PlusAchtergrond

Ziekenhuizen zijn voorbereid op code zwart: is dat rampscenario dichtbij?

Woensdag gaan de terrassen open, maar uit de ziekenhuizen komt de ene na de andere noodkreet. De voorbereiding op code zwart is in volle gang. Is dat scenario realistisch? En hoe zit het met de uitwijkmogelijkheid naar Duitsland?

De uitslaapkamer (recovery-afdeling) van het Amphia Ziekenhuis in Breda is omgebouwd tot nood-ic. Beeld Beeld Werkt
De uitslaapkamer (recovery-afdeling) van het Amphia Ziekenhuis in Breda is omgebouwd tot nood-ic.Beeld Beeld Werkt

Alle artsen en verpleegkundigen in het Erasmus MC krijgen donderdag een training over code zwart. In dat scenario zijn er niet genoeg ic-bedden beschikbaar en moeten artsen op basis van overlevingskansen, leeftijd en in het uiterste geval zelfs loting bepalen welke patiënt wél een bed krijgt. En wie dus niet. “We doen natuurlijk alles wat we kunnen om dit scenario te voorkomen,” zegt internist Rozemarijn van Bruchem-Visser, voorzitter van de triagecommissie in het Rotterdamse ziekenhuis. “Maar als de minister code zwart uitroept, zijn we voorbereid.”

Code zwart heeft volgens haar niet alleen grote impact op de ic, maar ook op gewone afdelingen. “Daar liggen immers patiënten die soms moeten worden doorverwezen naar de ic. Daarom geven we onze medewerkers uitleg over de ethische achtergronden en praktische consequenties van het triageprotocol.”

Sorry, geen plek

Het Amsterdam UMC is al volledig voorbereid, zegt hoofd van de intensive care Armand Girbes. “Zodra het zover komt, staat hier 24/7 een triageteam van drie artsen paraat. Met medewerkers zijn verschillende scenario’s voorbereid, die in groepjes zijn doorgesproken. Ook hebben we een structuur opgezet om mensen mentaal te ondersteunen, want dit gaat je niet in de koude kleren zitten. Niemand zit te wachten op een gesprek waarin je aan de familie moet meedelen: sorry, we hebben geen plek, daarom gaat uw geliefde dood. Een plek in het triageteam is geen leuk baantje, daar staat niemand om te springen.”

Tien Brabantse ziekenhuizen sloegen afgelopen weekend alarm. Code zwart komt dichtbij, schreven ze in een brandbrief aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Het Amphia Ziekenhuis in Breda zag zich al genoodzaakt om een nood-ic te creëren op de uitslaapkamers.

Landelijk bepaald

Het moment waarop gekozen moet worden welke patiënten wel of geen plek krijgen op de ic aan de beademing, wordt landelijk bepaald door de minister. De afspraak is dat er 1700 ic-bedden klaarstaan als de nood aan de man is.

Een paar weken geleden bleek al dat dat mogelijk niet haalbaar is: er is simpelweg te weinig personeel en het personeel dat er is, loopt op het tandvlees. De inspectie gaf onlangs aan dat zelfs opschalen naar 1550 ic-bedden ‘zeer moeilijk’ is. Diederik Gommers, voorzitter van beroepsvereniging NICV, schat op basis van een rondvraag onder zijn achterban dat 1600 het absolute maximum is.

Bedden voor verkeersongevallen

Dan de vraag: hoeveel bedden zijn er nodig? Maandag lagen er 1217 mensen op de ic. Daarmee lijkt er nog een aardige buffer tot code zwart. Maar dat is een vertekend beeld, zeggen experts. Van de beschikbare capaciteit moeten namelijk 188 bedden - de zogenaamde Boss-bedden, Bed Open for Safety and Support - vrijgehouden worden. Deze zijn bestemd voor acute noodgevallen, zoals verkeersongelukken.

Als we de inschatting van Gommers - maximaal 1600 bedden - aanhouden en daar 188 bedden aftrekken, zijn dus maximaal 1412 plekken beschikbaar. En dus, zou je met de nodige voorzichtigheid kunnen stellen, zitten we nog tweehonderd patiënten van code zwart af.

Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Beeld ANP
Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care.Beeld ANP

Duitse hulp

Eén nuance: dit is buiten ‘de optie Duitsland’ gerekend. Met de Duitsers is een soort principeafspraak gemaakt. Als Nederland in de knel komt, zijn zij bereid te helpen. Vorig jaar lagen op een gegeven moment zeventig landgenoten op ic's in Noordrijn-Westfalen. Nu is echter nog geen gebruik gemaakt van de burenhulp. Alleen als het niet anders kan, wordt die keuze gemaakt, stelt een woordvoerder van het Landelijk Coördinatie Centrum Patiënten Spreiding (LCPS). “Het is voor de familie echt heel zwaar. Een aanzienlijk deel van de ic-patiënten overlijdt; als dat in Duitsland gebeurt, is dat nóg moeilijker.”

Hoeveel bedden Duitsland in geval van nood kan aanbieden, is overigens niet duidelijk. Er zijn geen harde afspraken en het hangt ook af van de capaciteit die Duitsland zelf nodig heeft.

Heel Nederland

Kort en goed lijkt er in elk geval nog wel wat ruimte te zijn, als het echt moet. Van code zwart is pas sprake als in heel Nederland geen bedden meer zijn. “Maar in sommige regio’s wordt er soms ook over code zwart gesproken als zij zelf tijdelijk geen ruimte meer hebben,” aldus een bron in de zorg. Dat kan tot verwarring leiden.

Of code zwart realiteit kan worden, hangt af van de komende weken. Op dit moment zijn het vooral mensen tussen de 55 en 75 die met covid op de ic liggen. Zij bezetten ruim 70 procent van de bedden. Het is ook precies de groep die nu of op redelijk korte termijn aan de beurt is voor een prik. Dat zou zich moeten vertalen in een lager aantal ernstig zieken in deze categorie. De grote vraag is: wanneer precies? De laatste weken zat het aantal nieuwe besmettingen ook bij deze groep nog op een constant hoog niveau. Logisch gevolg is dat ook het aantal opnamen op verpleegafdeling en ic hoog blijft.

Ernst Kuipers probeerde maandag de zorgen voor de komende weken weg te nemen. Er is nog altijd ruimte om patiënten naar andere ziekenhuizen te verplaatsen, zegt de voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ). “We zitten niet in code zwart en de verwachting is ook voor de volgende week dat we daar niet terechtkomen.”

Hopen op verstand

De ziekenhuizen pleiten er niet voor om de versoepelingen die woensdag ingaan terug te draaien. “Het aantal besmettingen buiten is heel erg gering. Ik kan alleen maar hopen dat de Nederlandse bevolking verstandig met de versoepelingen omgaat. Het enige wat ons uit de crisis kan helpen is vaccineren,” zegt Girbes, die zich al maanden kwaad maakt over het vaccinatiebeleid. “Als we eerst de risicogroepen hadden gevaccineerd die in het ziekenhuis en op de ic komen, hadden we deze crisis nu niet op deze manier gehad. Tel daarbij de prikstoppen op en de schadelijke uitspraken van RIVM-vaccinatiebaas Jaap van Delden dit weekend over AstraZeneca, en je mag wel concluderen dat we van de mensen die over het vaccinatiebeleid gaan, erg veel tegenwerking hebben gehad.’’

Triagecommissievoorzitter Van Bruchem-Visser hoopt ook dat al haar werk voor het code zwartscenario voor niets zal zijn geweest. “Niemand wordt dokter om mensen die je had kunnen redden, dood te laten gaan. Als het toch zover komt, wordt dat niet alleen voor patiënten en hun familie, maar ook voor het zorgpersoneel verschrikkelijk.”

Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, toen hij de eerste prik met het AstraZeneca-vaccin kreeg.  Beeld ANP
Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, toen hij de eerste prik met het AstraZeneca-vaccin kreeg.Beeld ANP

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden