Datacentra van Equinix in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Om ruimte te besparen is in de uitbreiding van de centrale in een toren ondergebracht.

PlusAchtergrond

Zijn datacenters de nieuwe zondebok?

Datacentra van Equinix in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Om ruimte te besparen is in de uitbreiding van de centrale in een toren ondergebracht.Beeld Desiré van den Berg

Ruimteslurpers, energievreters en werkgelegenheidkillers: datacenters lijken de nieuwe zondebok. Het verzet tegen de anonieme datapakhuizen is groot maar intussen internetten we ons suf.

Herman Stil

Onze huizen worden digitaal steeds slimmer, we webwinkelen als een malle, overleggen professioneel via online vergaderdiensten, lezen onze mail in de cloud en werken vanuit huis alsof we bij de baas op schoot zitten – onze datahonger kent geen grenzen. En dan is er nog het enorme Netflixaanbod en de oneindige stroom berichtjes en foto’s via sociale media.

De hoeveelheid data die door het Amsterdamse internetknooppunt AMS-IX stroomt, is vorig jaar 21 procent gegroeid. In 2020, het eerste coronajaar, bedroeg de groei zelfs 35 procent, een gevolg van al het thuiswerken. Volgens de beheerders van de drukste ‘datarotonde’ ter wereld zal onze datahonger elke vijf jaar verdubbelen.

En met het dataverkeer dat het Amsterdamse internetknooppunt passeert groeien ook de datacenters die soms letterlijk bovenop de Amsterdamse dataknoop staan. Amsterdam en omgeving is dé datahoofdstad van Europa, nog vóór Londen, Parijs en Frankfurt.

Niet iedereen is blij met het groeiende aantal datacenters. Voor de opslag en verwerking van al het dataverkeer is veel stroom, koelwater en ruimte nodig in een tijd dat het elektriciteitsnetwerk op barsten staat, grondwater schaars is en – onder meer vanwege de woningcrisis – de ruimte beperkt is. Daarnaast produceren datacenters veel warmte.

Volksopstand

Terwijl burger, overheid en bedrijfsleven steeds meer data verstouwen, groeit het verzet van politiek en samenleving tégen de datapakhuizen. In de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer ligt de komst van nieuwe datacentrales en de uitbreiding van bestaande vestigingen sinds twee jaar aan banden. Amsterdam haalde onlangs de teugels verder aan met het dreigement niet-zuinige bedrijven te gaan beboeten (zie kader).

In Zeewolde leidde de voorgenomen komst van een megadatacentrum van het Amerikaanse Meta voor de opslag van gegevens van onder meer Facebook en Whatsapp, tot een volksopstand waarbij de Amerikanen met pek en veren over de gemeentegrenzen zijn gejaagd. Vorig jaar leidde de voorgenomen komst van een tweede datacentrum van Microsoft in Middenmeer tot vergelijkbare taferelen. Het nieuwe kabinet heeft inmiddels een bouwstop afgekondigd voor nieuwe datacenters.

Het lijkt een klassiek voorbeeld van ‘wel de lusten, maar niet de lasten’. Want welke internetter beseft dat voor die gratis 15 gigabyte waarmee Google miljoenen gebruikers in staat stelt mail, foto's en documenten te bewaren een plek moet bestaan waar al die gegevens worden opgeslagen? Staat iemand van de 12,4 miljoen Nederlandse Whatsappers of 3,9 miljoen gebruikers van Pinterest stil bij de hoeveelheid stroom die hun lollige foto's en filmpjes verbruiken?

En is er onder de 9,4 miljoen actieve YouTubegebruikers of circa vier miljoen Netflixkijkers iemand die zich realiseert dat als je een filmpje in een lagere resolutie dan 4K bekijkt er minder CO2 wordt uitgestoten? In 2019 verbruikten datacenters in de regio Amsterdam 605 MWh, wat neerkomt op het stroomverbruik van een stad met 200.000 huishoudens.

Disconnectie

“Wij hebben geen inzicht in de fysieke impact van ons digitale leven,” zegt Daan Terpstra van de Sustainable Digital Infrastructure Alliance (SDIA) – de organisatie die eerder als Green IT Amsterdam ijvert voor vergroening van ons digitale leven. “Activiteiten van datacenters zijn niet zichtbaar voor de gebruiker. Die disconnectie ligt ten grondslag aan de spanning in politiek en samenleving jegens datacenters.”

Terpstra vindt dat de databranche daarbij de hand best in eigen boezem mag steken. “De eigenaren van de datacenters rapporteren graag hoe efficiënt de centers zijn terwijl dat niets zegt over de impact op milieu en samenleving.”

Uit angst dat de concurrentie meekijkt, blijven gegevens over stroomverbruik, koelwaterconsumptie of CO2-belasting verborgen. “Consumenten, bedrijven en overheden kunnen daardoor geen goed geïnformeerde beslissing nemen over de klimaatimpact van de digitale diensten die ze inkopen of gebruiken.”

“Een individu of een organisatie kan niet nagaan wat het verschil in milieubelasting is tussen diensten van Microsoft, Google of Amazon. Je kunt als consument niet zien wat de gevolgen zijn van het bekijken van een poezenfilmpje op YouTube of hoeveel meer energie het kost om Netflix in 4K te bekijken in plaats van in HD-kwaliteit.”

Milieuimpact is dan nog maar één ding. “Hoe zit het met gebruik van grond voor datacenters, die misschien ten koste gaat van landbouwgrond of een plek om woningen te bouwen? Hoe zit het met edelmetalen in de gebruikte computerapparatuur die misschien onder bedenkelijke omstandigheden zijn gewonnen. Wat gebeurt er met de afvalwarmte? Hoe is de benodigde stroom opgewekt?”

Voetafdruk van de databranche

Terwijl inzichten in dit soort zaken goeddeels ontbreken, wordt door overheden wel allerlei beleid op datacenters afgevuurd en hanteren actiegroepen argumenten die niet of bijna niet te verifiëren zijn. “Overheden hebben nauwelijks inzichten in de voetafdruk van de databranche. Zonder dat inzicht krijg je discussies zoals in Amsterdam en Zeewolde, op basis van emoties en aannames.”

De IT-wereld ziet het intussen met lede ogen aan. “Er wordt een enorme hetze opgezet dat wij de schuld zijn van alles,” zegt Stijn Grove van branchevereniging Dutch Datacenter Association (DDA). “We moeten van de overheid meer thuiswerken, Amsterdam wil een smart city zijn met allerlei data en digitale toepassingen. Van de werkende Amsterdammers verdient 20 procent zijn brood in de IT. Maar we willen de datacenters die daarbij horen niet.”

Daarbij wordt volgens hem nogal gemakzuchtig voorbijgegaan aan de inspanningen van de branche. “Cijfers van stroomnetbeheerders als Liander laten zien dat de groei van het energieverbruik door datacenters in het niet valt bij de toename van het dataverkeer.” Desondanks is het stroomtekort dat in delen van Amsterdam en Haarlemmermeer dreigt, mede gebaseerd op de stroomhonger van datacentra.

Veel datacenters hebben enorme stappen gemaakt in energiebesparing, hergebruik van afvalwarmte en ruimtebeslag.” Zo gaan in de Amsterdamse Watergraafsmeer en Riekerpolder datacenters al de hoogte in, verwarmt een centrale van Interxion gebouwen van de Universiteit van Amsterdam – en straks 1400 nieuwbouwwoningen in Bullewijk – en die van NorthC het Aalsmeerse zwembad De Waterlelie.

Het merendeel van de datacenters is overgestapt op groene stroom. “Met de huidige torenhoge energieprijzen gaan we besparingen echt niet tegenwerken,” zegt Grove. “Integendeel. Verdere besparing is cruciaal. Voor het milieu, maar ook voor onze financiën en die van de klanten.”

Adyen en Booking

De groeiende lobby tégen datacenters kan de Nederlandse ambitie om economisch aan te haken bij digitale wereldgrootmachten en de positie van Amsterdam als vooraanstaande techstad op het spel zetten.

Duizenden techbedrijven, waaronder grootmachten als Adyen, Just Eat Takeaway of Booking, en hun werknemers zijn afhankelijk van dat datawalhalla. Internationale grootmachten als Uber, Netflix en Booking hebben vooral vanwege die digitale infrastructuur voor Amsterdam gekozen.

“Met autarkisch zeggen: ‘eigen data eerst’ gaan we voorbij aan de positie van Nederland die we hebben op het gebied van transport en opslag van data,” zegt Terpstra. Connectiviteit is de sleutel; daarom zit men in en om Amsterdam. Ondanks een hoge grondprijs. Maar dat heeft een bepaalde houdbaarheid. Als het hier te moeilijk wordt voor nieuwe datacenters, dan zijn er alternatieve knooppunten in Europa.”

Zo worden datacenters al naar de Deense westkust gelokt omdat daar windenergie overvloedig aanwezig is en er ook belangrijke onderzeese internetkabels aanlanden. Tegelijkertijd lokt Noorwegen de bedrijven met goedkope waterkrachtstroom en Frankrijk met kernenergie.

Nieuwe datahubs elders kunnen de digitale bedrijvigheid waar ons land zich zo op laat voorstaan meezuigen. En er voor zorgen dat we langer moeten wachten voor ons YouTubefimpje of Netflixserie gaat spelen.

Hoewel de revoltes in Zeewolde en Middenmeer dan weinig goeds beloven zijn juist Zeewolde en de Kop van Noord-Holland door de betrokken provincies en gemeenten aangewezen om vanaf 2030 de nieuwe datacenterhotspot te worden. De verwachting is dat de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer tegen die tijd definitief geen ruimte meer hebben voor nieuwe datacenters of uitbreiding van bestaande vestigingen.

Amsterdam en de datacenters: welles-nietes

In Amsterdam is de relatie tussen datacenters en gemeente inmiddels afgegleden tot welles-nietesniveau. Stroombesparing is het twistpunt.

Volgens de gemeente moeten datacenters alle apparatuur onder hun dak in spaarstand zetten, zodat 10 tot 15 procent’ stroom wordt bespaard. Maar volgens wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid, Ruimtelijke Ordening) gooit de branche ‘na jaren praten’ de kont tegen de krib en wil men niet verder gaan dan een ‘inspanningsverplichting’. Van Doorninck dreigt de datacenterbranche nu met inspecties en dwangsommen.

Het is, vindt de datacenterwereld, alsof Amsterdam woningcorporaties beboet omdat hun huurders de kachel niet lager zetten. “Het gaat om apparatuur die in bezit en beheer is van onze klanten – gemeentes, ziekenhuizen en bedrijven,” zegt Stijn Grove van branchevereniging Dutch Datacenter Association (DDA). “Daar kunnen we niet bij en daar mogen we niet bij.”

De meeste datacenters verhuren hun ruimte aan gebruikers (colocatie in het jargon). Alleen megacentra van bijvoorbeeld Google, Amazon of Microsoft beheren de apparatuur zelf. “De gemeente lijkt niet te begrijpen dat daar verschillen in zijn,” zegt Grove. “In plaats daarvan gaat Amsterdam stoer optreden met symboolpolitiek. Dat helpt de verdere verduurzaming niet.”

De meeste serverapparatuur is volgens hem allang in de vereiste ‘balanced mode’ gezet. Eind maart spraken DDA en NL Digitaal, dat de IT-branche vertegenwoordigd, met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van het ministerie van Econosische Zaken af dat zijn hun klanten dwingend gaan wijzen op besparingseisen en hen daartoe ook een verklaring laten ondertekenen.

Inspanningsverplichting

Volgens de gemeente speelt het eigendom geen rol. “Vergelijk het met zo’n opslagloods van Shurgard,” zegt een woordvoerder van de wethouder. “Die ziet ook niet wat er achter de deur staat, maar is er wel verantwoordelijk voor dat alles goed is geregeld.”

“Sinds 2019 is een aantal databedrijven verplicht energiebesparingsmaatregelen te nemen. Sindsdien zijn we in gesprek om komen tot een soepele invoering.. De datacenters willen niet gaan dan een inspanningsverplichting. Dat is Amsterdam onvoldoende. Nu zal worden gehandhaafd. Dat kan leiden tot juridische conflicten.”

Het is niet de eerste keer dat gemeente en databedrijven elkaar in de haren vliegen. Zonder enige waarschuwing – of aanleiding, aldus DDA – kondigde Amsterdam half 2019 een bouwstop voor nieuwe datacenters af om nieuw beleid te formuleren over de ruimtehonger van de datasector die ten koste gaat van andere bedrijvigheid of woningbouw en hun energieconsumptie, die de capaciteit van het stroomnet te boven gaat.

Waar een halfjaar oponthoud werd beloofd, duurden gemeentelijke deliberaties meer dan een jaar. En nu liggen verdere groei van bestaande datacentrales en nieuwe vestigingen aan banden. Intussen dendert de groei van het dataverkeer onstuitbaar door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden