Plus Geschiedenis

Zigeunerrazzia van 1944: ontsnapt dankzij agent

Half mei 1944 werden in Amsterdam 22 Sinti en Roma opgepakt om op de trein naar Westerbork en daarna Auschwitz te worden gezet. Agent Jaap Knol kreeg ze met een list weer vrij.

Settela Steinbach op 19 mei 1944 in de trein die haar van Westerbork naar Auschwitz bracht, waar ze werd vermoord. Leden van de familie Steinbach die in Amsterdam waren, overleefden de razzia van mei dat jaar wel.

Hoofdwachtmeester Roos bracht op woensdagavond 16 mei 1944 om 21.40 uur ‘5 zogenaamde sigeuners’ naar politiebureau Houtmarkt op het Jonas Daniël Meijerplein: muzikant Antonius Steinbach en zijn vrouw Rosina Weiss, zoon Hendrik Steinbach en schoondochter Carmen Berger en de negen maanden oude kleindochter Sophia. Roos had de familie meegevoerd van hun woning, Dijkstraat 19-huis. 

In totaal werden er in Amsterdam tijdens de door de Duitse bezetter verordonneerde zigeunerrazzia 22 Sinti en Roma opgepakt. Voornamelijk leden van de families Steinbach en Rosenberg. Van bureau Houtmarkt werden ze overgebracht naar het hoofdbureau aan de Marnixstraat. Daar gebeurde iets geheel onverwachts.

‘Asociaal, agressief’

Leden van de families Steinbach en Rosenberg waren vanaf de tweede helft van de 19de eeuw vanuit Zuid-Duitsland in Amsterdam neergestreken. Hier verdienden zij hun brood met ambulante handel en het maken van muziek. Woonden ze eerst nog in wagens aan de stadsrand, al snel vestigden zij zich in de binnenstad. In de horecagelegenheden rondom het Rembrandtplein was zigeunermuziek populair. 

Tot diep in de oorlogsjaren bleven ze optreden, ook de nieuwe machthebbers waren erg gecharmeerd van zigeunermuziek. Maar de rassenleer van nazi-Duitsland trof uiteindelijk ook de Sinti en Roma, die een genetische aanleg zouden hebben voor asociaal, agressief en crimineel gedrag. Nog voor de Duitse inval had de Nederlandse wetgever overigens al een rondtrek­verbod verordend en wonen op aangewezen woonwagenkampen verplicht gesteld.

Op zondag 14 mei 1944 begonnen overal in Nederland de telexen van de politiehoofdbureaus te ratelen met het bericht – onder embargo – dat er twee dagen later een grote razzia moest plaatsvinden om iedereen op te pakken met ‘de kenmerken der zigeuners’. Die kenmerken werden nogal vaag gehouden als ‘uiterlijk, zeden of gewoonten’, de ‘geaardheid’ om rond te trekken en ‘in den regel van buitenlandsche afkomst’. Zij dienden naar Westerbork gebracht te worden in afwachting van verdere deportatie.

Nederlandse politieagenten pakten op 16 en 17 mei in achttien gemeenten 550 ‘zigeuners’ op. Sommige gemeentes reageerden niet op het verzoek of lieten weten dat er geen mensen met die kenmerken woonden. Maar er waren ook gemeentes die al vóór de oproep precies hadden vastgesteld wie de ‘zigeuners’ waren en waar zij zich ophielden. Anderen brachten iedereen naar Westerbork die ook maar enigszins voldeed aan de beschrijving.

Onmisbare muzikanten

In Westerbork volgde nog een selectie. Wie in een woonwagen woonde maar geen zigeuner was en wie een paspoort van een neutraal of bevriend land bezat, mocht naar huis. Op 19 mei gingen de overige 245 op transport naar Auschwitz. Een aantal van hen belandde in andere kampen; dertig van hen overleefden de oorlog en keerden terug. In Auschwitz werd in de nacht van 2 op 3 augustus 1944 de hele groep zigeuners in de gaskamers vermoord.

Het lot van de 22 in Amsterdam opgepakte ‘sigeuners’ nam een heel andere wending, dankzij agent Jaap Knol, die de groep op het hoofd­bureau zag binnenkomen. Knol (1896-1975) speelde in het seizoen 1919-1920 in het eerste van Ajax en kwam als speerwerper uit op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. 

Over zijn beweegredenen voor zijn reddingsactie heeft hij nooit in het openbaar gesproken. Hij verzamelde bij horecazaken verklaringen dat de opgepakte Amsterdamse zigeuners als muzikanten onmisbaar waren voor het nachtleven.

Amsterdamse Sinti

Uit het Arrestantenboek van de wachtcommandant Hoofdbureau: ‘Alle opgepakten worden op 20 mei om 8.30 uur heengezonden in overleg met Obersturmführer Dettmann.’ Er zijn twee lezingen over hoe het ging. Het ene verhaal wil dat de families muziek moesten spelen aan de telefoon om te bewijzen dat ze echt muzikanten waren. Volgens de tweede lezing was de groep zo blij met de vrijlating dat zij spontaan in een concert uitbarstte op het politiebureau.

Op 20 mei 1944 liepen alle 22 Sinti weer naar buiten. “Snor en bakkebaarden afscheren, haar blonderen en nergens meer over praten,” zou Knol nog tegen de mannen hebben gezegd. Zij waren doelbewust tot de 20ste vastgehouden, een dag na het transport naar Auschwitz. Alle 22 overleefden de oorlog. 

Andere Amsterdamse Sinti zijn wel omgekomen. Drie volwassen dochters van de familie Steinbach waren op het moment van de razzia toevallig buiten de stad. Zij werden daar, met hun kinderen, opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gestuurd.

Settela Steinbach uit Limburg

Op de film die de Joodse gevangene Rudolf Breslauer, in opdracht van kampcommandant Albert Gemmeker, schiet van het vertrek van een transport van Westerbork naar Auschwitz zit een shot van een meisje met hoofddoekje dat vanuit een wagon­deur een blik naar buiten werpt. Lang bleef onduidelijk wie dat meisje was. Pas in 1994 wist journalist Aad Wagenaar haar identiteit te achterhalen: Settela Steinbach, een 9-jarig Sintimeisje, geboren in het Limburgse dorp Buchten. De trein bracht Settela met 200 andere Sinti en Roma naar Auschwitz, waar ze in 1944 is vermoord. Morgen wordt in Westerbork herdacht dat het zigeunertransport 75 jaar geleden vandaar naar Auschwitz vertrok. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden