezet bij het eerste verhoor van Ridouan Taghi in Nederland, als een rechercheur hem voorhoudt wat die procedures zijn en dat ‘we zo transparant mogelijk zijn naar u toe’. Het transcript van het verhoor is in handen van Het Parool.

Het is januari 2020. Ruim een maand verblijft Taghi in de zwaarst beveiligde gevangenis van Nederland: de Extra Beveiligde Inrichting in Vught, de EBI. (“Onzin, is gewoon beeldvorming, dat hoort er bij, toch? Jullie moeten het zo groot mogelijk maken, toch?”) Daarnet is hij binnengebracht in een verhoorstudio die speciaal voor hem is gebouwd in het gevangeniscomplex. De enige die hij herkende in de met de modernste camera’s en microfoons uitgeruste verhoorruimte, is zijn advocaat Inez Weski. Het drankje dat de twee rechercheurs in de kamer hem hebben aangeboden, heeft hij afgeslagen. Vijf collega’s kijken mee vanuit een regieruimte.

De kleinste rechercheur heeft zich voorgesteld als Ron. De lange als Ronald.

Omdat verhoren in de regel beter verlopen wanneer de ondervraagde op zijn gemak is, heeft het verhoorkoppel geprobeerd de situatie ‘een beetje te normaliseren’. Daartoe zijn de geldende regels binnen de EBI enigszins verbogen. Zo wordt Taghi niet achter glas verhoord en mag zijn advocaat het verhoor in dezelfde ruimte bijwonen. Verder is Taghi naar de verhoorstudio gebracht zonder de gebruikelijke handboeien. Dit eerste verhoor is wat rechercheurs een ‘sociaal verhoor’ noemen, om de verdachte ­beter te leren kennen en enigszins op zijn ­gemak te stellen.

“Hoe zou u het liefste aangesproken willen worden?” wil Ronald weten.

“U mag mij noemen wat u wil,” antwoordt ­Taghi.

“Maar waar heeft u behoefte aan?”

“Ik heb nergens behoefte aan.”

Het wordt ‘u’.

Anderhalf jaar lang was hij de meest gezochte man van Nederland. ‘De Kleine’, zoals hij ook wel wordt genoemd, leidde volgens het Openbaar Ministerie een extreem gewelddadige criminele organisatie. Persoonlijk is hij aangeklaagd als opdrachtgever van ten minste zes moorden.

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Leugens en geruchten

‘Haha, ben top,’ schreef hij volgens justitie na een liquidatie in 2016. ‘Ik heb myn nikes aan en ben aan het jagen. Hahaha ben al dronken broertje en heb bloed nodig, niks anders.’

Het is één bericht in een ijzingwekkende reeks waarin vaak achteloos wordt gesproken over moord op bestelling. De gebruiker van de ­versleutelde Blackberry’s die justitie aan Taghi toedicht, is de nietsontziende aanjager van het geweld. Taghi ontkent via zijn advocaten met klem die bloeddorstige gebruiker te zijn.

De eigenaar van die smartphones opperde de vooraanstaande officier van justitie Koos Plooij te laten ‘slapen’. Nadat een van zijn vazallen was overgestapt naar justitie, en kroongetuige werd, gaf Taghi volgens justitie opdracht tot de moord op diens onschuldige broer. Een gebeurtenis die in de Nederlandse geschiedenis geen precedent had. Na heel veel meer geweld volgde de moord op de Amsterdamse advocaat van de kroongetuige, Derk Wiersum, die het land schokte.

Taghi’s naam en foto’s kwamen op de Nationale Opsporingslijst.

Er werd rekening mee gehouden dat hij in Zuid-Amerika zat. Marokko werd als mogelijke verblijfplaats genoemd. Het hardnekkigste ­verhaal was dat Taghi zich in Dubai schuilhield. Daar werd hij uiteindelijk in december 2019 door een arrestatieteam van de Dubai Police aangehouden in een appartement.

Hij werd door de lokale autoriteiten zeer hardhandig ondervraagd, tot een zwaarbeveiligde Nederlandse delegatie hem met een gecharterd vliegtuig afhaalde. Van vliegveld Eindhoven werd hij per politiehelikopter naar de EBI gevlogen.

Nu, op zondag 26 januari 2020 om kwart voor elf ’s ochtends, wordt hij voor de eerste keer verhoord door de Nederlandse politie.

Over de verdenkingen uit hij alleen zijn ergernis. “Alstublieft, kijk, laten we gewoon effe ­duidelijk zijn. Waarheidsvinding bestaat niet in mijn zaak. Alles is gebaseerd op leugens en ­geruchten (..) Alles wat in Nederland gebeurt, heb ik gedaan waarschijnlijk. Dus nu ik vastzit, is lekker alle criminaliteit opgelost, gebeurt niks meer buiten?”

Over de media is hij ook niet te spreken. “Je hebt trial by media en in mijn geval judged by media. (..) Ik word iedere dag afgebrand op iedere krant op iedere televisieprogramma et cetera.”

Geen goede moslim

In de uren die volgen, zal Taghi bevestigen dat hij voor het eerst in de gevangenis zit. Dat hij er geminderd is met roken. Hij houdt niet van rijst en vindt de maaltijden in de EBI niet lekker (‘zelfs mijn kat krijgt beter eten’). Hij houdt het bij brood met kaas, halal salami of kip.

Hij legt uit waarom hij, als hij mensen begroet, zijn hand op zijn hart legt ‘als teken van respect’. “De mensheid is in principe goed hoor,” zal hij zeggen. “Ja, en hoe ze vervolgens zichzelf ontwikkelen, is hun pakkie-an.”

Hij zal bekennen niet te bidden. “Misschien in de toekomst dat ik een goed moslim word en dat ik vijf keer per dag ga bidden. Wie weet.”

Hij zal benadrukken dat hij harddrugs altijd heeft gemeden. “Het enigste wat ik in mijn leven heb gebruikt, is een jointje. En op gelegenheden heb ik weleens een wijntje gedronken. Witte wijn, rode wijn. Ik ben geen goede moslim als het om drank gaat. Vroeger als we uitgingen, dronk ik weleens wat. Voor de rest heb ik geen verslaving. Dan drink ik soms een avond en dan drink ik soms zes maanden niet. Dus dat ik een doorgedraaide drugsgebruiker ben, helaas moet ik u teleurstellen. Ik heb nog nooit van mijn leven drugs gebruikt.”

Hij zal meedelen dat familiezaken wat hem betreft privé zijn. Het enige wat hij over zijn jeugd zal vertellen, is hoe hij als tweejarige, op zijn ­verjaardag, met zijn familie naar Nieuwegein verhuisde, waar toen misschien maar vijf andere Marokkaanse gezinnen woonden.

Doordat hij voornamelijk tussen Nederlanders is opgegroeid, spreekt hij Algemeen ­Beschaafd Nederlands, zo zegt hij zelf. Als jongetje op de lagere school heeft hij geleerd over de beladen ­geschiedenis van Kamp Vught, nu pal naast de EBI.

Dat er honderdduizend euro was uitgeloofd voor de tip die zou leiden tot zijn aanhouding, zal hij bestempelen als ‘calvinistisch’ en ‘gierig’.

Verder zal hij vertellen dat hij alleen de samenvattingen van voetbalwedstrijden kijkt. “Ik ga niet negentig minuten lopen kijken naar hoe de bal heen en weer gaat.” Als hem de gewetensvraag wordt gesteld voor wie hij zou juichen als Marokko tegen Nederland zou spelen in de finale van een WK, zegt hij: “Voor allebei. Als Nederland wint is het top. Als Marokko wint is top.” Hij toont zich pragmatisch. “Als Nederland alleen speelt, dan ben ik voor Nederland, maar Marokko sowieso is een slecht team toch?”

Hij heeft zijn dossier op een laptop en usb-stick in zijn cel.

Voordat dat allemaal aan de orde komt, moeten eerst zijn persoonsgegevens worden doorgenomen. Dat is nu eenmaal de procedure. ­“Iedereen weet natuurlijk dat uw achternaam Taghi is,” zegt een van de rechercheurs. Taghi mompelt iets onverstaanbaars. Nadat hij zijn geboortedatum heeft genoemd (‘twintig, twaalf, zevenenzeventig’) en heeft gezegd dat hij in Marokko is geboren, willen de rechercheurs weten in welke plaats. Iedereen heeft het altijd fout gehad. “In de kranten staat dat ik in Beni Selman ben geboren, maar ik ben daar niet geboren. Ik ben in Tetouan geboren, maar daar aangegeven.”

Al snel verloopt de conversatie stroef. Een van de verhoorders meent dat Taghi ‘helaas wel’ heeft gezegd op de opmerking dat iedereen zijn achternaam weet. “Ik heb geen ‘helaas’ gezegd. (..) Hoort u mij helaas zeggen?” De rechercheur meent het toch echt gehoord te hebben. “Mijn collega zei dat uw naam al bekend is, toen zei u van: helaas wel.”

Taghi, stekelig: “Dat heb ik niet gezegd, dat zegt u. Kunt u terugspoelen.” De rechercheur lacht en zegt dat ze dat inderdaad ook zullen doen. Dat haalt de kou niet uit de lucht. “Spoel maar terug,” zegt Taghi “Ik heb geen helaas ­gezegd. Dus leg me geen woorden in de mond.”

Later komt Taghi geërgerd terug op het vragen naar zijn naam. “Mijn naam, die staat elke dag in alle kranten in alle media in alle tv-shows en dan vraagt u mijn naam…”

Vrieskist

De rechercheurs vinden het bijzonder dat Taghi zo lang uit handen van de opsporingsinstanties heeft weten te blijven. Hij niet. “Ik heb me nooit verstopt. Ik zat gewoon rustig te wachten op ­jullie. Het duurde een beetje lang.”

Wat is volgens Taghi dan de reden dat het zo lang heeft geduurd? “Nou, waarschijnlijk doordat jullie nog niet je broek naar beneden hadden gedaan voor die Arabieren daar. Nadat jullie je broek naar beneden hebben gedaan en deals hebben gesloten, ja, zo zal het zijn gegaan.”

“Dus u zou zeggen, u bent al veel eerder in beeld geweest?” vraagt een van de verhoorders. “Al lang. Alleen u moest uw broek naar beneden trekken.”

Over zijn aanhouding in Dubai vertelt Taghi dat hij in een pyjamabroek, een T-shirt en slippers is opgepakt. “Enigste wat ik u kan zeggen is dat er Marokkaanse agenten bij waren en Dubai-agenten. Ik spreek hun taal niet, ik spreek ­Marokkaans. Ze vroegen me: ‘Praat je Arabisch? Praat je Arabisch?’ Toen begon die Marokkaans te praten.”

“Hij zegt, hou je bek. Toen trok hij z’n pistool en zette die op mijn hoofd. Kijk, hun zullen het gaan ontkennen, ik weet wat daar is gebeurd. Ik weet hoe het eraan toe is gegaan. Ik heb in een vrieskist op vriespunt moeten zitten om verhoord te worden. Zonder te slapen. Er werden pilletjes in mijn drank gedaan. Mijn neus dicht gedaan, de gekste dingen.”

Volgens Taghi waren zijn verhoorders met ­name geïnteresseerd ‘in de een of andere Iran-connectie’ terwijl hij ‘drie dagen lang, 24 uur per dag wakker werd gehouden’. Dit kwam volgens hem door ‘een mooi propagandaverhaal van het Openbaar Ministerie’ en publicaties in De Telegraaf waarin gesteld was dat Taghi zich ‘hoogstwaarschijnlijk’ schuil zou houden op het Iraanse eiland Kish.

Iets wat Taghi pertinent ontkent. “Moet ik naar een of ander eiland waar ik nog nooit van heb gehoord, om te gaan feesten? In Dubai heb je de grootste, beste tenten ter wereld en je kan feesten als een beest.”

Iran en Dubai hebben, zacht gezegd, een ingewikkelde relatie, en de aanname dat Iran Taghi mogelijk heeft geholpen zich schuil te houden, ligt in Dubai gevoelig. In Dubai rees de gedachte dat Taghi daar ‘mogelijk iets moest doen’ (zoals een aanslag plegen). Hij denkt dat hij daarom in Dubai in elkaar is geslagen na zijn arrestatie, ‘gemarteld’ zoals zijn advocaat Inez Weski eerder heeft gesteld.

Taghi gelooft niet dat hij een eerlijke kans krijgt in de megazaak Marengo die justitie tegen hem heeft gebouwd. “Een eerlijk proces zit er voor mij absoluut niet in. Althans hier in Nederland zit dat er niet in.”

Daarom heeft hij tijdens de verhoren in Dubai al aangegeven aan Marokko uitgeleverd te willen worden, waar ook twee broers in de gevangenis zitten. “Toen hebben ze mij gezegd: ‘Als je met ons meewerkt, mag je kiezen waar je naartoe wil.’ Toen zei ik: ‘Met wat moet ik jullie helpen? Ik weet niks.’ Nou, toen begonnen ze weer over dat Irangedoe de hele tijd. Wist ik niks van.”

Waarom wilde Taghi eigenlijk naar Marokko? “Omdat ik in Marokko in ieder geval geen media­circus ga krijgen, et cetera. Ik word daar gewoon veroordeeld. Ik krijg daar levenslang of de doodstraf of wat ze je ook geven en punt klaar.”

Terwijl hij met een vuilniszak over zijn hoofd zat, zouden de verhoorders in Dubai hem een formulier hebben laten tekenen waarin stond dat hij naar Nederland wilde. Taghi vertelt hoe er naderhand een foto van hem gemaakt werd (nadat hij zwaar zou zijn mishandeld). “Ik was zo gehavend, ik kon m’n ogen niet opendoen, was te dik. Toen hebben ze mijn gezicht weggehaald en hebben ze een paspoortfoto gepakt. Hebben ze dus een foto gemaakt van mijn ­paspoortfoto.”

Schijnproces

Hij meent te weten dat dit de reden is dat het verhoor van vandaag ruim een maand op zich heeft laten wachten. “Komt waarschijnlijk omdat ik twee blauwe ogen had en een opgezwollen neus et cetera. Misschien dat jullie me niet wouden zien op die manier en dat ik niet op de camera kom met twee blauwe ogen. Dus daarom hebben jullie netjes gewacht tot mijn gezicht weer is hersteld, dat is te begrijpen.”

“Wij weten dat u twee blauwe ogen had en de neus aardig in mekaar zat,” zegt een van de verhoorders. Volgens hem is het verhoor niet om die reden uitgesteld. In de EBI moest deze speciale verhoorruimte worden gebouwd, en het dossier moest eerst worden aangevuld.

Taghi schuift heen en weer. Heeft hij lichamelijk ongemak? “Mijn stuitje, die is behoorlijk toegetakeld ja.” Hij kan niet lang zitten. Wat zijn precies de klachten? “Nou, als u gaat liggen, kan ik u voordoen wat ze bij me hebben gedaan.”

Over hoe zijn stuitje precies beschadigd is geraakt, wil Taghi niet uitweiden. “Ja, wat moet ik erover zeggen, wat ze daar gedaan hebben is niet prettig, laat ik het zo zeggen. (..) Anders zou ik nog gewoon recht kunnen lopen.”

De verhoorders horen het aan en vragen naar Taghi’s huidige toestand. “Jullie hebben je ­orakel gevonden toch? De kroongetuige is toch jullie orakel? De NSB die jullie zelf in mekaar hebben gefratst en in mekaar hebben gezet. Geknipt en geprutst, dat is jullie pakkie-an. Ik ken die man niet, ik heb niks met die man te maken.”

Een rechercheur: “Wat vindt u ervan dat ­inderdaad al wordt gezegd: mits bewezen gaan we voor levenslang?”

“U kunt beter het geld van deze schijnproces besteden aan lerarentekort, aan zorg, aan politietekort, dan aan mij. Als de rechter mij gewoon morgen levenslang geeft: ok, so be it. Next case.”

Om drie uur ’s middags is het verhoor ten einde. Taghi heeft meermaals aangegeven dat hij niet gaat praten over al die zaken waar hij ­volgens justitie bij betrokken is. “Als u over ­koetjes en kalfjes, over religie, of wat dan ook, over geschiedenis wil gaan praten of over kamp Vught, so be it, maar voor de rest… Ik heb helemaal niks te zeggen.”

Daar houdt hij zich aan. In de verhoren die volgen, poneert hij hier en daar wat frivoliteiten over voetbalspelers. Verder doet hij er het zwijgen toe. Áls hij op enig moment inhoudelijk wat zou willen zeggen, doet hij dat wel bij de onderzoeksrechter. “Het liefst had ik een cassettebandje waarin ik kon spreken van ‘zwijgrecht’, en dan kan ik dat de hele tijd afspelen.” Wat hij de politie vertelt, ‘wordt al uitgelekt voordat het in een dossier terechtkomt’ en al ‘stiekem gebeld naar een mediasensatiefreak’.

Omwille van de leesbaarheid is hier en daar geschoven in de volgorde van het verhoor.

Het proces Marengo

Ridouan Taghi is nooit bij inleidende zittingen in zijn proces aanwezig ­geweest. De Amsterdamse rechtbank heeft aangegeven dat hij op maandag 15 februari in de rechtszaal wordt verwacht.

Die dag start de inhoudelijke behandeling van het Marengoproces, zoals de zaak officieel heet. De strafzaak staat nu al bekend als de grootste uit de Nederlandse rechtsgeschiedenis.

Ridouan Taghi en 16 medeverdachten worden onder meer verdacht van betrokkenheid bij een reeks liquidaties. Taghi is het onbetwiste middelpunt in de zaak. Een andere hoofdrol wordt vervuld door Nabil B. Hij behoorde een tijd lang tot de groep-Taghi. Nadat hij in 2017 betrokken was geraakt bij een moord waarbij de verkeerde werd doodgeschoten, stapte hij over naar justitie. Als kroongetuige legde hij een lange reeks belastende verklaringen af. Desondanks geldt hij nog steeds als verdachte in de zaak.

Een andere belangrijke rol is weggelegd voor Saïd Razzouki. Volgens ­justitie was hij een spil in de criminele organisatie van Taghi. Razzouki werd in december 2019 opgepakt in ­Colombia. Daar wacht hij momenteel nog op zijn uitlevering naar Nederland.

Tot eind juni heeft de rechtbank 18 procesdagen ingepland. Dan ligt de zaak een tijd stil om in december ­inhoudelijk hervat te worden. De rechtbank verwacht tot en met juni 2022 bezig te zijn met het proces.

De Taghi Podcast:

In een 8-delige podcastserie over Taghi praat Paul Vugts je bij over Taghi’s onwaarschijnlijke bloeddorst, zijn jeugd, de liquidaties waar hij van verdacht wordt en zijn invloed op de rechtsstaat. Luisteren kan ook via iTunes en Spotify.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden